Tamara Van San

<< BACK TO TAMARA VAN SAN

 

 

 






Frank Maes

Meervoud
Over het werk van Tamara Van San


In hun boek ‘De menigte’ hebben Antonio Negri en Michael Hardt het over het enorme potentieel van ‘swarm intelligence’, de collectieve intelligentie van zwermen. Ze verwijzen daarbij naar Arthur Rimbaud. Die beschreef de communards in zijn lofzangen op de Parijse Commune van 1871 als insecten. Ze krioelen in zijn poëzie als mieren door de Parijse binnenstad, en op de barricaden zindert en gonst het van de activiteit, als op een mierenhoop. Voordien werd de insectenmetafoor louter gebezigd om vijandelijke troepen te beschimpen, maar Rimbaud keerde dit oorlogscliché om. Van een angstbeeld maakte hij een eretitel. Zijn poëzie is wel eens ‘muziek van de zwerm’ genoemd.

De sculpturen van Tamara Van San doen me op meer dan één manier aan een zwerm denken. Vooreerst dankzij de ‘samenklonteringen’, nu eens van talloze gelijksoortige, dan weer van totaal uiteenlopende dingen, materialen, texturen. Op een dieper, structureler niveau vormen de sculpturen en ruimtelijke installaties een ode aan de ‘meervoudigheid’. Ze zijn nooit gedacht vanuit een ‘centrum’, een plan of een idee dat een orde oplegt, maar nemen in het creatieproces zelf bepaalde vormen aan, waarbij nu eens de kunstenaar, dan weer de materie aan slag is.

In de schitterende tentoonstelling ‘Azetta. Tapijten van Berbervrouwen’, een aantal jaren geleden te zien in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, voerde Paul Vandenbroeck aan dat vrouwen van nature veel meer openstaan voor of geneigd zijn tot meervoudigheid dan mannen, en dat dit in een afgesloten cultuur als van die Berbervrouwen sterker dan elders tot uiting komt. De mythes van de Gorgonen en van Medusa geven aan hoe de mannelijke vrees voor een ongebreidelde vrouwelijke meervoudigheid er van oudsher stevig in zat. Hoewel de Berbertapijten opvallend sterke formele overeenkomsten vertoonden met bekende abstracte doeken uit de Westerse moderne kunst, wees Vandenbroeck erop dat de oorsprong van beide beeldtradities volkomen verschillend is. In de westerse moderniteit vertrok men van zintuiglijk waargenomen figuren, die vervolgens via een proces van veelal geometrische reducties ‘afgetrokken’, geabstraheerd werden. De Berbervrouwen daarentegen beginnen te weven zonder vooropgesteld beeld of plan, ze starten van de materie zelf. Het beeld ontstaat, doemt op vanuit de aaneenschakeling van knopen.

Tamara Van Sans beelden geven nooit de indruk definitief of ‘totaal’ te zijn. Ze lijken altijd op het punt te staan te gaan groeien en bewegen, krimpen of zwellen, een aanhangsel te zullen verliezen of er juist een puist bij te krijgen. Deze sculpturen kunnen we bijgevolg door en door anti-klassiek noemen. De klassieke vorm wordt immers gekenmerkt door een eenheid en zuiverheid die geen enkele toevoeging of weglating verdraagt, en ze ambieert de eeuwigheid. In het klassieke schoonheidsideaal zijn het schone, het goede en het ware, binnen het krachtige raster van de geometrie, onlosmakelijk met elkaar verbonden. De erupties van vormen, kleuren, materialen en texturen in de kunst van Tamara Van San situeren zich daar tegenover als een buitengewoon krachtig en radicaal alternatief. De creatie van nieuwe vormen is nooit onschuldig.

Voor wie in klassieke modellen denkt, lijkt de zwerm, zeker als het insecten betreft, niets dan chaos, iets volkomen vreemds, onvatbaars, onmenselijks. Met in het achterhoofd het weetje dat Tamara Van San al sinds haar jeugd graag dikke boeken over vreemde culturen, kunst, architectuur, geologie, geografie, astronomie of fauna en flora doorbladert, kijk ik naar de vreemdsoortige creaturen die ze in Margalef en Gipponi Gallery netjes op een rij heeft ‘opgeprikt’, om de analogie met de entomologie even door te trekken. Wie deze bonte verzameling objecten tegen beter weten in zou willen ordenen of catalogeren, kan zich wellicht het best laten inspireren door de bekende dierenclassificatie die Jorge Luis Borges via via aan een oude Chinese encyclopedie ontleende: “Op die pagina’s uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de Keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeergaan als dwazen, j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enzovoorts, m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.” Een meervoudig universum valt niet te reduceren.

Maart 2009

 

Frank Maes is hoofdcurator van het S.M.A.K.