|
Bram Van Damme
Review Freek Wambacq
Le chasseur qui chasse sans son chien de chasse
A botched taxidermy piece might be defined as referring to the human and to
the animal, without itself being either human or animal, and without it being a
direct representation of either. It is an attempt to think a new thing (…)
Neither species, nor genus, nor individual, each one is open both to endless
interpretation and, more compellingly still, to the refusal of interpretation
(…).
Steve Baker, The Postmodern Animal, p. 75 & 82-83.
In het artikel dat Bart Verschaffel onlangs schreef over Giorgio de Chirico (De
Witte Raaf, maart 2008) verwijst de auteur naar de trofeetraditie: de antieke
gewoonte om op een slagveld een schematisch beeld van een krijger te bouwen,
waarop en waarrond de bebloede wapens, helmen en borststukken van gesneuvelden
geplaatst werden. Een trofee (of 'tropaion') werd achtergelaten en verging, net
zoals de herinnering aan de uitzinnigheid van het gevecht. Die praktijk werd
later geofficialiseerd en gemonumentaliseerd, onder meer in de tholoi die later
opgericht werden naar aanleiding van veldslagen. Een aantal schilderijen van
Giorgio de Chirico verwijzen letterlijk naar die traditie, maar belangrijker is
misschien dat hij - als schilder! - via deze weg een manier gevonden heeft om
die irrationele en primitivistische ondertonen van de klassieke beeldhouwkunst
zichtbaar te maken. Vandaag - in een periode waar de basisprincipes van de
beeldhouwkunst op de meest uiteenlopende manieren geïnterpreteerd worden - is
het mogelijk om die gewoonte ook te begrijpen als een anonieme en vergankelijke
vorm van (magisch) sculpturaal denken.
Omwille van de romantische en escapistische projecties die zulke inzichten
losmaken, zijn beschrijvingen van die zgn. 'magische' ondertonen even
onbetrouwbaar als resistent. Het is discutabel om het werk van Freek Wambacq -
dat zich uitdrukkelijk richt op de zichtbare aspecten van de werkelijkheid - op
deze manier te benaderen, maar een aantal van zijn werken spelen op een delicate
manier in op de meer dan dubbelzinnige status van een als 'trofee'
tentoongesteld object. In deze context dient de vluchtige historische paranthese
van hierboven in hoofdzaak als tegengewicht voor de huidige, gebanaliseerde
betekenis van het begrip 'trofee'.
Het werk dat Freek Wambacq presenteerde in Kiosk, is een menselijke figuur met
een hondenkop, die licht gehurkt door het venster staart, als stond hij klaar om
erdoor te springen. De figuur breekt uit de begrenzingen van een hondenhok, op
het moment dat hij ten prooi lijkt gevallen aan een magische metamorfose. Het
resultaat mag in zekere zin een gedomesticeerde versie van een weerwolf genoemd
worden, maar de figuur schrijft zich ook in een verdere metaforische en
historische logica in. Zijn meest in het oog springende voorganger is een
antieke kopie van een standbeeld van Hermanubis, de Romeins-Egyptische kruising
van Hermes en Anubis, dat zich in het Vaticaans Museum bevindt. Hermes geldt als
de mythologische verpersoonlijking van hybriditeit, en Anubis, de Egyptische
oergodheid met de jakhalskop, was op dat moment (ong. de tweede eeuw na
Christus) al gedomesticeerd als de huisgod van de lijkenbalsemers (om ze geen
taxidermisten te noemen). Het zijn niet toevallig twee magisch-mythologische
figuren die zich met gemak tussen de boven- en onderwereld (of, in
twintigste-eeuwe termen, tussen sub- en surrealiteit) begeven.
Ten opzichte van het werk van Freek Wambacq lijkt er zich met andere woorden een
historische metaforische logica af te tekenen, ware het niet dat Le chasseur ...
een pure, maar des te aanstekelijke trouvaille is. De sculptuur in Kiosk is de
driedimensionale uitwerking van een tekening die de kunstenaar vond op een blog
die gewijd is aan het tijdschrift 'Modern Mechanix (and inventions)'. Deze blog
is een on-line kabinet van allerhande rariteiten die toegewijde ingenieurs,
uitvinders, hobby'isten en doe-het-zelvers in de loop der jaren geproduceerd
hebben. Onder de slogan Yesterday's Tomorrow Today wordt een beeld geschept van
de manier waarop trivialiteiten een alternatieve en retrofuturistische
DIY-mythologie doen ontstaan, die als tegengif mag dienen voor utilitaire
rationaliteit en wetenschappelijke geloofwaardigheid.
De pertinentie van de sculptuur ligt dan ook niet in het onzekere en arbitraire
veld van letterlijke verwijzingen, maar wel in de allusies op de magische
toe-eigening van de sensorische superioriteit van een herdershond. De -
levensloze - opgezette figuur stelt de verpersoonlijking van het 'staren' voor:
de osmose tussen een hondenhok, een huisdier en zijn baasje resulteert in een
geïntensifieerd 'artefact' dat de personificatie wordt van een instinctief
verlangen om meer te zien of meer op te merken. Door dit archetypische verlangen
naar een scherpere waarneming te transponeren naar het leven van alledag,
ontwijkt de kunstenaar de escapistische en mythologische nevenwerkingen ervan.
Dit is geen dierensymboliek in de vertrouwde zin van het woord: de kortsluiting
tussen banaal en bovennatuurlijk creëert een moment van perplexity and
non-recognition, en dat moment wordt verhevigd door de overstuurde glazen blik
van de opgezette hondenkop.
Steve Baker: This may be the animal’s key role in postmodernism: too close to
work as a symbol, it passes itself off as the fact or reality of that which
resists both interpretation and mediocrity. Het zijn die instinctieve momenten
van kijken zonder begrijpen die Freek Wambacq vastgrijpt en monumentaliseert: de
momenten waarop het bewustzijn wordt ingehaald door de vreemd artistieke
kronkels van de werkelijkheid.
|