Freek Wambacq

<< BACK TO FREEK WAMBACQ

 

 

 

Bram Van Damme


Freek Wambacq
Portrait of the Artist as a Dice Man


(…) Another time the Die ordered me to sensitize myself to every moment, to live each moment fully awake. It seemed a marvelously aesthetic thing to do. (Luke Rhinehart, The Dice Man, 1972.)

Freek Wambacqs sculpturen hebben verrassende en delicate eigenschappen. In eerste instantie verschijnen ze als de secuur afgewerkte en nauwgezet gepositioneerde eindproducten van een lineair beslissingsproces met schijnbaar conformerende nevenwerkingen. Naargelang de omstandigheden eigenen ze zich een specifieke status toe (het zij als objet trouvé, als trofee, als prototype, als specimen, als attribuut, als totem, als drager of als display voor andere objecten), maar toch blijven ze in zekere zin onbruikbaar en onaangepast. Met een aanlokkelijke precisie cirkelen ze rond wisselende – sculpturale – tegengestelden als monumentaliteit, vorm, context, desintegratie en onzichtbaarheid: artistiek-technische kwesties waarvan de intuïtieve, psychologische en conceptuele connotaties niet onbelangrijk zijn.

Onzichtbaarheid is uiteraard geen letterlijk, fysiek gegeven. Ze is ook niet echt het gevolg van kameleontische verdwijntrucs. De term verwijst eerder naar zijn terugkerende – in se iconoclastische – zinspelingen op de anonieme esthetiek van car tuning, zonevreemde doe-het-zelf constructies, de betere speciaalzaak en van Modern Mechanix (and inventions). Ze alluderen op specifieke details uit de dagelijkse realiteit, die het halen van de mythe van het autonome artistieke object – vaak met een bepaald trefzeker gemak. Het gaat met andere woorden om een anti-hiërarchische revalidatie-oefening, die bedoeld is om het gekneusde en gedesintegreerde aura van artefacten een nieuwe, andere injectie te geven.

Wat betreft de psychologische connotaties in zijn oeuvre is het belangrijk om niet voorbij te gaan aan de onderkoelde surrealistische componenten.ervan – De Chirico is hierbij een hulpzame referentie. En ook de boven geciteerde cult classic van Luke Rhineharts zou enkele aanwijzingen kunnen bevatten. The Dice Man is het libertijnse en exuberante verslag van een gedesillusioneerde New Yorkse psychiater die zichzelf en zijn patiënten behandelt volgens de ‘wetten van de dobbelsteen’: zijn (zelf)therapie limiteert de vrije wil van de patiënt tot het selecteren van zes verschillende opties om te handelen – de precieze uitkomst hangt af van het aantal ogen van de steen. In het boek wordt het pokeren met psychologische impulsen – just let the dice decide – voorgesteld als een bevrijdende (iconoclastische?) aanslag op het ‘Zelfbeeld’: de patiënt dient zichzelf gecontroleerde dosissen toe van onvoorspelbaarheid en willekeur.

Mogen we hierbij speculeren – als preview op Freek Wambacqs ingreep in de ruimte van het KASK – dat het selecteren, uitwerken en inventariseren van zes verschillende opties om te handelen een metafoor voor het voorbereiden van een artistieke actie is? De kortste weg naar sur-realiteit?

(Luke Rhinehart:) I thus spent the hour before lunch: (a) reading the financial section of The New York Times; (b) writing a page-and-a-half case report of Mr Osterflood in the form of a financial and budget report ('bearish outlook for prostitutes'; 'bull market in Harlem playground girls'), and (c) drawing a picture on my book manuscript of an elaborate Victorian house being bombed by motorcycle planes piloted by Hell's Angels.

TOP