Faux Jumeaux

<< BACK TO CURATOR

 

 

 

 

 

Carla Van Campenhout


Faux Jumaux in het S.M.A.K.


De achtste aflevering van de 14 maanden durende tentoonstelling “Faux Jumeaux” werd samengebracht door Hans Theys. De tentoonstelling vertrekt van een voorstel van de kunstenaar Michel François, dat erin bestaat formeel identieke kunstwerken te laten samenbrengen door een tiental curatoren. We vroegen Hans Theys waarin zijn specifieke bijdrage bestaat.

Hans Theys: Het idee van Michel François vertrekt van de hypothese dat er kunstwerken moeten bestaan die dezelfde vorm hebben, maar een verschillende inhoud. Mijn recalcitrante stelling is dat dit niet mogelijk is, omdat vorm en inhoud onscheidbaar zijn. Zonder deze begrippen kunnen we natuurlijk niet nadenken over kunst, maar we mogen nooit vergeten dat ze niet beantwoorden aan bestaande, scheidbare entiteiten. Ik ontken niet dat kunstwerken hun betekenis kunnen ontlenen aan de context van het totale oeuvre van een kunstenaar of aan de cultuur waarbinnen ze zijn ontstaan (plek en tijdstip), maar ik stel voor naar kunstwerken te kijken alsof we die context niet meer kennen, zoals het geval is met vrijwel alle artefacten die zijn overgebleven uit het verleden… In het algemeen stelt deze tentoonstelling echter een vraag die central staat in de hedendaagse kunst, namelijk hoe voorwerpen erin slagen gedachten of gevoelens in ons op te roepen en hoe weinig kunstenaars dit gebeuren kunnen sturen. Het volledige werk van Mike Kelly draait rond deze vraag.

- Welke werken worden er tentoongesteld?

Theys: De eerste werken waar ik aan dacht, waren tentoonstellingen van Philip Janssens en mijn neef Koen Theys. Allebei hebben ze een aantal tweelingen gevraagd zich tijdens een opening op te houden in een tentoonstellingsruimte. Koen Theys vroeg hen dicht bij elkaar te blijven staan. Philip Janssens vroeg hen zich elk op te houden in een verschillende helft van de tentoonstellingsruimte. In beide gevallen zou verwarring het gevolg zijn, maar het zou duidelijk om een verschillende vorm van verwarring gaan. Bij Koen Theys, die in het Musem Dhondt-Dhaenens tachtig tweelingen had samengebracht, voelden de bezoekers zich ineens onthutst en eenzaam. Bij Philip Janssens kregen de toeschouwers onaangename déjà-vu ervaringen, alsof er plooien zaten in hun beeld van de werkelijkheid… Afijn. Bestaan er twee wel identieke werken? Dat is de vraag. De werken die ik heb gevonden die het meest op elkaar lijken, zijn twee reeksen van elk 80 dia’s van blauwe hemels. Beide reeksen dateren uit 2004. De eerste werd gemaakt door Paul Hendrikse, de tweede door Edith Dekyndt. De reeks van Hendrikse bevat echter één kleurfilter. Zijn ze dan identiek te noemen? En kunnen ze hetzelfde betekenen? Het zijn oefeningen in kijken, maar tegelijk tonen ze een leegte, net zoals de collages van Damien De Lepeleire en Rem Koolhaas. Verder zijn er twee werken te zien op basis van afgescheurde posters, gemaakt door gerlach en koop en Herman Van Ingelgem en een driewieler voor tweelingen van Koen Deprez. Allemaal heel miniem. Je ziet bijna niks. De enige sculptuur die opvalt is een lange reeks dubbele voorwerpen van Maarten Vanden Eynde, “Industrial Evolution”, die ik samenbreng met een werk van Gert Robijns… Volgende maand wordt dit ensemble aangevuld met twee toonkasten, waarin Frank Maes overeenkomsten zal tonen tussen het objet type bij Le Corbusier en Marcel Broodthaers. Een verhaal over pijpen en piramides. Heel mooi, denk ik.

TOP