Erik de Smedt over Flower Power

<< BACK TO PRESS REVIEWS       << BACK TO FLOWER POWER

Verschenen in De Leeswolf, september 2008.

 

 




Erik de Smedt


Flower power : kunst in België na 2015. Een boek van Hans Theys


Het minste wat je van Hans Theys kunt zeggen, is dat hij een bezige bij is in de wereld van de hedendaagse kunst. Hij is curator van tentoonstellingen, maakt samen met kunstenaars boeken over hun werk (die hij ook zelf vormgeeft), filmt en interviewt kunstenaars in hun atelier en deelt zijn bevindingen in woord en beeld mee op zijn uitgebreide website. Bij dat alles zou je haast vergeten dat hij niet alleen een doener, maar ook een denker is. Hij combineert de diepgang en radicaliteit van de filosoof met de zin voor het concrete, het no-nonsense van de ambachtsman. Het resultaat van meer dan tien jaar nadenken, schrijven en praten over, en vooral ervaren van hedendaagse Belgische kunst heeft hij nu gebundeld in een volumineus werk, dat je voor een academische turf zou kunnen houden, als de titel, de ironische ondertitel 'kunst in België na 2015' en het grillige omslag vol kleine tekeningen en krabbels van Vaast Colson daar niet te frivool voor waren. Wie echter, gewend aan ernstige en degelijke kaften, geneigd zou zijn de inhoud van dit boek niet au sérieux te nemen, begaat een zware vergissing. De ongeveer 70 teksten die hier zijn gebundeld, behoren tot het beste wat je over Belgische kunst van deze tijd kunt lezen. Weliswaar streeft de auteur geen systematiek of volledigheid na — over Michaël Borremans, David Claerbout, Berlinde De Bruyckere, Marie-Jo Lafontaine, Philippe Vandenberg of Anne-Mie Van Kerckhoven vind je hier bijvoorbeeld niets —, maar wat je over de besproken kunstenaars wel krijgt, is meer dan wat er gewoonlijk over te lezen valt.
Het boek bevat over sommige kunstenaars — Marcel Broodthaers, Walter Swennen, Luc Tuymans, Joëlle Tuerlinckx, Damien De Lepeleire, Ann Veronica Janssens, Luc Deleu, Panamarenko, Michel François, Koen Theys, Jan Kempenaers, Vaast Colson, Kris Vanhemelrijck — zelfs meerdere teksten, die op hun beurt uit diverse lagen bestaan: anekdotes of biografische informatie, de precieze beschrijving van een tentoonstelling of afzonderlijke kunstwerken, een behoedzame interpretatie van hoe Hans Theys die kunst heeft ervaren. Hij haalt daarbij zelden theorieën van stal, al doet hij een beroep op zijn veelzijdige belezenheid en zijn vertrouwdheid met andere kunstvormen (film, literatuur, theater) en kennisdomeinen. En hij is vooral niet te beroerd om zichzelf in het spel te brengen, eigen herinneringen, associaties en indrukken bij het omgaan met kunstwerken de vrije loop te laten. Daarbij komt nog dat haast elke tekst de weerslag bevat van soms jarenlang intens contact met de kunstenaar. Wat als een beschouwing begint, wordt dikwijls gelardeerd met citaten van of uitvoerige gesprekken met kunstenaars. Die hebben niets plichtmatigs, zijn openhartig en concreet. Ik denk aan de manier waarop Luc Tuymans zijn intenties en manier van werken bij de 'jezuïeten'-schilderijen 'Les revenants' toelicht, aan de lange monoloog van Luc Deleu over zijn autonome architectuur, aan het levendige gesprek met Gwendoline Robin over haar explosieve performances, aan het werkelijk alomvattende (en laatste) gesprek met het kunstenaarsduo Monica Droste en Guy Rombouts over hun Azart-alfabetten. Over een mistsculptuur van Ann Veronica Janssens in het Muhka (1997) laat Theys twintig kunstenaars aan het woord met hun eigen reacties en projecties. Met Wim Delvoye is er een (onmogelijk) 'interview' onder de alles zeggende titel 'Verantwoord ondernemerschap'.
De ogenschijnlijk grillige opbouw van het boek en de heterogene inhoud van de stukken zouden de indruk kunnen wekken dat de auteur een uitgesproken visie op kunst(beschouwing) mist, maar dat is niet zo. Hans Theys past consequent toe wat hij in de inleiding stelt. "Mijn benadering bestaat erin bij het kijken naar een beeld een onderscheid te maken tussen de intentie van de kunstenaar, de eigenlijke textuur van het beeld en de projectie van de toeschouwer." In zijn omgang met kunst probeert hij het eigen kijkbeeld, de visuele overlevingsstrategieën van de kunstenaar te achterhalen. Zonder te psychologiseren, maar in het besef dat als een kunstwerk je raakt, "de ontroering bestaat in een vorm van thuiskomst. De toeschouwer herkent iets, dat door de nieuwe vorm niet meteen herkenbaar is: een raster, dat vervat ligt in de textuur van het kunstwerk." Woorden en beelden gaan in de teksten van Hans Theys een intense wisselwerking aan en overstijgen zo de specifieke vorm van blindheid waaraan iedereen (en de auteur geeft toe: ook hijzelf) lijdt. De ondertitel verwijst naar Stendhals overtuiging dat kunstenaars minder blind zijn dan hun tijdgenoten en daarom werk maken dat pas jaren later ten volle begrepen of aangevoeld kan worden. Theys stelt ook dat "kunstenaars de werkelijkheid in mindere mate als vanzelfsprekend beschouwen dan andere mensen en dat die manke vanzelfsprekendheid vorm krijgt in hun werk."
Dat er in verhouding tot de tekstomvang heel weinig beeldmateriaal in het boek is afgebeeld (het beeldkatern telt slechts 16 bladzijden), dwingt de lezer ertoe zijn voorstellingsvermogen aan het werk te zetten. De spitse, steeds verrassende schrijfstijl houdt je op je qui-vive. Maar uiteraard moet je de tekst met de reproducties en YouTube-filmpjes op Theys' website aanvullen. Wel is er een uitvoerig register dat behalve personen, stromingen en titels van werken ook begrippen vermeldt als aardappelen, alcohol, broers, dauwdruppel, een droge haring op uw bord, grappig, het onafgebroken kantelen der vormen, moeders, nacht, spiegel, vaders, white spirit, zonen en zwarte gal. Kunst en leven zijn immers, dat spreekt uit elke bladzijde van dit heerlijk ongewone boek, nauw met elkaar verbonden.

Hans Theys: Flower power : kunst in België na 2015, S.l. Tornado S.l, 2008, 463 p. : ill., 
€ 25. ISBN 9789079282012. Distributie: EPO

TOP