|
|
Frank Maes
Over een tentoonstelling van Nadia Naveau in De Garage in Mechelen
De tentoonstelling van Nadia Naveau (°1975) dompelt de bezoeker onder in een veelheid aan sculpturale vormen, kleuren, materialen en texturen. Er is fragiele keramiek (nu eens mat, dan weer hoogglanzend), gladde polyester, rubberachtige silicone, zelfs porselein. Sommige sculpturen ogen zo grillig en complex als een vreemd landschap, en lijken op heel directe wijze voortgevloeid uit het manueel bewerken van de klei. Andere zijn meer gestileerd: ze bestaan uit gladde oppervlakken en scherp afgelijnde volumes. In sommige gevallen is de kleur ingebakken en voelt de huid van het beeld poreus aan; in andere is er pas achteraf een lak opgebracht, waardoor het oppervlak hard oogt. Bepaalde sculpturen zijn uitgesproken figuratief en herkenbaar, sommige balanceren tussen figuratie en abstractie, nog andere dienen zich aan als een ongebreidelde eruptie van materie waarin nauwelijks een herkenbare vorm te onderkennen is. Nog vaker valt het voor dat diverse van deze karakteristieken in één en hetzelfde beeldhouwwerk gecombineerd worden.
De oorsprong van Naveaus artistieke wereld is fundamenteel meervoudig. Beelden, vormen, structuren en texturen van heel divers allooi, her en der en in de loop der tijd vergaard - waarbij zowel de kunstgeschiedenis, een comic uit de jeugdjaren, een exotische reisbestemming als de coiffeur om de hoek als bron van inspiratie kunnen fungeren – doemen uit de materie op wanneer Naveaus handen met de klei aan de slag gaan. Meer dan welke kunstdiscipline ook is beeldhouwen een wisselwerking tussen materie en beeld, nabijheid en afstand, handelen en kijken. Naarmate het werk vordert, neemt het belang van de initiële referenties en fragmenten af, en gaat de globale compositie van het beeld in een geleidelijk groeiproces een grotere rol spelen. Dikwijls wordt het beeld monochroom gekleurd. Compositie en kleur leggen de middelpuntvliedende krachten van de diverse fragmenten enigszins aan banden, tot er een dynamisch evenwicht ontstaat, een zekere eenheid, een beeld.
In die uiteindelijke eenheid wordt de oorspronkelijke meervoudigheid evenwel nooit volkomen weggezuiverd. De ordening, die geleidelijk uit de materie, de fragmenten en de handelingen van de beeldhouwer ontstaan is, kan zich nooit totaal van het beeld meester maken. Zelfs als het uiteindelijke resultaat vrij gestileerd oogt, zijn er altijd elementen die zich, weerbarstig, aan de homogeniteit onttrekken. Deze heterogeniteit biedt weerstand aan de macht van de blik én die van het bewustzijn. Een aloude en essentiële maar uiterst moeilijk te realiseren sculpturale kwaliteit is dat het beeldhouwwerk vanuit alle invalshoeken een even krachtig en rijk beeld aan de toeschouwer offreert. Nadia Naveaus Into the Wild (Santa, Davy & Grizzly), dat in diverse materialen en kleuren uitgevoerd is, en waarvan een exemplaar in De Garage bovendien ondersteboven gepresenteerd wordt, is daar een overtuigend voorbeeld van. Maar in het geval van een klassiek beeld laten die verschillende invalshoeken de toeschouwer toch in sterke mate toe om zich een homogeen totaalbeeld te vormen, waaruit het oorspronkelijke concept van de kunstenaar af te lezen valt. De klassieke esthetica propageert in wezen een eeuwige en absolute orde. Daar tegenover plaatsen de beelden van Nadia Naveau ook in hun finale vorm een heterogeniteit of meervoudigheid die zich nooit tot één beeld of concept laat herleiden. Zo zou je kunnen stellen dat ze tezelfdertijd een ode aan het beeld en een strijd tegen het (totaal)beeld vormen. Het verschaft ze een aanstekelijke en ongeziene beweeglijkheid en ruimtelijkheid.
Elk beeld van Nadia Naveau begint, zoals vermeld, in klei. Afhankelijk van de aangewende kleisoort, de overige toegevoegde substanties en het bakproces, kan dit resulteren in poreuze, natuurkleurige terracotta, hoogglanzende en felgekleurde keramiek of porselein. Werkend met het laatst genoemde materiaal voegt Naveau dikwijls diverse pigmenten aan de smetteloze witte klei toe, zodat kleurvlekken lukraak verspreid in de witte huid gebakken worden. Die kleurvlekken treden door hun toevalsmatige karakter in concurrentie met de figuratieve vorm van de sculptuur. Een dergelijke loskoppelling van vorm en kleur herinnert aan een aantal historische voorbeelden uit de schilderkunst en de grafiek: modernistische schilderijen van onder andere Fernand Léger en Francis Picabia uit de jaren 1920, of Andy Warhols gezeefdrukte portretten van beroemdheden in de jaren 1960. Alle sculpturen van gebakken klei zijn unieke exemplaren. Tot op het moment van hun finale afwerking blijft de realisatie van dergelijke beeldhouwwerken altijd een heel precair proces dat in een handomdraai kan mislukken. Deze fragiliteit impliceert een grote bescheidenheid en zelfs een onderdanigheid van de kunstenaar aan de wetmatigheden en grilligheden van de materie.
Daarnaast maakt Naveau sculpturen waarvan, op basis van het model in klei, een gietvorm gemaakt wordt, die vervolgens het gieten van diverse exemplaren toelaat. Het is echter typerend voor Nadia Naveaus poëtica dat dit nooit twee identieke sculpturen oplevert. Er ontstaat een boeiende wisselwerking op basis van het gegeven dat enerzijds van eenzelfde model vertrokken wordt en dat de resulterende sculptuur anderzijds in verschillende materialen uitgevoerd wordt. Zoals in de werken van gebakken klei laat Naveau zo opnieuw, maar nu op een subtielere en preciezere wijze, op basis van de afgewogen wisselwerking tussen herhaling en verandering, de materie en het medium zelf spreken. Van Into the Wild bijvoorbeeld zijn er versies in brons, in roze polyester en in zwarte, rubberachtige silicone, wat telkens een ander beeld doet verschijnen, dat tevens een andere verhouding met de omgevende ruimte en de kijker aangaat. Een cruciale factor in de diverse materiaal- en afwerkingskeuzes die Naveau maakt, zijn dan ook de uiteenlopende contexten waarvoor verschillende versies van een beeld (initieel) bestemd zijn. Dat is een belangrijke vaststelling. De klassieke sculptuur bezit, in tegenstelling tot de meeste installaties die er anders uitzien naargelang de tentoonstellingsruimte waarin ze gepresenteerd worden, een autonomie ten aanzien van haar omgeving. In Naveaus beelden wordt die autonomie niet volkomen afgezworen – het oorspronkelijke model blijft telkens onveranderd -, maar toch deels gerelativeerd: naast een aantal vaste parameters of constanten introduceert de kunstenaar ook een dosis flexibiliteit in functie van de specifieke context. In deze sculpturen speelt zich met andere woorden een complexe, verfijnd uitgebalanceerde relatie tussen beeld en ruimte af.
Veel van wat hierboven in algemene termen over het oeuvre van Nadia Naveau geschreven werd, is in de recent gecreëerde sculptuur Roman Riots samengebald. Een eerste versie in polyester werd gecreëerd voor de tentoonstelling Nieuwe monumenten in het Antwerpse openluchtmuseum Middelheim. Het thema van die groepstentoonstelling vormde de aanleiding voor de creatie van deze sculptuur. Naveau nam als uitgangspunt een antiek-Griekse beeldengroep die ze in een museum te Athene gezien heeft. De beeldengroep vulde ooit het driehoekige fronton van een Griekse tempel, en verbeeldt de mythische strijd tussen de Lapithen en de Centauren. De Lapithen waren een krijgshaftig bergvolk, afstammend van Apollo. De Centauren bestonden uit een menselijke romp gemonteerd op een paardenlijf. Centraal in de beeldengroep torent Apollo, die de ratio laat zegevieren over het aardse, dionysische geweld van de Centauren - zoals de strijdende lichamen zich ook moesten plooien naar de heldere geometrische vorm van het architecturale kader, waarbij Apollo niet toevallig de centrale as en de top van de driehoekige compositie vormt. In de sculptuur die Nadia Naveau een slordige tweeduizendvijfhonderd jaar later creëerde, vormt dit beeld – zowel in zijn globale compositie als in bepaalde details van zijn figuratie – een echo, die samen met andere herinneringen, waaronder een palmboom uit Miami, een stuk koetswerk van een Rolls Royce, een eigenaardige, doorgesneden sokkel en de gespierde vechtersbaas Popeye, een bont allegaartje vormt. De borstplaat van een harnas vormt een verwijzing naar de klassieken, terwijl de helm die Apollo draagt, aan de hedendaagse oproerpolitie of een cartooneske ruimtereiziger doet denken. Helm en harnas fungeren als extensies of protheses van het menselijk lichaam, die dat lichaam omgekeerd ook een nieuwe vorm geven, en dus als het ware sculpteren. Ze zijn vrij glad en scherp afgelijnd, terwijl Popeye zich slechts gedeeltelijk aan de materie ontworsteld heeft, en nog de sporen van het manipuleren van de klei laat zien. De verschillende onderdelen van de beeldengroep worden gedragen en zijn met elkaar verbonden via een raamwerk. Dit vertoont gelijkenissen met de wijze waarop in een oudheidkundig museum de oorspronkelijke compositie van een slechts gedeeltelijk bewaarde, tot ruïne verworden beeldengroep gereconstrueerd is. Daarnaast doet het ook aan het raamwerk denken waaraan de fragmenten van plastic speelgoed soms vastgehecht zijn, en waarvan ze losgeknipt worden vooraleer het geheel kan worden samengesteld. Het raamwerk bestaat deels uit metaal en is deels samen met de rest van de sculptuur in polyester afgegoten. Bepaalde delen zijn met een soort decoratief, cirkelvormig motief ingevuld. Het rasterpatroon functioneert bijgevolg enerzijds als functionele drager, als alternatief voor een sokkel; anderzijds maakt het, als decoratieve achtergrond, deel uit van het gecreëerde beeld. In tegenstelling tot de homogeniteit en de scherp afgelijnde onderdelen van het klassieke en het moderne beeld, lijkt deze sculptuur helemaal opgetrokken uit vloeiende overgangen, confrontaties en transformaties: tussen mens en dier, tussen lichaam en sculptuur, tussen de antieken en het hedendaagse, tussen sculptuur en architectuur,tussen materie, constructie en beeld. Naveau bespeelt hier bovendien ook de limiet tussen reliëf en sculptuur, en zelfs tussen twee en drie dimensies. De oorspronkelijke, Griekse beeldengroep was, als invulling van een fronton, bedoeld om vanuit één enkele invalshoek, frontaal bekeken te worden: het had enkel een voorkant. Naveaus beeld heeft een voor- én een achterkant, die verschillend gekleurd zijn. De achterkant is nagenoeg tweedimensionaal: het is alsof de achterkant van de beeldengroep van de Griekse tempel losgesneden is. Het oogt als een doorsnede, zoals je die in architecturale plannen terugvindt, ware het niet dat hier en daar een driedimensionaal fragment de grens tussen voor- en achterkant doorbroken heeft. In de eerste versie van deze sculptuur, nog de hele zomer lang in Middelheim te zien, is de buitenhuid pas na het bakken gelakt. De glanzend witte voorkant doet aan klassieke sculpturen denken, contrasteert fel met de groene omgeving en verschaft de complexe veelheid aan figuren en vormen zo de nodige eenheid. De hemelsblauwe, vlakke achterkant roept associaties op aan een zomers Griekenland en lijkt een tribuut aan Henri Matisse, die vrolijke stemmende, vlakke figuren uit papier knipte. In de versie die nu in De Garage geplaatst is, is het klassieke wit verdwenen en zijn de kleuren ingebakken. Binnen de context van een witte tentoonstellingsruimte kan de buitenhuid van het beeld wat zachter en poreuzer ogen.
Misschien vormt deze complexe sculptuur van Nadia Naveau wel een hedendaagse metafoor voor de werking van het geheugen. Het geheugen als een soort ruïne, waarin fragmenten uit het verleden in een nieuwe compositie samengebracht en herschikt worden. In de klassieke esthetica vormt de ruïne de aanleiding voor een zo perfect en zuiver mogelijke reconstructie van het verleden. In de romantische visie op de ruïne voert deze de toeschouwer mee in een nostalgische terugblik naar een mythisch, imaginair verleden. Het modernisme is gefascineerd door de transparantie van de ruïne, door het feit dat de constructie, het skelet als een innerlijke, eeuwige waarheid komt bloot te liggen, zoals in een heldere doorsnede. Nadia Naveaus benadering lijkt me erin te bestaan dat ze, als een avontuurlijk ingestelde, scherpzinnige reiziger, de ruïne geleidelijk aftast en verkent, en vervolgens de ervaringen van deze tocht in een kaleidoscopisch beeld verwerkt. In het hedendaagse Athene worden bus, tram en trein ‘metaforai’ genoemd. Nadia Naveaus sculpturen offreren geen totaalbeelden, poneren geen versteende waarheden, maar zijn krachtige, veelkantige metaforen die ons uitnodigen te reizen.
|