Hans Wuyts

<< BACK TO HANS WUYTS   << BACK TO LIST OF ESSAYS

 

 

 

Hans Theys


FILTER
Enkele woorden over een tentoonstelling


Evelyn Montens

In december van vorig jaar liet Evelyn Montens zich een half uur lang levend begraven in een houten kist die bedekt werd met zand. Voor een tentoonstelling in Chicago fotografeerde ze onbekende mensen, die ze vroeg hun stad in één woord samen te vatten. Dit woord werd samen met het portret geprojecteerd. Voor de huidige tentoonstelling bouwde ze een biechtstoel voor solitair gebruik. In de beslotenheid van het naar hout ruikende kamertje wordt de gebruiker uitgenodigd te knielen en te biechten door het invullen van een formulier.
De biechtstoel is het kruispunt tussen de privé-wereld en de publieke wereld. De biechtende persoon laat het masker even zakken – ook voor zichzelf – en hoort hoe de eigen woorden werkelijkheid worden. Gedachten worden werkelijk omdat ze worden uitgesproken en beluisterd. Ineens horen we hoe we verstrikt zitten in verhalen die minder elegant zijn dan we dachten.
Wij leven in een biechtcultuur. De priesters werden vervangen door psychiaters. ‘Zeg mij wat je denkt en ik vertel je wie je bent.’ De schepping is een biecht van God waarin die zijn gebreken ontmoet.



Steven Elsen

Steven Elsen toont een glazen maquette van de tentoonstellingsruimte, verwijderde acht glasruiten en maakte de andere ruiten schoon, opdat zijn ingreep zo weinig mogelijk zou opvallen. Elsen is een kei in het ideële verschuiven van ruimtes. Momenteel wordt op voetpaden in de Antwerpse binnenstad een 15 cm brede, groene verfstreep aangebracht die de omtrek van een nabijgelegen, nog niet voltooid park aangeeft. Zo ondervinden de rondwandelende stadsbewoners de oppervlakte van het ontoegankelijke park. Voor een tentoonstelling in een park creëerde hij een dubbelganger van een wandelweg door een even breed, betegeld pad op een waterpartij te laten drijven. Voor een andere tentoonstelling mat hij de precieze omtrek van een vijver en reproduceerde hij die in de vorm van een lichtjes verheven, witte streep.


Jeroen Fransen

Jeroen Fransen bouwde een gelakte sculptuur die zich tegen de architectuur van de tentoonstellingszaal aanschurkt. Symmetrisch opgesteld tussen twee verwarmingselementen, maar wringend ten opzichte van de achterliggende ramen, doet het werk denken aan een totempaal in de vorm van een arend. Tegelijk is het ook een protserige schoorsteenmantel die de gedaante aanneemt van een buitenmaatse vaas.
‘Het is een soort balie-achtig ding,’ vertelt Fransen, ‘een soort meubilair dat je vaak aantreft in winkels, kantoren of instellingen. Ik probeer dat ding een nieuw verhaal mee te geven. Suspens is heel belangrijk. Als je goed kijkt, zie je dat de oppervlakte van het voorwerp bijna onmerkbaar verstoord is. Het is de bedoeling de objectiviteit van dit soort voorwerpen te ontkrachten en een subjectiviteit te geven, waardoor je ze in een andere verhouding gaat zien ten opzichte van de reële wereld. Ik probeer kruispunten te zoeken tussen twee parallelle werelden. Ik vind het boeiend als de buitenwereld, bijvoorbeeld de tentoonstellingsruimte, zich op een bepaalde manier tot mijn werk gaat verhouden. Als dat gebeurt is het werk voor mij geslaagd.’


Maartje Tuynman

Maartje Tuynman toont twee installaties. In de eerste installatie maken we kennis met een film waarin enkele arbeiders van dichtbij gefilmd worden. De camera beweegt traag en doelmatig. Het filmpje duurt niet lang. Gaandeweg gaan we meer opmerken. Een lamme linkerhand, een loensend oog. De bewegingen van de lopende band en de machines sturen de bewegingen van de arbeiders, maar ze vormen ook een soort spiegel van de subtiele bewegingen van de camera.
In de tweede installatie ontmoeten we vijf pratende hoofden, die rond een tafel met elkaar lijken te converseren. Lege krukjes nodigen de toeschouwer uit deel te nemen aan de familiebijeenkomst.


Gert Gortemaker

Gert maakte een replica op schaal 20/1 van een piepschuimen verpakking. Niemand weet voor welk voorwerp de verpakking oorspronkelijk heeft gediend. De oorsprong van de vorm is functioneel, maar onbekend. De sculptuur doet denken aan een gietvorm en spreekt zo over de manier waarop beeldhouwers werken. Alleen is de omgeving hier de kern geworden, net zoals bij het vijgenblad van Duchamp of de onderkant van een stoel van Bruce Naumann.
De sculptuur is tegelijk minimaal en uiterst plastisch. Ze vormt een sensueel theater voor licht en schaduw.


Mirelle van Beers

Mirelle van Beers schenkt zelf gebrouwen bier, omdat ze graag ambachtelijk wilde bezig zijn en houdt van bier. Op de muur van de bar heeft ze een zelfportret met commerciële inslag en een reclameslogan aangebracht. Ze maakt graag grafisch werk. In de catalogus zien we foto’s van de kunstenaar met zelf ontworpen T-shirts. Voor een tentoonstelling in Chicago maakte ze posters op basis van deze foto’s. In de bar vinden we zelf ontworpen bierviltjes en bierglazen met een opschrift.


Marianne Louwerse

Marianne bouwde een zwevend vleugelpaar met een spanwijdte van twaalf meter. In het midden, op de plaats waar vleugels doorgaans een lichaam ontmoeten, rust een honderd kilo zware blok bevroren melk. Een kille borst. Naarmate het ijs smelt dalen de vleugels. Eén vleugelslag. De transparante vleugels zijn bekleed met verknipt dons. Ondanks hun afmetingen zijn ze heel slank en elegant gebleven. Het is een fijn getekende constructie die zowel kracht als tederheid uitstraalt. Een prachtig landschap voor het wandelende licht.


Leon Vranken

Leon Vranken toont een gecamoufleerde kampeertent en een rondrijdend kampvuur. De tent is gemaakt van ‘toile cirée’, een materiaal waaruit ook tafellakens worden gemaakt die omwille van hun afwasbaarheid erg populair zijn in Vrankens familie. De tent biedt zo de abstracte geborgenheid van de familiale keuken, terwijl ze tegelijk de mogelijkheid schept je van je familie af te zonderen. De tent is een verplaatsbaar hart, net zoals het rijdende kampvuurtje. De sculptuur is een kunststukje over zichtbaarheid en onzichtbaarheid, over een uitgekiend uitzicht dat een gebruiksvoorwerp onopvallend maakt, maar laat opvallen in een tentoonstellingsruimte.


Hans Wuyts

Van Hans Wuyts zien we een uit drie panelen bestaande, auberginekleurige, betonplexen constructie die door de toeschouwer, door middel van een schakelaar, in beweging kan worden gezet. Het huisje krimpt en zet uit. Een motor en een draaiende draadstang trekken de twee wanden naar elkaar toe of duwen ze uit elkaar, waarbij het schuine dak, dat op een wieltje rust, zachtjes beweegt. De constructie frappeert door haar economie, door haar eenvoudige commentaar op architectuur en sculptuur, maar ook door de humor.
Verder zien we een projectie waarop een muurvlak schijnt te desintegreren en geruisloos gruis produceert.


Anouk Awa

Twee grappige, keramische sculpturen wenden het hoofd van elkaar af. Hun vorm doet denken aan bepaalde, onnoembare lichaamsdelen. Onderaan bevatten de sculpturen een kraantje waaruit wijn vloeit. In de catalogus vinden we van dezelfde kunstenaar prachtige lijntekeningen die de ontstaangesgeschiedenis van een pannenkoek oproepen.


Sebastiaan Dijk

Sebastiaan Dijk toont kleurenfoto’s waarin hij zichzelf of anderen betrapt tijdens vreemde bezigheden. Hoofden gaan schuil achter rolkragen, valse neuzen, maskers of emmers. De kadrering en de compositie van de foto’s is klassiek. De kleuren zijn dik aangezet, net zoals de bezigheden van de gefotografeerde personages, die lijken te willen spelen, maar daar net niet in slagen.


Tanja Bol

Tanja Bol bekleedde de zuilen van de kelderverdieping met honderden, verschillend gekleurde stukjes folie, die het licht van de verschillende projecties op steeds wisselende manieren opvangen en weerkaatsen.


Simone Hooymans

Simone Hooymans toont voor de eerste keer haar Saljoetsilo, die de kern uitmaakt van een heroïsch ruimteverhaal waarin ze het beeld oproept van een meisje dat was voorbestemd om kosmonaut te worden. Het samensmelten van graansilo en ruimteschip geeft het avontuur een dubbelzinnige, grappige zijde, die ons eraan herinnert dat elk universeel beeld oorspronkelijk een provinciale gril was. De reis is natuurlijk ook een beeld voor het kunstenaarsschap. Niet alleen zijn we allemaal ruimtereizigers op het moederschip aarde (waarbij alleen de gewenning en onze gelimiteerde verbeeldingskracht ons behoeden voor de duizelingen van Pascal), we kunnen blijkbaar ook alleen maar bestaan in de ruimte. We maken kunst door te duwen en te trekken aan tijd en ruimte en te genieten van geluids- en lichtgolven die zo opgezwiept worden.


Sanne Evertz

Sanne Evertz maakte een installatie met een gewitte, geluidsdichte kamer waarin de bezoeker een zin aangereikt krijgt in de vorm van een stapeltje bedrukt papier. Verder toont ze een film waarop twee mensen getoond worden die roerloos poseren terwijl de wind met hun jurk speelt. In een andere film zien we hoe een jongedame in de armen van haar geliefde springt maar niet door hem wordt opgevangen.


Linda vd Heijden

Linda vd Heijden maakte een film over een dame die zich verveelt in een kamer die uitkijkt over een landschap met een huiverende bomenrij. Verder zien we van haar een zelfgemaakt uithangbord met het silhouet van een meisje van plezier. De manier waarop de bolle lichtjes werden aangebracht in het zwart geschilderde, houten bord, doet denken aan de plastic prikborden waarin kleuters gekleurde spelden duwen om figuren te vormen. Wie de sculptuur van dichtbij bekijkt vangt ook een glimp op van de ingewikkelde electronica die schuilgaat achter een illusie van plezier.



Hans Theys, Montagne de Miel, 10 juni 2005.

TOP