|
|
Jan Braet
NAPOLI
ROOK EN VERGETELHEID
De heropbouw na de aardbeving van 1980 dreef de verloedering ten top, de camorra
stak een handje toe. Een burgerinitiatief deed het tij keren. De strijd om het
herstel van het patrimonium en het zelfbewustzijn van Napels, Campania en de
Mezzogiorno gaat door.
Na een twist tijdens een partijtje tennis sloegen bij Caravaggio voor de
zoveelste keer de stoppen door. Hij liet zijn tegenstander dood achter en
vluchtte hals over kop van Rome naar Napels, dat door de Spaanse Aragonezen werd
bestuurd. Het jaar was 1607 en voor de kerk van Pio Monte della Misericordia in
de gonzende Spaanse wijk schilderde hij De Zeven Werken van Barmhartigheid dat
er nog altijd achter het hoofdaltaar hangt. Niemand had ooit met zoveel gevoel
voor drama en realisme religieuze onderwerpen geschilderd.
Wat hem in Rome beroemd had gemaakt, legde hem ook in de Zuid-Italiaanse
havenstad geen windeieren. Toen hij zijn Madonna met de Rozenkrans klaar had,
legden Peter Paul Rubens en andere Vlaamse schilders in Italië samen om het werk
te kopen. Toen de grond hem ook in Napels te heet onder de voeten werd, vluchtte
Caravaggio naar Malta en Sicilië. Hem kwam ter ore dat machtige vrienden bij de
paus bemiddelden om hem genade te verlenen. In 1609 vatte hij de terugkeer naar
Rome aan. Weer deed hij Napels aan, waar hij voor de deur van een bar zwaar
gewond raakte. Bij een volgende tussenstop werd hij gearresteerd. Na zijn
vrijlating merkte hij dat zijn schip zonder hem was weggevaren, en hij koerste
het achterna om zijn bezittingen te recupereren. Gestrand in Port’Ercole, liep
hij een longontsteking op en stierf, drie dagen voor het document met de
pauselijke genadeverlening arriveerde.
In de meeste uithoeken die Caravaggio tijdens zijn lange vlucht had aangedaan,
liet hij meesterwerken achter en een schare bewonderaars die hun best deden om
zijn spectaculaire stijl te imiteren. Op een heuvel in het noorden van Napels,
in het wereldberoemde museum Capodimonte met zijn uitgestrekte park, is dan te
zien hoe er van De Parabel van de Blinden en de Misantroop van Pieter Bruegel de
Oude, en van Joachim Beuckelaers krachtigste marktstukken een lijn loopt naar
Caravaggio (De Geseling van Christus), en vandaar naar Luca Giordano, Orazio en
Artemisia Gentileschi of Annibale Carracci. Het is een lijn van rauwe
werkelijkheidsweergave, het leven zoals het is, door de Italianen evenwel
ingebed in de klassieke traditie.
Napels is rauw, hard en naakt. En leeft gevaarlijk op vulkanische grond. Van de
stadsjungle rond het kabelbaanstation Montesanto gaat het steil naar omhoog,
naar de rijkdom van de palazzo’s in de riante wijk Vomero. Door twee haltes van
elkaar gescheiden: de rijken boven op de riante heuvel van Sant Elmo, de armen
beneden in de gloeiende stadsketel. Het gaat nog altijd niet goed met Napels,
met de regio Campania, met de Mezzogiorno. Eén op de twee jongeren zit zonder
werk, en de frustraties laaien hoog op. In de homeostase van het Napelse verkeer
gaat geen dag voorbij zonder dat honderden disoccupati straten, pleinen en
knooppunten bezetten. De historische scheiding tussen het geïndustrialiseerde
noorden en het landelijke zuiden van Italië lijkt voor eeuwig en een dag
bezegeld.
Vanaf 1950 investeerde de centrale overheid met de oprichting van la cassa per
il mezzogiorno _ later gevolgd door het Svilupo Italia plan _ in de
industrialisering van het zuiden. Daarvoor trok men een denkbeeldige lijn onder
Rome. Terwijl de resultaten aan de magere kant bleven, springen de miskleunen
danig in het oog. In Bagnoli, een voorstad van Napels, staat al sinds de
sluiting in 1992 een staalindustrieterrein van 200 hectare te verkommeren. Ooit
waren er 20.000 mensen aan het werk.
De aanblik van de ex area Italsider met zijn ijzeren geraamten en huizenhoge
ommuring is hallucinant, omdat ze letterlijk over het strand tot in de zee
loopt, een parel aan de Golf van Pozzuoli. In het avondrood is het uitzicht op
het eiland Ischia allerlieftalligst, in niets onderdoend voor de veelbezongen
Golf van Napels die een steenworp verder ligt. Het besef dat hier geen andere
industrie dan de toeristische ontwikkeld had moeten worden, knaagt. De
aanbestedingen voor de opruiming van de verontreinigde zone leidden al tot een
broederstrijd tussen twee rivaliserende clans van de camorra, de Napolitaanse
variant van de Siciliaanse mafia. De arrestatie, in november 2002, van enkele
tientallen kornuiten, wekte bij niemand de illusie dat het met de ontwikkeling
van de Bagnoli-site nu wel los zou lopen.
IN OUD-CALABRIË
Na de aardbeving die in november 1980 Campania en Napels trof, en die 2750 doden
eiste, werd de heropbouw grotendeels ingepalmd door de camorra, verstrengeld met
bouwspeculanten en corrupte politici. De urbane verloedering van Napels kende
een hoogtepunt.
‘Het grootste probleem is het ingebakken cliëntelisme’, zegt Mirella Stampa
Barracco (60), doctor in de Engelse letterkunde, en samen met haar echtgenoot
gerespecteerd als oprichter van de stichting Napoli Novantanove, die sinds 1984
met succes voor de verdediging van het erfgoed van Napels en de Mezzogiorno
ijvert. Lange jaren verstoken van ook maar een cent stadssteun slaagde zij erin
om enkele van Napels’ belangrijkste kerken en monumenten te laten restaureren en
open te stellen voor het publiek. Dat deed ze in de eerste plaats om het
historisch zelfbewustzijn op te krikken ‘dat in Napels sinds de Tweede
Wereldoorlog compleet verdwenen was, alsof een sluier van rook en vergetelheid
over de stad neergedaald was.’ (Geallieerde bombardementen in 1943 hadden grote
delen van de stad en omgeving in de as gelegd).
Een topman van Martini & Rossi, door haar in de begindagen van ‘Napoli 99’ om
sponsorgeld gevraagd, zodat een tentoonstelling van Napolitaanse schilderkunst
niet alleen in Londen en Detroit maar ook in Napels kon doorgaan, antwoordde
haar vlakaf dat men ‘niet investeerde in een moeras, waar alles doodgaat’. De
Napolitaanse schrijver Raffaele La Capria zei haar: ‘Mirella, je gaat de jungle
te lijf met een klein mes.’
Het defaitisme week terug toen de eerste successen breed uitgemeten werden in de
media, en de Napolitanen hun eigen moois herontdekten. ‘De kerk van Santa Chiara
stond vlak voor hun ogen, en ze was zowaar hersteld door een stichting van
binnen de muren, niet van buitenaf. In Napels liepen niet alleen doders en
dieven rond!’ De bal was aan het rollen. In heel Italië deed de campagne mani
pulite tegen de smeergeldzee van de Tangentopoli de hoop op verandering groeien.
In de gemeenteraadsverkiezingen van 1993 haalde in Napels de democratische
kandidaat Antonio Bassolino het nipt van de postfascistische Alessandra
Mussolini. Daarop werd Mirella Barracco als vice-burgemeester voorgedragen, een
bewijs van waardering voor haar onverdroten inzet voor het patrimonium. In het
besef dat haar stichting, gedragen door haar eigen belangeloze inzet, dan ten
dode opgeschreven zou zijn, weigerde ze de baan. Ze redeneerde dat de ‘overheid
haar eigen boontjes moet doppen, en niet de enige dingen die werken meteen moet
binnenhalen’.
De gedreven angliste was trouwens al met nieuwe initiatieven bezig. In La scuola
adotta un monumento maakte zij vanaf 1992 de schooljeugd verantwoordelijk voor
het onderzoek, het welzijn en het tijdelijk openstellen van monumenten tijdens
de Napoli Porte Aperte-dagen. Opnieuw een voltreffer, die overal in Europa
navolging kende. Op Europees niveau aangewezen als projectleider, heeft ‘Napoli
99’ het recht om de anderen zijn methodologie op te leggen.
Weer weigerde Mirella Barracco op haar lauweren te rusten. De stad dokterde nu
een eigen restauratieprogramma uit? Des te beter. Met een Maggio dei monumeni
houdt Napels de schijn van een patrimoniumbeleid op (elk weekend in mei zijn
monumenten geopend die anders dicht zijn), maar Barracco bekroop het gevoel van
routine. Ze dacht aan de roeping van haar stichting, opkomen voor de hele
Mezzogiorno, niet alleen voor Napels. Zo zette ze haar zinnen op een Europees
project, een literair parcours door Oud-Calabrië, gebaseerd op de Grand
Tour-traditie van gecultiveerde lui in de 18e en 19e eeuw.
Met professor Giuseppe Merlino reisde ze twee jaar rond in het gebied, bezocht
allerlei places de charme, genesteld tegen bergruggen en onbezoedeld. De tendens
in de dorpen was om traditionele huizen te slopen en er onpersoonlijk nieuwe
voor in de plaats te zetten. Met afschuw bedacht Barracco dat na de schitterende
kust, die sinds de oorlog door een horror- architectuur aangetast was, nu ook
het platteland aan de beurt was. Een literair park in Calabrië, een eigentijdse
Grand Tour, verrijkt met de ervaringen van schrijvers van weleer _ onder hen
Maurice Maeterlinck _ moet niet alleen de toerist maar in de eerste plaats de
lokale bevolking zelf bewust maken van de grote waarde van het patrimonium. Als
Mirella Barracco iets aan haar Angelsaksische opleiding overgehouden heeft, dan
is het wel het diepe heritage-gevoel.
TWEE SICILIËS
Sommigen blijft de cultus van het erfgoed als een graat in de keel steken. Toen
Arianna Ziccardi (35) aan de universiteit van Napels haar studies in de
letterkunde van de oudheid en de archeologie afsloot, wijdde ze zich vol
enthousiasme aan researchwerk. Ze bestudeerde de organisatie van de Romeinse
handel en productie in Italië tijdens de eerste eeuw voor en na Christus,
bezocht internationale congressen, schreef artikelen bij de vleet. En toen was
de fut eruit. Of beter, ze zocht vergeefs het land af naar een instelling die
vrij onderzoek op het terrein van de menswetenschappen financiert. In Italië is
alleen werk voor wie zichzelf wil verkopen, besloot ze.
Ziccardi haalde een diploma in erfgoedmanagment, werkte in Rome bij een
Amerikaans bedrijf dat aan museummerchandising doet. Verhuisde naar Milaan, had
een baan in dezelfde sector. Ze baalde, wou terug naar haar eigen Napels. Niet
vluchten in archeologie, haar leven niet in musea doorbrengen. De naakte
realiteit onder ogen zien.
Arianna Ziccardi, fel: ‘Ik wil mezelf niet verkopen, ik wil culturele,
artistieke, muzikale evenementen organiseren voor een zo breed mogelijk publiek.
Mixed media-festivals voor jongeren die een snelle, complexe omgang met de
realiteit gewoon zijn. Het echte leren gebeurt niet op school. Receptiviteit
voor de realiteit aankweken. Maar ach, in Italië is geen plaats, geen werk voor
jonge mensen. Wij zijn een generatie met de benen afgesneden, en wie na ons komt
is niet beter af.’
Haar omgeving is altijd multicultureel gekleurd geweest. In Milaan opvallend
veel Amerikanen, mensen met een goede baan. Hier, in Napels ‘krijgen we alleen
mensen uit het zuidelijke deel van de wereld, gedwongen om hun land te verlaten,
Afrikanen vooral, en Zuid-Amerikanen. Mensen uit het vroegere Oostblok ook. Als
ze al een job vinden, dan is die slecht betaald, misschien genoeg om te
overleven. En zeker beter dan wat ze thuis hebben.’
‘Ik probeer altijd naar Napels terug te keren. Wie geboren is in deze stad aan
de zee met haar geuren en geluiden, keert er altijd naar terug. Eens te meer ben
ik er beland, met een boel ervaring en een sterke daadkracht!’ Ze lacht, heeft
echt kiespijn, en probeert ons de heuvel van Sant Elmo op te sturen. In het
kasteel Sant Elmo, vlakbij het prachtig opgekalefaterde kartuizerklooster San
Martino, loopt een tentoonstelling over het legendarische Living Theatre (tot
28.9) waarvoor ze in opdracht van de Fondazione Morra de communicatie verzorgt.
Maar dat kan wachten.
Waar zijn de vrienden uit haar Napolitaanse jeugd beland? De besten zijn weg, op
een paar juristen en dokters na. Haar broer, ingenieur, heeft in Rome werk
gevonden bij Andersen Consulting. Ex-burgemeester Antonio Bassolino, inmiddels
president van de regio Campania, heeft de stad een grote impuls tot verandering
gegeven. Maar de problemen, die zijn opvolger Rosa Rossa Jervolino erfde, zijn
diep ingebed in de culturele, sociale en economische context.
Het verhaal is eentonig: Napels heeft mafia. Veertig clans sterk, tweehonderd in
heel Campania. Dat is een erfstuk van de Spaanse heerschappij, het Koninkrijk
van de Twee Siciliës (!), toen huursoldaten zich organiseerden in gesloten
broederschappen om de bevolking af te persen, illegale handel te bedrijven, en
wat dies meer zij. De mafia infecteert elke ontwikkeling in de economie, handel
en diensten. Haar obscure macht gedijt in Napels door de hoge concentratie
ongeletterden. In de nauwe straatjes van het centrum met de krappe behuizing
krioelt het overdag van kinderen die eigenlijk op school horen te zitten. Hun
ouders, die het zelf niet zien zitten, verkiezen vaak dat hun kroost een cent
bijeenschraapt met allerlei louche handeltjes of in bars. Ze spreken geen
Italiaans, alleen slang, zodat het vinden van een normale job al helemaal
uitgesloten is.
Ze zitten in een getto, in een situatie die typisch is voor suburbia, voor The
Bronx in New York zeg maar. In Napels is het historische hart zélf de jungle,
een wereld zonder regels. Hun enige vorm van cultuur doen de straatjonkies op
via de televisie. ‘Dat is geen goede manier om cultuur te communiceren’, zegt de
gediplomeerde archeologe, die naar Napels teruggekomen is om een nieuw soort
spektakels te helpen creëren, in het bereik van iedereen. Bij voorkeur in de
open lucht, op de agora, waar het eigenlijke leven in de Mezzogiorno zich
afspeelt. Maar net zo goed, stel, in de musea, waar jonge performers
elektronische kunst en archeologie, internet en oude resten naar hartelust
kunnen mixen.
Zo’n nieuwe wind is al merkbaar in de cultuurtempels van de stad. In het Museo
Nazionale , het schitterende archeologische museum, loopt een retrospectieve van
Jeff Koons (tot 15.9). De hilarische, blinkende schilderijen en sculpturen van
de Amerikaanse post-pop-art kunstenaar, geïnspireerd op de fake wereld van de
massamedia, ontvouwen een iconische waarde die op een opwindende manier
dialogeert met de monumentale sculpturen van goden, godinnen, keizers en
supermensen uit de antieke tijd.
Storie da un’ eruzione, in hetzelfde museum, is een expo die de jongste
bevindingen van de archeologen in Herculaneum, Pompeji en Oplontis aantrekkelijk
eigentijds _compleet met een verbluffende multimedia evocatie van de noodlottige
uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus _ uit de doeken doet (tot 31.8,
vanaf 8.10 in Brussel). De laatste uren worden gereconstrueerd van individueel
geïdentificeerde burgers die op de vlucht sloegen en onder een wolk van as en
grijze puimsteen bedolven werden, of in hun huizen bleven en er verstikten door
de rook en de onmogelijke temperaturen. Hun bezittingen worden uitgestald.
VILLA DEI MISTERI
Het Museo Nazionale is, met zijn Pompejaanse muurschilderingen, onvoorstelbaar
frisse mozaiëken en zijn Geheime kabinet vol merkwaardige erotische objecten
sowieso een onuitputtelijke schatkamer. Het is de ideale aanloop voor een bezoek
aan de site van Pompeji zelf, ten zuidoosten van Napels, waar het belopen van
een volledige verdwenen stad met al haar functies een onvergetelijke ervaring
is. Geen Hollywoodse kostuumfilm weegt op tegen een dagwandeling door de hoofd-
en zijstraten, woonhuizen, tempels, markten, opslagplaatsen, restaurants,
theaters en arena, administratieve gebouwen en het bordeel van twee verdiepingen
in Pompeji.
De kostbaarste objecten en decoraties zijn naar het Museo Nazionale gebracht.
Nogal wat adressen zijn wegens restauratiewerken, vandalisme of gebrek aan
personeel dicht. Maar er blijft genoeg voedsel voor de gedachte dat wij perfect
in de wereld van de antieke mens zouden kunnen leven en sterven. De dappere
bezoeker zal een dosis geluk kennen. Wie weet zal hij ‘s ochtends moederziel
alleen de gave muurschilderingen in de Villa dei Misteri kunnen bekijken.
Schoorvoetend een verzonken vrouwelijke wereld betreden waar blikken, houdingen
en objecten in een onontraadseld gebleven ritueel gewikkeld zijn.
‘De Napolitanen hebben de levensfilosofie van de antieken. Als je kijkt, zie je
in Napels altijd levensvreugde en pijn, en de vraag: wat is het leven?
Melancholisch, maar niet triest. Alle dingen in Napels zijn sterk, krachtig, in
het antieke als in het nieuwe.’ Graziella Buontempo Lonardi (75),
secretaris-generaal van de Incontri Internazionali d’Arte , woont en werkt in
Rome. Elk weekend weer komt ze terug naar haar geboortestad Napels. ‘En ik vraag
me af, waarom? In Rome heb ik alles bereikt wat ik wil. Maar Napels is iets
anders. Napels, dat is de verità, de waarheid. Rome, dat is een constructie, van
de politiek, van de cinema, van de wetten, van de republiek, al die dingen. In
Napels is er niets van dat alles. Hier is het naakte leven en de pijn, omdat er
nog zoveel armoede is. Maar de armoede wordt met fierheid gedragen. Het is een
schitterende vindplaats voor kunstenaars. Ze komen er snuffelen, als honden. En
stuiten op ongelofelijke dingen. Kerken vol heidens spul.. Doodskoppen.
Massagraven. Ondergrondse labyrinten. Het beeld van de gesluierde Christus. De
Vesuvius. Napolitaanse jongens. Vrouwen. Rumoer. Kreten.’ |