|
|
Jan Braet
‘We hebben geen wachtposten in ons hoofd’
Kristalhelder beschrijft hij het traject van de geschiedenis van de ideeën
als een beweging van de innerlijke wereld naar de wereld buiten ons. Peter
Watson over zijn nieuwe boek ‘Ideeën’.
Het venijn zit in de staart. Lezers van zijn vorige boek Wrede Schoonheid
over de grondslagen van het moderne denken, wisten het natuurlijk al. Toch komt
het als een verrassing, na bijna 1000 bladzijden geschiedenis van de Ideeën
(uitgeverij Spectrum) te vernemen dat het ‘innerlijke zelf’ van de mens
zonneklaar niet bestaat. ‘Het punt dat ik wil maken is dat wanneer we naar
buiten beginnen te kijken, wanneer de wetenschap echt op gang komt, het leven er
in materieel en spiritueel opzicht op verbetert’, zo drukt Peter Watson het wat
vriendelijker uit, gezeten in het spiegelkabinetje van hotel Firean in
Antwerpen.
De ziel speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de ideeën. Zag men
al in de vroege tijden de ziel niet als een ander zelf dat tijdens de slaap zijn
eigen gang gaat?
PETER WATSON: Ik vermoed dat de idee van de ziel zijn oorsprong vindt in de
dromen. Ik droom niet veel, ik ben geen goed voorbeeld. Maar mensen die veel
dromen, maken vaak tochten. Dat kan de vroege mens het idee gegeven hebben dat
er in ons binnenste iets onstoffelijks zit. Omdat je je, tenzij je slaapwandelt,
bij het ontwaken op dezelfde plek bevindt als waar je ging slapen, vertrok een
deel van jezelf dus tijdens het slapen en kwam dan terug. En klaarblijkelijk is
de dood altijd een raadsel geweest voor de mensen. En totdat je een
wetenschappelijke kijk hebt op het leven, zal je een mystieke visie hebben op de
dood, en op wat er met mensen gebeurt als ze gaan. De vroege mensen waren daar
verdeeld over, lijkt me. Sommigen vonden het niet buitengewoon dat ze
doodgingen. Anderen vonden dat wél, en konden het niet aanvaarden.
De grote wereldreligies probeerden daar een antwoord op te geven.
WATSON: Ja. In mijn boek heb ik het over wat Karl Jaspers ‘de axiale tijd’
noemt. Hij zegt dat alle grote religies en ethische systemen van de wereld
verschijnen tussen ruwweg 650 en 400 voor Christus. Het judaïsme - waaruit het
christendom en de islam gevolgd zijn - de leer van Zarathoestra, de
Upanishad-vorm van het hindoeïsme, het boeddhisme, confucianisme, Lao Tse,
Menzius, al die mensen verschijnen dan. Jaspers brengt dat in verband met de
ontwikkeling van de steden. Op het platteland heb je boerengoden, van wie de
Moeder Aarde de dominante figuur is. Tijdens de axiale tijd worden de goden
veeleer mannelijk. Dat komt omdat de steden veel gebruiksvriendelijker zijn voor
mannen dan het platteland. Moeder moet thuis bij de kinderen blijven, de mannen
nemen de touwtjes in handen en dus veranderen de goden van sekse. En ten tweede
evolueert het leven in de steden van familiaal naar sociaal. Een heleboel mensen
zitten op elkaars lip en hebben dus een striktere morele code nodig. Vandaar dat
de verandering naar grote systemen zich in dat tijdperk voordoet.
Het boeddhisme lijkt de uitzonderlijkste religie. Boeddha was geen god en
geen profeet. Het leven is belangrijker dan het leven-na-de-dood.
WATSON: Van alle systemen denk ik ook dat het boeddhisme in veel opzichten
het zinnigste is. Het is het minst mystieke, het heeft niets te maken met
mirakels of onwaarschijnlijke oorsprongen. Het gaat echt om hoe je een goed mens
moet zijn, en de zin daarvan is dat iedereen er baat bij heeft: het maakt
samenleven in de steden gemakkelijker. Dat geldt ook voor het confucianisme. De
oosterse systemen zijn in velerlei opzicht zinniger dan die uit het
Midden-Oosten, die later de westerse systemen zouden worden.
In de wereldliteratuur ziet u Homerus de ‘eerste moderne verhalen’ schrijven,
maar op de ‘uitvinders van de moderne psyche’ is het wachten tot de 17e eeuw,
met Shakespeare en Cervantes. Hoezo?
WATSON: Cervantes en Shakespeare zuigen zeer duidelijk dingen uit hun duim,
ter lering en vermaak van de mensheid. Homerus daarentegen denkt dat hij de
waarheid, dat hij geschiedenis schrijft. Hij gelooft dat zijn personages bestaan
hebben. En hij probeert er een les uit te trekken: de Grieken maakten mensen tot
goden of dachten dat buitengewone mensen buitengewoon waren omdat ze goden
waren. En ze schreven het neer als een manier om het te bevatten. Wij kunnen
Homerus en Shakespeare op dezelfde manier lezen, maar dat is niet zoals ze
geredigeerd of ervaren werden in hun tijd. Homerus nu was modern in de zin dat
zijn personages goede naast slechte eigenschappen hebben, tegenslagen en
mislukkingen kennen net zoals in het echte leven. Ze zijn bijna zo reëel als de
lui op de Griekse vazen, die door en door menselijk zijn. Ze lachen, ze wenen,
ze zitten vol listen en lagen. De Grieken idealiseren de mensen niet op hun
vazen. Ze tonen mensen bij de waterput, wassend, mensen in de gieterij, spelende
kinderen, honden rukkend aan hun leiband.
‘Een cruciale stap in de westerse beschaving’, zo noemt u het Romeinse recht.
Was de Griekse democratie er dan van verstoken?
WATSON: In Rome wordt het meer gecodificeerd. Zelfs de keizer staat niet
boven de wet. En we weten er veel meer over. Het Romeinse recht heeft onze
levens meer gemodelleerd dan enig welk ander recht. Je krijgt de ontwikkeling
van advocaten, zoals Cicero. De wet en het recht krijgen een abstracte
kwaliteit. In Rome ontstaat de wet als een stel regels die op iedereen van
toepassing zijn, los van de ene of andere heerser of klasse.
U behandelt ook de regressies in de ontwikkeling van ideeën. Waren de
Arabieren nu al dan niet verantwoordelijk voor de verwoesting van de
wereldbibliotheek in Alexandrië in de zevende eeuw?
WATSON: Er was een brand in Alexandrië, in de hoofdbibliotheek of in het
Serapion, de tweede bibliotheek. Toen de Arabieren Alexandrië bezetten was er
alleszins een bibliotheek die ze in brand konden steken. Het staat in elk geval
vast dat wat er zich in Alexandrië bevindt, op zeker ogenblik verdwijnt. Een der
interessantste projecten die men nu kan aanvatten is de opgraving van de resten
in de Villa dei Papyri bij Pompeji, waar een bibliotheek zou zijn die kopieën
van verdwenen klassieken bevat.
Zo’n brand was een ongeval. Maar op dat moment bloeiden de ideeën toch al
niet meer als tevoren? In het Rome van de 4e eeuw zouden nauwelijks boeken
geweest zijn.
WATSON: Je krijgt een uitgesproken verschil tussen Israël, dat geobsedeerd
is door één boek, en klassiek Griekenland dat er veel heeft: boeken over
wetenschap, filosofie, spelletjesboeken en geschiedenisboeken. En tegen de
Romeinse tijd is er een overvloed aan boeken. Wat er duidelijk gebeurd is, is
niet alleen dat de Vandalen die Rome in de as leggen, het aantal bibliotheken
van 29 tot 1 terugbrengen. Ook de opkomende christenen zijn, net zoals de joden,
slechts geobsedeerd door één boek. En ze houden zich bezig met het produceren
van literatuur over dat ene boek. De klassieken worden over het hoofd gezien,
men denkt dat ze er niet toe doen. Gelukkig zijn de Arabieren, die mogelijk de
slechteriken waren in Alexandrië, de helden in Bagdad. Een verlichte kalief
beseft daar dat er heel wat wijsheid voorhanden is, hij probeert die te behoeden
en slaagt daar tot op zekere hoogte in.
Waarom blijft u de controversiële term ‘duistere middeleeuwen’ gebruiken?
WATSON: De echte ‘duistere middeleeuwen’ liggen tussen de 6e en de 9e eeuw.
Het is geen geheim dat er geen munten meer geslagen worden, havens slibben
dicht, er worden geen nieuwe wegen gebouwd, het reizen verslapt, de
administratie van het Romeinse Rijk ligt op apegapen. En er wordt zeer weinig
geschreven. De grote filosofische scholen gaan een voor een dicht, de oude
onderwijscentra rond de Middellandse Zee ook. Het lijkt me dat de Kerk een deel
van de verantwoordelijkheid draagt, in de zin dat ze probeert zichzelf te
bevestigen. En de methode voor cultuuroverdracht in die tijd is het
kloosterwezen. De kloosters liggen op het platteland, weg van de grote centra.
En onderwijzen gaat vooral van man tot man, een oude monnik aan een novice.
Hoewel het leren dus in leven blijft, komt het nauwelijks tot bloei. Het is de
grote tijd van het kopiëren.
Van originele ideeën valt niet veel te bespeuren?
WATSON: Nee. Men kopieert de Bijbel, men becommentarieert hem. Er zijn geen
grote astronomische studies of natuurwetenschappen. De duistere middeleeuwen
kennen geen equivalent van Plinius’ natuurlijke historie, van Hesiodus’
theogonie, of van de grote wiskundige traktaten van de Grieks-Indische wereld.
Daarom bezoek ik in mijn boek India, China, de moslimwereld tijdens die eeuwen,
omdat daar meer aan de hand was.
Zo zorgen de Arabieren in de 6e eeuw voor de eerste geschreven poëzie, de
Qasidah.
WATSON: Dat is een soort ode in de Arabische wereld, waarvan gezegd wordt
dat ze het ritme heeft van de kameel die zich door de woestijn voortbeweegt. Ze
vertelt het heroïsche verhaal van een held die, onvermijdelijk, vertrekt voor
een lange tocht, wonderlijke dingen ziet, een soort mystiek-religieuze ervaring
ondergaat en zijn boodschap aan de man brengt. Gebracht als poëzie, maar
eigenlijk verhalen halverwege tussen feit en fictie. De geschiedenis van de stam
omvattend, zo u wilt. Elk jaar was er een festival waar al de grote gedichten
gereciteerd werden, en prijzen uitgeloofd. Dat gebeurde bij de Zwarte Steen, nu
het centrale schrijn van de islam in Mekka. Die traditie bestond lang voor de
islam. Dichters hadden een buitengewone macht in de vroege Arabische wereld. Ze
waren de bewakers van het collectieve geheugen. Het was hun taak om die
gedichten in herinnering te houden, want ze waren hoogst belangrijk voor de
cohesie van de stam.
In hun beeldend denken beschikten ze over de arabeske.
WATSON: Dat is een hele mooie verwezenlijking van de Arabische of
islamitische kalligrafie. Het enige mirakel in de islam is dat god tot Mohammed
sprak, die het woord dan dicteerde. De islam bekijkt de wereld als gemaakt door
god, en daarom kan de wereld niet verbeterd worden. Een kunstenaar in de
islamitische wereld, een orthodoxe moslim, kan dus de schoonheid van God niet
verbeteren. Hij kan alleen opsmukken wat al mooi is. Onder de religie kan de
arabeske geen betekenis hebben, het is alleen een versiering om de schoonheid
van gods wereld te begeleiden.
Vonden de Arabieren tijdens onze ‘duistere middeleeuwen’ ook niet de apotheek
uit?
WATSON: Ze ontwikkelden de geneeskunde, de apotheek was daar een
nevenproduct van. Ze ontwikkelden het ziekenhuis, hadden zelfs speciale
afdelingen. Een afdeling voor zwangere vrouwen, een voor orthopedische
patiënten, en nog een andere voor krankzinnigen. Ze begonnen ziekte te
systematiseren in een tijd dat de christenen dachten dat bidden het beste was
wat je bij ziekte kon doen. De Arabieren waren toen voorop.
In de renaissance keert het licht weer in Europa. U beschrijft Niccolò
Machiavelli als de eerste sociale wetenschapper en de eerste ervaringsdeskundige
in de politiek.
WATSON: Ik geef toe dat niet iedereen dat zou zeggen. Maar hij observeerde
mensen op een accurate manier in een politieke context, en hij beschreef hoe ze
zich gedragen, niet hoe de Kerk wil dat we ons gedragen of hoe we denken dat we
ons gedragen. Niet voor de eerste keer in de geschiedenis is dat een triomf van
het realisme. Hij beschrijft iets wat absoluut juist is, en daarom is hij
vandaag nog springlevend. Nu had hij geen vreselijk succesvol leven. Zoals je
weet diende hij in Florence onder een monarchie, een republiek en een
oligarchie, en werd hij uiteindelijk verbannen. En het was in ballingschap dat
hij zijn boek schreef, maar hij had ervaring genoeg opgedaan om alles tot een
eenheid te brengen. Hij houdt ons een spiegel voor. Wie in grote organisaties
werkt, weet dat er zoiets bestaat als office politics: je moet aardig zijn voor
wie de macht heeft, je ondergeschikten moeten aardig zijn voor jou. Hij was de
eerste om daar de vinger op te leggen. Zijn tweede bijdrage betreft het
staatsbelang. Hij zegt dat de staat andere regels heeft dan individuen. Het is
de staat veroorloofd om te liegen, als het in zijn belang is. Dat is iets heel
plausibels maar in het Verenigd Koninkrijk zijn we nog altijd erg in beslag
genomen door de vraag of premier Tony Blair zich een weg naar de oorlog gelogen
heeft. Ik bij voorbeeld denk van wel, en ik kan hem dat nooit vergeven. Ik denk
niet dat het in het belang van de staat is om je een weg naar oorlog te liegen.
Zou ik anders denken als we een makkelijke overwinning hadden geboekt? Mogelijk.
Onder de filosofen die u de revue laat passeren, valt vooral Giambattista
Vico op. U noemt hem de meest onderschatte filosoof van allemaal. Waarom?
WATSON: Hij beschreef wat ik in mijn boek ‘de moderne incoherentie’ noem: we
hebben twee manieren om naar onze wereld te kijken, en ze zijn onverenigbaar. De
wetenschappelijke wereld, en de wereld van de romantici, de kunstenaars
enzovoort. Dat zijn twee onverzoenlijke projecten die twee verschillende soorten
van kennis produceren. Je kunt naar binnen kijken en je kunt naar buiten kijken.
Vico zag dat heel duidelijk in. En hij zei: ‘We kennen ons innerlijk leven beter
dan wat dan ook, en daarom is dat zeer belangrijk.’
Hij zei ook: ‘De kennis van wat we zelf gemaakt hebben, is betrouwbaarder dan
onze kennis van de natuur.’
WATSON: Ik denk dat hij zich vergiste. Maar ik beken dat hij de eerste was
om de vinger op die dichotomie te leggen.
Loopt er geen koninklijke weg van Vico naar Herder en de Duitse Romantiek?
WATSON: Zeker. Daarop doorgaand zou ik dit willen zeggen: hadden jij en ik
dit gesprek op het einde van de negentiende eeuw gevoerd, dan hadden we aanvaard
dat de roman, de muziek, filosofie, poëzie en schilderkunst eenzelfde aanspraak
op de waarheid kunnen maken als wetenschap, recht, politiek enzovoort. Ik geloof
dat het gezag van de kunsten, en tot op zekere hoogte van de filosofie, in de
20e eeuw ineengestort is. Vooral de kunsten zijn nu louter entertainment
geworden. We verwachten er niet meer van dat ze ons enigerlei waarheid geven
waarover we het eens kunnen zijn. En we moeten het stellen met wetenschap, recht
en politiek - religie weet ik niet, dat is elke mens voor zichzelf. Dat zijn de
vormen van kennis die we nu accepteren, waarop we ons leven baseren. Dat is de
grote verandering die gebeurd is. Tot op zekere hoogte is de ‘moderne
incoherentie’, correct door Vico geïdentificeerd, bezig met zichzelf op te
lossen. Er zal tijd overgaan, maar moderne kunst is incoherent omdat ze niets te
zeggen heeft. Moderne klassieke muziek is bijna verdwenen, en heeft heel weinig
te zeggen.
Een subjectieve opvatting. De arabeske had ook niets te vertellen.
WATSON: Ik accepteer dat het een subjectieve visie is. Het enige wat ik u
wil laten overwegen is dat u en ik honderd jaar geleden veel ambitieuzer zouden
geweest zijn in onze aanspraken voor de kunsten. We zouden hebben verwacht dat
Gustav Klimt, Thomas Mann of Robert Musil schitterende inzichten leverden in
onze wereld. En verwachten we zoiets vandaag? Ik durf het te betwijfelen.
Probeerde men een eeuw geleden niet om de dichotomie op te heffen tussen de
wetenschappelijke en de poëtische visie op de wereld, door van ‘het onbewuste’
een voorwerp van wetenschap te maken?
WATSON: Ja. In de geschiedenis van de ideeën zie ik dat als de ultieme
synthese die, was ze succesvol geweest, de allergrootste verwezenlijking zou
geweest zijn. Want wat Sigmund Freud eigenlijk probeerde te doen, was
wetenschappelijk te zijn over het innerlijk leven, en een concept te
introduceren dat hij uit de biologie dacht te kunnen afleiden. Ik ben daar zeer
sceptisch over. Ik denk niet dat er zoiets bestaat als ‘het onbewuste’, een ‘Id’
of een ‘ego’ of wat dan ook.
Freud schreef dat het ego tijdens het dromen als een schildwacht is die op
zijn post is ingedommeld. Komt dat niet in de buurt van de oude notie van de
ziel als een tweede zelf dat tijdens het slapen zijn gangetje gaat?
WATSON: Ja, aboluut. Dat is mijn punt. Een op zijn post in slaap gevallen
schildwacht is een poëtische waarheid. We hebben geen kleine wachtposten in ons
hoofd, die er in hutten slapen, nietwaar? Als ze er waren, had iemand ze wel al
opgemerkt. Freud gebruikt een metafoor. En in wetenschap zijn metaforen niet
goed genoeg. Je moet beschrijven wat je observeert. Maar het is een interessant
punt. De ziel belichaamt een idee wat men in de middeleeuwen de homo duplex
noemde: binnen in onszelf zit een ander en vaak beter persoon, op weg naar het
paradijs, naar het koninkrijk der rechtvaardigen en onschuldigen. Bij Freud werd
de ziel geseculariseerd, en mensen die in psychotherapie of psychoanalyse gaan,
hopen in contact te komen met het andere, hun betere zelf in de hoop om
gelukkiger te worden. Ik denk dat dit een dwaalspoor is, maar ik erken dat vele
mensen vinden van niet.
Wie schildwachten te poëtisch vindt, zwaait vaak met ‘chemische processen in
de hersenen’ en komt geen stap verder. Depressies, melancholie, worden er niet
diepgaander door verklaard.
WATSON: Niet verklaard, maar wel genezen. Met pillen. Sommige vormen van
melancholie welteverstaan. Het is dan wellicht geen symbolische maar
fundamenteel een fysieke aandoening van de scheikundige stoffen in de hersenen.
Het is onwaarschijnlijk dat je door naar binnen te kijken iets zult vinden dat
filosofen of dichters in vijfduizend jaar tijd niet hebben gevonden. Door naar
binnen te kijken heeft nog niemand iets gevonden waaruit we algemene conclusies
kunnen trekken. |