Writers

<< BACK TO NADIA NAVEAU

 

 

 

 

Jeroen Olyslaegers


ROMAN RIOTS


Wanneer Nadia Naveau een monument maakt, mag je verwachten dat het woord ‘monument’ immer het woord ‘moment’ in zijn buik draagt. Haar werk gaat wat mij betreft over transformatie, een transformatie die zich voor onze ogen lijkt te voltrekken, alsof de beelden leven, alsof het proces dat de kunstenares met haar knedende handen op gang heeft gebracht nu op eigen houtje wordt verder gezet door de beelden zelf. Het ademt, het beweegt. Hier en daar stollen er dingen, nemen ze een vorm aan, worden ze receptief en ontvangen ze onze blik. Maar zodra we een stap achteruit zetten, bewegen ze opnieuw; worden ze actief en ontglippen op een magische manier aan ons kijken. Haar beelden en beeldengroepen slingeren zo gracieus tussen het monumentale en een momentopname.

Roman Riots, het beeld dat ze voor deze tentoonstelling heeft gemaakt, is een meesterwerk, omdat ze zich hier meet met de Meesters of beter: de restauratie van de Meesters, wat ons nog rest van hun werk. Het is gebaseerd op een beeldengroep die ooit de tempel van Zeus verfraaid heeft en nu slechts gedeeltelijk in een reconstructie te bewonderen valt in Griekenland. Het beeldt de zogenaamde Centauromachie af, de strijd tussen de Lapithen en de Centauren. Ovidius heeft het in het twaalfde boek van zijn Metamorphosen over een compleet uit de hand gelopen huwelijksfeest waarbij de Centauren, half man half paard, niet meteen goed tegen de grote hoeveelheid wijn kunnen en in dronken razernij de bruid en alle andere aanwezige vrouwen proberen te verkrachten. De gereconstrueerde beeldengroep van de tempel van Zeus stelt Apollo centraal die met opgeheven arm de orde probeert te herstellen. Hij vormt de verticale as van het beeld. Links naast hem staan de Lapithen, rechts de Centauren, samen geschikt op de horizontale lijn. Nadia geraakte gefascineerd door de monumentaliteit van het beeld, of beter gesteld: door de gereconstrueerde monumentaliteit er van. Omdat er behoorlijk wat stukken ontbreken hebben de archeologen een metalen raderwerk aangebracht die de verschillende delen en brokstukken bij elkaar houdt en de beelden tot een beeldengroep smeedt. Het is dat raderwerk dat ook Roman Riots structureert terwijl elk beeld van dit monument verwijst naar de originele beeldengroep. Hier wordt de structuur de sokkel en bepaalt op die manier het spel van vormen en lijnen. Ovalen en cirkels worden er aan toegevoegd en zo wordt het organische met het strakke afgewisseld. Nadia blijkt deze geërfde structuur te gebruiken om haar eigen beeldentaal te vervolmaken. We zien het voor onze ogen gebeuren, twijfelend en kantelend tussen moment en perspectief, tussen traditie en eigenzinnigheid.

Van bij het begin introduceert de kunstenares hierbij een reflectie over monumentaliteit en over de traditie en haar mythen en wat ons daar nog van rest. In tijden waar elke geschiedenis als een reconstructie wordt beschouwd en waar de godenwereld en de mythen van de Oude Grieken ogenschijnlijk geen rol meer spelen is dat op zich al een fascinerend statement. In zekere zin is het werk van de romein Ovidius ook al een reconstructie. Zijn Metamorphosen vervlechten zich met de traditie van de Grieken en ze vormen een van onze belangrijkste bronnen over een denken dat al in de tijd van de Romeinen begon te vervagen. Maar ook de Centauromachie als beeldengroep lijkt met de ordebrengende Apollo een ode aan de rationaliteit te brengen, verheven boven al die fabeldieren, die dronkenschap en chaos. Misschien was dat dus ook dat al een terugblik, en verwijst de horizontale as met al die bezopen Centauren naar de tijd van de ‘white goddess’ waar de dichter Robert Graves zoveel over geschreven heeft, de tijd ‘toen de dieren nog spraken’, en vormt het op de horizontale as met Apollo in het midden een triomf van de nieuwe periode waar ratio en logica uittorenen boven het gewemel van al dat irrationele beesten. Misschien bestaat elk omgaan met de traditie van bij het begin wel uit reconstructie en transformatie.

Dat lijkt Nadia Naveau in ieder geval te suggereren. Haar Apollo heeft een motorhelm op, klaar om met een Formule 1-wagen weg te scheuren als een moderne gladiator. De sokkel onder Apollo wordt bij haar de voorkant van een ouderwetse Rolls Royce die dan tijdens het werkproces verder is getransformeerd. Rechts krijgt een centaur een ouderwetse duikhelm op en brengt zo bij deze schrijver Jules Verne in herinnering met zijn 20.000 mijlen onder zee. En in het midden van de linkerkant zien we cartoonfiguur Popeye, de Heracles of Hercules uit de twintigste eeuw, die bij het boetseren zelf uit de materie is gekomen, zichzelf bij wijze van spreken geboetseerd heeft, zichzelf opdringt. Strijd en avontuur worden afgebeeld, brood en spelen, een meer ‘Romeinse’ kijk op de Griekse oudheid. A real ‘roman riot’.
Wie het werk van Nadia Naveau kent kijkt niet meer verbaasd op bij het vloeiend samengaan tussen ‘klassieke’ motieven en cartoonbeelden. In haar oeuvre wemelen Marge Simpson, geile cowgirls, de Kerstman uit een oude Coca Cola-advertentie en andere fabeldieren uit de mediacultuur. Maar hier krijgen ze nog een diepere betekenis; ze meten zich niet alleen met de Oudheid, maar laten zich transformeren en vertalen in een eindeloze loop. In een zekere zin vormen ze resten van het klassieke Griekenland, als visuele oprispingen van een ver maar misschien wel permanent onverwerkt verleden, iets dat komt spoken wanneer je een archeologisch museum bezoekt of Ovidius leest. Ze zijn geen cynische reflectie op de dolle, permanent versnelde tijd die de onze is en ze vormen evenmin een of andere milde satire. Ik zie vooral levensvreugde, een ode aan het scheppen en de verbeelding.

En de kleur van Roman Riots maakt het feest compleet. Nadia kan behoorlijk onverschrokken zijn in haar kleurkeuze. Zij is de enige beeldhouwer van wiens werk ik in mijn buik zou willen opslaan, die mij doet verlangen naar snoepgoed, taarten en nog meer zoetheid. Wat zij hier met kleur teweeg brengt roept andere sensaties op. Wit aan de voorkant, hemelblauw aan de achterkant. Dit werk zal zinderen in de zon. Het is Griekenland in zekere zin; maar dan als een collectieve hallucinatie. Het onderscheid tussen voor- en achterkant mag misschien als een knipoog gelden naar sensuele dagdromen, naar een Zuid-Europa waar witte beelden tot leven komen in een zinderende hitte, onder een permanent en keihard blauw.

Wie hier naar kijkt riskeert een trip door tijd en ruimte, een tijd waar de (fabel)dieren nog spraken en beelden levend werden. Wie hier naar kijkt blijft kijken, beleeft het moment, hoopt misschien dat er een nieuwe mythische transformatie voor zijn of haar eigen ogen voltrekt. Wie naar dit monument kijkt, maar dan écht goed kijkt, wordt misschien wel zelf getransformeerd.

TOP