Koen Deprez

<< BACK TO KOEN DEPREZ

 

 

 

 

 

Het Märklin-diamantje

 

Twee jaar geleden heb ik me aangesloten bij ‘Das Abendland’, een club voor liefhebbers van speelgoedtreintjes. De laatste tijd heb ik een gevoeligheid ontwikkeld voor schaal. Problemen die het uitvergroten of samendrukken van dingen met zich meebrengt is iets waar je bij ons in de club een bijzondere affiniteit mee krijgt. De club is niet enkel uitgegroeid tot een vereniging voor mensen die bezig zijn met modelbouwtreintjes. Ook filosofische thema’s die het rechtstreekse gevolg zijn van het spelen met treintjes worden niet uit de weg gegaan.
   Maar uit de hobby is stilaan een paradox gegroeid.
   Op de werkvloer in de club kan het neerzetten van een glas met water nabij het treinspoor-op-schaal stof voor discussie opleveren. Dankzij de omgeving waarin het is geplaatst, verandert het in een watertoren. Een spoorwegberm waar een schrijfpotlood is ingerold, wordt onmiddellijk een pijplijn. Het fabrieksmerk ‘Staedtler Mars & Lumograph’ is duidelijk te lezen. Het fluitje van de treinconducteur in het miniatuurlandschap wordt zo een bezinningsoord. Om de stilte binnenin te bewaren, kaatst het chroom aan de buitenkant de omgeving terug.

* * *

Deze namiddag zal uit het rangeerstation van ons treinspoor-op-schaal een tenderlocomotief vertrekken met een uitzonderlijk diamanttransport aan boord. Een dasspeld in de vorm van een adelaar zal via onze spoorlijn worden vervoerd. De eigenaars van het zeldzame juweel hebben via het secretariaat van de Modelspoorfederatie contact opgenomen met onze club. De inhoud van het doosje van 15 x 4 x 2 centimeter spoort vandaag vanuit ‘Das Abendland’ naar Frankrijk.
   De dasspeld dateert van 1831 en heeft een kop in de vorm van een adelaar. Het oog van de gouden roofvogel is een rode diamant. Zelf zit het beest vastgeketend op een stok. Om niets aan het toeval over te laten, ligt de dasspeld ingeklemd tussen twee schokvrije vormen. Het voorwerp is klein en bijzonder zeldzaam. Voor diamantairs op zoek naar iets speciaals, bezitten kostbare diamanten de kwaliteit om een nieuw koperspubliek aan te trekken. De man die ons het familiestuk heeft toevertrouwd, een groot kenner van dasspelden trouwens, heeft weet van twee gelijkaardige stukken. Beide exemplaren bevinden zich al geruime tijd in Europese collecties, die toebehoren aan privé-verzamelaars van diamanten juwelen. Een derde
dasspeld is nu dus tijdelijk bij ons terechtgekomen.

Het oorspronkelijke lokaal van ‘Das Abendland’ is in Zimmer gelegen, een klein bergplaatsje op de grens van Duitsland en Frankrijk. Ten gevolge van onze almaar groeiende bekendheid raakte ‘Das Abendland’ veel te krap behuisd. In het plaatsje Chambre, net over de grens, heeft de club nu nog een huis gekocht. Het nieuwe lokaal, heel praktisch, grenst aan het clubhuis van Zimmer. De dubbele scheidingsmuur tussen de beide clublokalen valt meteen samen met de grens tussen de twee landen.
   Veel Fransen waren al langer lid van onze vereniging maar drongen toch aan op een eigen ruimte net over de grens. Het spoorwegjargon en de procedures die bij ‘Das Abendland’ worden gehanteerd, zijn nog altijd in het Duits opgesteld - dat is vroeger overeengekomen bij de oprichting van de club net na de oorlog. De eerste generatie Fransen waren geannexeerde landgenoten en dus deden er zich geen taalproblemen voor. Maar met de nieuwe Fransen over treintransporten praten leidt geregeld tot hilarische situaties. Een aantal ongevallen op de lijnen ‘Speciaal Vervoer’ zijn beslist te wijten aan een onvoldoende beheersing van de Duitse taal.

* * *

Binnen onze club beschouwen we Mathias Krüger, een dertiger, al jaren als onze beste machinist. Hij rijdt al geruime tijd op de dienst ‘Speciaal Vervoer’. Dankzij mijn ervaring als hulpmachinist krijg ik nu de gelegenheid om Mathias bij te staan. Om de rit van Duitsland naar Frankrijk mogelijk te maken, hebben we in de scheidingsmuur tussen de beide clublokalen een groot gat in de vorm van een tunnel gehouwen. De gemeenschappelijke dubbele muur is doorboord, zonder toestemming van de twee landen overigens. Het gat in de muur is, schat ik, zo’n zestig centimeter diep. De spouw, die smalle open ruimte tussen de beide muren, zou op schaal een duizelingwekkende kloof voorstellen van tien centimeter maal tweehonderdtwintig. Het tunnelgat was nog niet helemaal afgewerkt, maar het geld was bij elkaar gebracht om de muur in de zomer bij te pleisteren. Een landschapschilder kon wat later het hele vlak overschilderen. Een panoramisch bergmassief met besneeuwde toppen genoot onze voorkeur.
   Het dasspeldje met de geketende adelaar wordt zorgvuldig uit zijn bewaarkistje getild en voorzichtig op het terrein van het rangeerstation neergelegd. Dezelfde kraan hijst het kostbare voorwerpje op de wagon. Het precies plaatsen van het wonderlijke stuk handwerk gebeurt trapsgewijs. Van de ene schaal in de andere terechtkomen verandert de aanblik van de dasspeld. De kleine adelaar, het sluitstuk van het juweel, ondergaat een volledige transformatie. Het oog van de vogel, daarnet nog een sierlijk elementje in de kop, wordt op de wagon een monsterlijk rood licht, gericht op Frankrijk. Wat voor de club in Zimmer een transport in de betekenis van een culturele overdracht is, kan aan de overzijde begrepen worden als een provocatie aan het adres van Frankrijk.

Het is wachten op een teken om in de positie van de pijl het startsein te herkennen.
Krüger verlaat het rangeerstation: hij rijdt met de concentratie van een bezield kunstenaar en de drieste zekerheid van een groot vakman. Uit zijn hologige blik zou een buitenstaander kunnen concluderen dat hij aan iets anders denkt, maar ik weet dat hij de spoorlijn, de bovenlijn en ieder detail van het ons tegemoet snellende landschap in één blik al helemaal omvat. De rook die onze clubleden op verschillende plaatsen van het traject hebben gemaakt, wordt door de voorbijsnellende trein en de stuurmanskunst van Krüger vermalen, zo lijkt het. Hoe dichter de locomotief met zijn kostbare lading de grensmuur nadert, hoe meer de wolken over zichzelf heen tuimelen. Krüger jaagt de locomotief voort met de regulator aan het mengbord wijdopen en de stuurstang in de hoogste stand. De locomotief stuift met de adelaar in zijn nek onverstoorbaar op zijn doel af. Krüger is zichtbaar in de ban van dit schouwspel: hij buigt zich ver voorover, tuurt naar de trein met de vogel, die op een almaar dikker wordende wolk voor de muurtunnel afstormt. Nu schitteren zijn ogen gefascineerd. Het besef dat hij deze locomotief veilig door de kunstmatige mist kan loodsen, ja, dat vervult hem met een titanische trots.
   Het zicht vanuit de locomotief is nu gereduceerd tot nul centimeter. Ik start uit veiligheidsoverwegingen de dynamo onder de tafel. De oranje noodverlichting van de tunnel knippert en blijft dan branden. De locomotief stort zich met een sissend geluid, zoals enkel schaalmodellen dat kunnen, in de duistere holte van de tunnel… maar dan wordt hij totaal onverwacht met lading en al… ssscriiiiiiiiiiiiiiiiiiitssssssssssssssssssssschhhhhhhhhhh… tegen de zijkant van de tunnel geblazen. De tijd waarin de trein tot stilstand komt, voelt aan als de werkelijke duur gedeeld door de schaal van de trein. Een seconde gaat dus tweehonderdtwintig keer sneller dan gewoonlijk. De clubleden, die het allemaal met grote verbazing hebben zien gebeuren, haasten zich naar het tunnelgat. Daar horen ze nog net het fladderende geluid van een hese wind in de spouw verdwijnen. En dan… dan helemaal niets meer.
   Ongetwijfeld ligt de locomotief nu al op Frans grondgebied, gekanteld langs het spoor,
terwijl de wagon met de adelaar volledig in het zestig centimeter diepe gat van de muur is verdwenen. De rook, die voor zoveel spektakel heeft gezorgd, lijkt in onschuld opgelost. Nu wordt de schade aan het spoor zichtbaar. En oo, wordt zichtbaar dat de adelaar is verdwenen. Enkel de naald en een deel van de ketting, dat nog wat naschommelt van de klap, zijn achtergebleven als stille getuigen. Dit moet de grootste catastrofe zijn die de club ooit is overkomen.

     * * *

In het rapport dat de club heeft opgesteld, over oorzaak en gevolg van de ramp en de verdwijning van de adelaar, staat in het korte maar krachtige besluit dit te lezen:

De turbulentie van de aangemaakte rook, de luchtverplaatsing van de trein in de tunnel en een onverwachte windvlaag in  de spouw heeft er waarschijnlijk voor gezorgd  dat het hele transport stuurloos werd, ontspoorde  en zo tegen de zijkant van de tunnel botste. De adelaar moet door de schok  in de diepte van de spouw zijn gevallen.

Enkele dagen na de catastrofe hebben wij, onder grote druk van de woedende verzamelaar, besloten om beide huizen steen voor steen af te breken, op zoek naar de adelaar. Maar we hebben geen spoor van het diamanten sierobject gevonden. De adelaar schijnt voorgoed in de metafysica van de spouw te zijn verdwenen.
   De schim van de roofvogel, die achter de tenderlocomotief iets reusachtigs voorstelde, zweeft hier op het stoffige bouwterrein, tussen aan- en afrijdende vrachtwagens, gevuld met puin, nog boven ons hoofd. Maar door het afbreken van onze beide clubhuizen is ook het conflict met de wisselende schaal weg. De paradox is verdwenen en daarmee ook de zin om er nog verder over te praten.

 

 

 

   
   

TOP