Koen Deprez

<< BACK TO KOEN DEPREZ

 

 

 

 

Moniek E. Bucquoye

 

LE BIFTECK ET LES FRITES (NL)
    
De inrichting van het restaurant Michel, dat zopas zijn eerste Michelin ster heeft binnengehaald, laat de pietluttigheid van de fancy interieurinrichtingscène voor wat ze is. Architect Koen Deprez probeert er een eigen verhaal te vertellen. Geen verhaal over inspraak, technologie of creativiteit maar over semiotiek en logica. Hij pakt tegelijk het labyrintische én het overzichtelijke aan, nu eens speels en dan weer streng, grijpbaar en diafaan. Het is een concrete en functionele inrichting, enerzijds mateloos vertrouwd en anderzijds fascinerend en gevarieerd. Precies daarin ligt in de eerste plaats zijn uitzonderlijkheid en vanzelfsprekendheid.

Net als de Franse taalfilosoof  Roland Barthes (1915-1980)  analyseert Koen Deprez binnen het project Michel de alledaagse beelden en producten uit de gewone eetcultuur. Hij erkent dat wat in het blikveld komt of aangeraakt wordt door de mens niet alleen een uitdrukking krijgt via de taal maar ook met een betekenis wordt geladen. Uit zijn gesprekken met de sterkok Robert Van Landeghem weet hij dat de relatie tekengever tekenontvanger heel symbolisch is geladen in de eetcultuur. By the way: architectuursemiotiek is niet nieuw, maar de manier waarop het hier gebruikt wordt - achter de Vlaamse fermettegevel van het restaurant op het dorpsplein van Groot-Bijgaarden en binnen de beslotenheid van het restaurant -, is opwindend. Als bezoeker laat men je ervaren dat eten veel te belangrijk is om alleen maar te worden overgelaten aan de kok. Wat niet betekent dat koken geen eigen gebied is en niet aan eigen wetten beantwoordt!
Voor Deprez (Designoffice Deprez-Verelst) was het zijn eerste restaurantinrichting. Hij liep enerzijds op loden schoenen en anderzijds voelde hij  zich gevleugeld omdat hij een restaurant niet ziet als een aaneenschakeling van lokalen en gangen,  maar een ruimtelijk organisme voor kookkunstenaars en bezoekers wier relaties in het restaurant geconditioneerd zijn en voor wie de aard van de omgeving geenszins onverschillig is. Michel is dan ook geen klassieke eettempel geworden, maar een plek waar de luister verwerkt zit in het betekenissensysteem, een plek waar de trage tijd ervaren wordt.
Na opmeten en stabiliteitsonderzoek werd het gebouw volledig gestript en ontdaan van alle doffe en dode hoeken, bijgebouwen en prullaria om heringericht te worden in een tijdspanne van zes weken.

 

FLIRTEN MET KANT

Bij het uitwerken van het concept liet Deprez zich niet alleen inspireren door de sfeer in de Parijse salons van weleer maar vooral door het verhaal van ‘Le bifsteck et les frites’ (Roland Barthes) en de betekenissen van vlees in al zijn rauwheid, edelheid en opperste kwaliteiten zoals het papaal paars van bleu gebakken vlees of het inspecteren en snijden van vlees op de (offer)kapblok. Hij verwerkte ook bijzonder subtiel de nobele kunst van het serveren en het bediend worden via het symbool van het papieren kantmotief in twee- en driedimensionale uitvoeringen. Papieren kantwerk is oud, kent een lange traditie en is nog altijd te verkrijgen in diverse vormen en afmetingen. Het is in het restaurantgebeuren bij uitstek een symbool voor netheid, afwerking, respect en service. Het verwijst met zijn tere en ijle tekeningen niet alleen naar een fijnzinnige ornamentiek maar het bewandelt ook de wegen van de kitsch en de saletjonker.
Eens je de banaalste onder alle voordeuren gepasseerd bent komt de wissel.  De onthaalruimte heeft een sobere balie waarin het kleurgebruik reeds de finesses aanreikt van wat volgt. Een oplettend oog krijgt via een smalle verticale spleet in het onthaalportiek, een minimale doorkijk in het restaurant. Een zwevend opgehangen kast biedt plaats aan restauratiegerief en jassen en is tevens ruimteverdeler van de lounge. In de zacht verlichte sfeervolle aperitiefruimte staan sneeuwwit gestoffeerde Lodewijk XVI stoelen en uiterste sobere lage massieve eiken serveertafels. Alle aandacht gaat via de eiken vloer die opkrullend doorloopt in een massieve eiken wand - deskundig uitgelicht – naar een fijn uitgefreesd kantmotief dat zich als een dienblad presenteert in de ruimte. Het papieren origineel hangt aan de muur, terwijl de uitvergroting een kunstwerk op zich is. Het kantwerk wordt aan het plafond afgesloten met een mauve wandpaneel in zijdevelours. Het paneel en de rechthoekige naar onder spitstoelopende zitbankjes zijn voorzien van een geordende knopencapitonnage (à la Chesterfield). Het inliggend knoopwerk ademt tegelijk naar de dandy in de ontwerper en de sordino rust van een bourgeois salon. De gedempte sfeer loopt heel samenhangend door het restaurant en speelt zich af op het niveau van de tafelschikking, de loopcircuits van de obers en de materiaalkeuzes.

 

HET MYTHISEREN VAN HET VLEES

De bezoeker wordt vanuit de loungeruimte door een erkervormige paarse gordijnwand van zijdefluweel geleid naar de eetruimte. De gordijnwand bakent de eetzone mysterieus af waarbij een geklinknagelde messing wand toonzettend is voor de sfeer van de eetruimte. Een pad van gebrand graniet loopt dood op wat eruit ziet als een altaar en gebruikt wordt als dienblok om vlees te versnijden, gerechten te flamberen enz. Hoewel zeer aanwezig door zijn vorm verdwijnt het blok naadloos in de inrichting, net als de twee hulptafels die ook bestek en ander gerief bergen
Als bezoeker wordt je gewaar dat Deprez interieurarchitectuur niet benaderd als een exclusief  artistiek en esthetisch domein, maar als een socio-cultureel fenomeen van algemeen belang.  Het tekensysteem in zijn inrichting is gelaagd en begrijpbaar. Naast enkele déco frivoliteiten besteedt hij veel aandacht aan het steeds zeldzamer wordende verhaal over echte interieurarchitectuur, die zoals kunst, wil ze betekenis hebben, op een eigen onvervangbare manier een goed en gevarieerd werkelijkheidsbeleven moet hebben.
In de eetruimte zweeft loodrecht op het altaar in de lengterichting van het restaurant een grote paarse gecapitonneerde ovaloïde, als een gapende snede in het plafond. Het monumentale akoestische kussen heeft langs weerszijden een uitsparing in messing met het woord ‘Mythologies’, verwijzend naar het werk van Barthes.  De ronde tafels staan zo opgesteld dat elke groep optimaal geniet van privacy terwijl het granieten pad een indeling aanwijst voor groepen of grote tafels. De beukenhouten stoelen zijn op de rug en op het zitvlak geschrankt zwart-wit gestoffeerd en fijn afgebiesd.  De crèmekleurige gordijnen zijn langs de buitenzijde gedubbeld met dezelfde zwart/witte meubelstof gebruikt voor de stoffering van de stoelen. Beide stoffen, met verduisterende en akoestische kwaliteiten zijn exclusief geweven voor Michel en komen uit de collectie van Patrick Ponseele. Alle technieken als vloerverwarming, noodverlichting, alarm, enz. zijn ingewerkt en buiten de grote zwarte verlichting van Erco op de kolommen die de serveertafels flankeren, is er nauwelijks een storend element. Details als de geborduurde R in het mauve voorbehang, de zwart/wit combinatie in de stoelen, de ronde uitsparingen in de lampenkappen die een kanteffect projecteren op het plafond, de eiken serveerblokjes, de met klinknagels betimmerde steunkolommen, de kleuren van de geverfde muren enz. zijn sfeer en decor versterkend. Allemaal eerlijke stappen die de klasse en de referenties die Deprez wilde verwerken ondersteunen.
Interieurarchitecten die stukje bij beetje hun eigen individualiteit opgeven om aan de eisen van de markt te voldoen, verliezen zich vaak in gedateerde interieurs of stijlinterieurs. De cruciale contradictie voor de interieurarchitect is de noodzakelijke drang om het presteren te verzoenen met de druk om zijn inrichting gemakkelijker verteerbaar, populairder of nuttiger te maken dan de werkelijke complexiteit ervan vereist. Omdat naar mijn mening een interieurarchitect eerst en vooral iemand is die om welke reden ook, de wereld en haar verschijnselen heel persoonlijk opvat is deze inrichting geslaagd.

 

TOP