|
Hans Theys
Het wereldrecord van de langste bloedpens
In 1982 houdt Koen Theys met Dirk Paesmans in s'Hertogenbos een wedstrijd
Wereldrecord van de langste bloedworst.
‘In die tijd,’ vertelt de kunstenaar, ‘kreeg ik van mijn ouders duizend frank
per week om eten te kopen, maar Dirk Paesmans kreeg zijn eten elke week mee,
altijd witte en zwarte pensen. Twee jaar lang hebben we bijna uitsluitend witte
en zwarte pensen met appelspijs gegeten. Daarom moesten we op de duur wel iets
met die pensen doen. Een tante van Dirk Paesmans had ons een goed recept voor
bloedworst bezorgd. Op naar het slachthuis met een jerrycan! Maar varkensbloed
dat hadden ze niet, want het bloed van de daar geslachte varkens dat sloeg
giftig uit, dat was onbruikbaar. Konden we het niet met koeienbloed doen?
“Hier dat is jullie koe,” zei een van die mannen.
Die koe was reusachtig en het leek wel of ze op naaldjes stond, zo dun waren
haar poten en hoeven, zodat ze slipte en omviel en paniekerig klauwend met die
futiele naaldjes weer rechtstommelde, totdat de wanden van die kooi zich sloten
en iemand met een luchtdrukpistool een pin door haar hoofd schoot. Op hetzelfde
moment sloeg iemand een haak achter de achillespees van haar rechter achterpoot,
zodat ze door de voortschrijdende en stijgende ketting omhoog werd getrokken en
eigenlijk traag over haar kop tuimelde zodat haar kop helemaal scheef zat en
haar nek verpletterd werd en krom geduwd door haar eigen gewicht. Toen ze
tenslotte helemaal omhoog hing aan die ketting, sneed iemand haar de keel over
en hij riep:
“Gauw, komt hier met uw jerrycan!” zodat we het neergutsende, warme bloed in
onze plastieken fles konden opvangen. Toen we thuiskwamen was dat bloed gestold
tot een gelatine-achtige klomp, zodat we die jerrycan moesten opensnijden en de
rest van de ingrediënten, de kruiden, de ingewanden en het brood vermengen met
die gelatine. Dan moesten de darmen schoongemaakt worden! Toen we de kraan
opendraaiden waar we die darm op hadden aangesloten, begon die darm in alle
richtingen te kronkelen, maar verder gebeurden er geen ongelukken en konden we
met gerust gemoed de langste bloedpens ter wereld draaien. Tijdens de
vernissage, zo hadden we ons voorgenomen, zouden we elk aan een kant beginnen
die worst op te eten tot we elkaar in het midden ontmoetten, maar het smaakte
afschuwelijk en we moesten bij elke hap overgeven.’
Fontaine d’Amour, 3 maart 1997
Deze tekst verscheen voor het eerst in Een strak geordend rommelkot en
wuivende gordijnen, Fontaine d’Amour, Brussel, 1997, 24 p. Uitgegeven op
vijftig genummerde exemplaren. |