|
|
TOP Office en Hans Theys
Legendes bij de tien platen van DOS
Plaat 1: Horeca
Deze plaat heeft, zoals op één na alle platen, onderaan een x-as die staat voor
de coördinaat van het bevolkingscijfer. Haaks hierop staat, zoals op de andere
recente platen, een y-as, die staat voor de coördinaat van het inwonersaantal
van het stedelijk hinterland. Op deze plaat zijn de assen uitgebeeld door
exponentieel ingedeelde balken, de x-as rood-wit en de y-as grijs-wit. Op het
xy-vlak is een functielijn getekend, die de relatie tussen het inwonersaantal
van de stad en haar hinterland weergeeft. Deze truuk maakt het mogelijk elk
horeca-onderdeel te relateren aan het bevolkingscijfer van de stad. Uiteraard
zijn hotels enkel op het hinterland betrokken, daarom is hiervoor geen
oppervlakte per duizend inwoners geschilderd, maar een oppervlakte per kamer.
De functielijst werd samengesteld aan de hand van verschillende bronnen en
verder geëxtrapoleerd. Uiteraard is deze functielijst discutabel omdat elke stad
haar specifiek hinterland heeft maar ik verwijs naar wat hiervoor gesteld werd,
namelijk dat juistheid geen na te streven doelstelling kan zijn.
Plaat 2: Maatschappelijke voorzieningen
Dit is een van de oudste platen. Hier worden de verschillende invloedssferen
(kleinstedelijk, regionaal stedelijk, nationaal grootstedelijk en internationaal
grootstedelijk) totaal losgekoppeld van de schaal van de stad en voorgesteld
door achter elkaar liggende vlakken of kaarten. Hierop zijn de verschillende
items geplaatst volgens hun invloedssfeer.
Net zoals voor het berekenen van verzorgingstehuizen voor bejaarden (plaat 3),
scholen (plaat 6) en begraafplaatsen (plaat 9) was voor het berekenen van het
aantal crèches een bevolkingspiramide onontbeerlijk. Alhoewel die voor elke
nederzetting zeer specifiek is, werd toch een algemeen model gekozen, met name
een stationair model. Bij deze piramidevorm worden elk jaar evenveel kinderen
geboren en staat de vorm slechts onder invloed van de sterfte. Gezien de
aanhoudende bevolkingsexplosie kan deze piramide een nagestreefd ideaal worden
en lijkt ze voor de toekomst evident.
Plaat 3: Medische voorzieningen
Voor deze plaat waren er veel harde, handzame en normatieve gegevens voorhanden.
De eenduidigheid van de gegevens maakte het mogelijk de aandacht meer toe te
spitsen op compositie, picturale principes en overzichtelijke lay-out. Deze
plaat stond daarom model voor vele andere platen.
Op het horizontale vlak zijn de diverse draagvlakken van de diverse
voorzieningen af te lezen. Een gebroken willekeurige lijn laat zien of een item
enkel plaatselijk, plaatselijk én op het hinterland, of enkel op het hinterland
betrokken is. Voor elk item werpen de oppervlakten-per-duizend-inwoners hun
schaduw op de diverse invloedssfeervlakken zodat je, zoals in de vorige plaat,
het hinterland van het item kan aflezen.
Plaat 4: Distributie
Van alle sectoren ben ik over de distributie, het wilde westen met de cowboys
van de vrije markt, het minst te weten gekomen. De gegevens waren ook de
moeilijkste om een lijn in te trekken en onder een eenduidige noemer te brengen.
Dit is wellicht niet toevallig, omdat deze sector zeer snel evolueert en hoogst
onvoorspelbaar is. Hier heersen de kampioenen van de deregulering.
De plaat gaat uit van een model dat gebaseerd is op een kromme redenering
waarbij het concentratiepercentage van de handel quasi gelijkgesteld werd aan
het concentratiepercentage van de bevolking in een groter economisch geheel
(regio, land…), terwijl het overduidelijk is dat de geldflux onafhankelijk is
van het bevolkingscijfer. De gegevens zijn afkomstig uit ‘Planologisch nieuws’,
jaargang 15 nr. 2/1995, blz. 111, tabel Stedelijke concentratie van de handel in
Vlaanderen.
Er werden drie uitrustingsniveaus vastgelegd : kleinstedelijk, regionaal
stedelijk en grootstedelijk. Handelszaken werden naar eigen inzicht opgedeeld in
7 schalen: XXS, XS, S, M, L, XL en XXL. De oppervlakten en de diverse
percentages van deze handelszaken binnen het geheel werden, gesteund op
onderzoek, eveneens vastgelegd. Zo konden de gemiddelde oppervlakten per
handelszaak berekend worden. Ook de indeling van de producten en hun aandeel in
de verschillende uitrustingsniveaus worden getoond: massa-consumptiegoederen of
primair assortiment, speciale consumptiegoederen of secundair assortiment en
rare consumptiegoederen of tertiair assortiment.
Primaire assortimenten zijn assortimenten die hoofdzakelijk samengesteld zijn
uit producten die door de verbruikers dagelijks of om de twee, drie dagen
aangekocht worden: aardappelen, groenten, fruit - bier, wijn, gedistilleerd,
frisdrank - brood en banket - chocolade en suikerwaren - gevogelte en wild -
kruidenierswaren - melk, zuivelproducten, eieren - vis en visconserven - vlees
en vleeswaren - drogisterijen - reformartikelen - schoonmaakartikelen -
papierwaren - postzegels - boeken en tijdschriften - tabaksartikelen - dieren en
dierenartikelen.
Secundaire assortimenten zijn hoofdzakelijk samengesteld uit producten die af en
toe, maar toch periodiek aangekocht worden. hoeden - bloemen en planten -
feestartikelen - ijzerwaren en gereedschap - paraplu’s - zaden en tuinartikelen
- platen, cd’s en muziekcassettes - sportkleding - kousen en lingerie -
manufacturen - tricotages - bijouterieën - schoenen, pantoffels en laarzen -
corsetterie - dames- en herenmode - handwerkartikelen - stoffen - baby- en
kinderkleding - geschenkartikelen - bedrijfskleding - automaterialen -
doe-het-zelf artikelen - fotoartikelen - lederwaren - optiek - parfumerieën -
religieuze artikelen - speelgoedartikelen - tweedehandsartikelen - kleine
elektrische apparaten - dieren en dierenartikelen.
Tertiaire assortimenten zijn producten die slechts zelden of uiterst toevallig
aangekocht worden en producten die door hun luxekarakter en hoge prijsklasse
slechts door een zeer klein percentage van de bevolking aangekocht worden: glas,
aardewerk en porselein - haarden en kachels - messen, vorken en lepels -
kookpannen - kunstnijverheid - sanitaire toestellen - schilderijen en lijsten -
horloges en klokken - bedden, matrassen, dekens, kussens en spreien - gordijnen
- meubelen - vloerbekleding - antiek - gasapparaten en fornuizen - bont -
juwelen, goud, zilver - kantoormachines - kinderwagens - medische instrumenten -
naai- en breimachines - rijwielen en bromfietsen - sport- en kampeerartikelen -
verf en behang - wapens - geluidsapparaten - koel- en vrieskasten - audio- en
video-installaties - stofzuigers en parketwrijvers - verlichtingsartikelen -
wasmachines en centrifuges - stoffen - baby- en kinderkleding -
geschenkartikelen - bedrijfskleding - automaterialen - doe-het-zelf artikelen -
fotoartikelen - lederwaren - optiek - parfumerieën - religieuze artikelen -
speelgoedartikelen - tweedehandsartikelen - kleine elektrische apparaten -
reformartikelen - dieren en dierenartikelen.
Plaat 4 was de eerste plaat waar een exponentiële schaallat werd gebruikt, die
nadien standaard werd.
Plaat 5: Sport, recreatie en speciale voorzieningen
Dit is de enige plaat met een concentrische compositie. Concentrische cirkels
vervangen hier de exponentiële schaallat van het bevolkingscijfer. De plaat
toont een combinatie van voorzieningen in een sfeer van welbehagen, ontspanning,
vrije tijd en levensvreugde. Met speciale voorzieningen worden voorzieningen
bedoeld die nu nog niet, bijna niet of in een ander perspectief bestaan. Ze
integreren Luc Deleus vroegere voorstellen in dit stedenbouwkunstig geheel (cf.
‘Vrije Ruimte - Espace Libre - Open Spac’e, tentoonstellingscatalogus, I.C.C.,
Antwerpen, 1980) en zouden ook kringloopvoorzieningen en stadsbouwerij genoemd
kunnen worden. Voorlopig werden volgende speciale voorzieningen in De
Onaangepaste Stad geïntegreerd : kringloopcentra, compostplaatsen,
stadslandbouw(clubs), stadsglastuinbouw(clubs), stadstuinbouw(clubs),
stadsboomgaard(clubs), stadsweilanden, stadsbosbouw, schoolwerktuinen,
volkstuinen en, op regionale schaal, kinderboerderijen. Wegens onopgeloste
schaalproblemen ontbreekt de algemene groenvoorziening nog. De sporten zijn, van
de kleinste schaal (pingpong) tot de grootste (watersportbaan, race circuit en
golf) figuratief op schaal geschilderd.
In alle platen behalve recreatieparken (plaat 8), kerkhoven (plaat 9) en enkele
ambachten (plaat 10) staan de getoonde oppervlakten enkel voor bebouwde ruimtes
staan. Bij sport, recreatie en speciale voorzieningen is dit niet zo. Het
onderscheid tussen binnen en buiten is hier namelijk moeilijk of niet te maken,
denk maar aan voetbalstadia, parken of stadsweilanden. Daarom zijn, tenzij ze
nog vergeten zijn, ook alle openluchtsporten, zelfs autoracen, in de stedelijke
uitrusting (zoals in Monaco) opgenomen.
Plaat 6: Onderwijs
Het onderwijs is ook een voorzieningensector met veel harde, handzame of
normatieve gegevens. De plaat lijkt op een schoolbord te zijn getekend. Hier
komt aan het licht dat toch niet alles bij middel van draagvlakken kan bepaald
worden, maar dat spreiding soms ook een belangrijke coördinaat kan zijn. Dit
geldt trouwens ook voor de brandweer (plaat 7) waar elke brand binnen zes
minuten rijtijd bereikbaar moet zijn. Het belang van spreiding evolueert van
groot bij kleuterscholen tot niet relevant bij universiteiten, zoals te zien in
het inzetstuk rechts boven. De plaat is een complex ruimtelijk diagram, dat op
xy-functielijnen het aantal scholen voor een bepaald aantal inwoners laat zien
en nog diverse nuttige neveninformatie geeft zoals oppervlakte per gebruiker op
de y-as en het aantal gebruikers per item op de z-as.
Plaat 7: Universele en commerciële dienstverlening
Deze plaat vat private en publieke diensten samen, omdat de scheiding tussen
deze twee, onder druk van een vrije markteconomie en de mondialisering, volop in
beweging is en steeds minder afgelijnd. Hierdoor worden verschillende diensten
op een ongebruikelijke manier bij elkaar gebracht. Vrije beroepen zoals banken,
verzekeringen en diensten voor onroerend goed worden samengebracht met
brandweer, politie, post, overheidsdiensten, nutsvoorzieningen en de
rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht.
Alhoewel duidelijk aanvechtbaar, besloot Deleu toch een relatie vast te leggen
tussen de grootte van de stad en de grootte van het hinterland. Hij baseerde
zich daarbij op berekeningen over Vlaanderen en België. Deze functie werd daarna
in alle verdere platen gebruikt (Horeca, Cultuur en amusement, Kunsten en
ambachten).
Sommige bestuurlijke items zijn niet op basis van een draagvlak in een stad
aanwezig (bijvoorbeeld het feit of een stad al of niet hoofdstad is), maar op
basis van haar (geo-)politieke positie. Deze items werden ruimtelijk in een
specifiek vlak geplaatst, zoals ook de plaatselijke items in een specifiek
frontaal vlak staan.
Voor de brandweer is de interventiesnelheid prioritair. Teneinde de brandweer
toch aan een draagvlak te koppelen werden verschillende oppervlakken van
brandweerkazernes voor verschillende stedelijke densiteiten en stadspatronen
weergegeven. Hieruit kan dan naar het geval gekozen worden. Tot slot even
opmerken dat vele van deze instellingen hiërarchisch gestructureerd zijn,
waardoor ze volgens belangrijkheid van het bevolkingscijfer getrapt zijn.
Plaat 8: Cultuur en amusement
Dit is de totnogtoe meest recente en tevens de eerste digitale plaat. Ook de
bronnen zijn recenter, het www werd bijvoorbeeld voor de eerste maal
geraadpleegd. De plaat werd in 1999 gemaakt voor een tentoonstelling in galerij
Annie Gentils. Cultuur en amusement werden samengebracht, omdat de
scheidingslijn tussen de twee soms moeilijk te definiëren is. Alle
standaard-karakteristieken die bij het maken van de vorige platen het licht
zagen zijn in deze plaat vervat : de op plaat 3 gebaseerde lay-out, de
exponentiële schaalbalken, de weergave van de oppervlakten, de relatielijn
tussen inwonersaantal van stad en hinterland, enz. Om compositorische redenen
werden de schaalbalken in twee stukken met verschillende schalen weergegeven,
zodat de items met een klein draagvlak beter onderscheiden en geplaatst konden
worden.
Plaat 9 : Erediensten
Deze plaat behelst gebedsplaatsen, begraafplaatsen, crematoria en strooiweiden.
Het is ook nog een van de oudere platen, waardoor de voorstellingswijze nog
enigszins afwijkend is. In het horizontale vlak ziet men twee schaallijnen, een
voor de plaatselijke items en een voor items met een hinterland, waarop de
benodigde aantallen afgelezen kunnen worden.
Plaat 10: Kunsten en ambachten
De ambachten zijn opgedeeld in zeven sectoren: voeding, metaal, leder, bouw,
hout, textiel en overige. Mediabedrijven zouden hier ook een plaats kunnen
krijgen, maar ontbreken vooralsnog.
Deze tekst werd voor het eerst gepubliceerd in het boek
Luc Deleu. La ville inadaptée, Editions Ecocarte, Toulouse, 2001. |