Luc Deleu

<< BACK TO LUC DELEU    << BACK TO LIST OF ESSAYS

 

 

 

 

TOP Office en Hans Theys


Legendes bij de tien platen van DOS


Plaat 1: Horeca

Deze plaat heeft, zoals op één na alle platen, onderaan een x-as die staat voor de coördinaat van het bevolkingscijfer. Haaks hierop staat, zoals op de andere recente platen, een y-as, die staat voor de coördinaat van het inwonersaantal van het stedelijk hinterland. Op deze plaat zijn de assen uitgebeeld door exponentieel ingedeelde balken, de x-as rood-wit en de y-as grijs-wit. Op het xy-vlak is een functielijn getekend, die de relatie tussen het inwonersaantal van de stad en haar hinterland weergeeft. Deze truuk maakt het mogelijk elk horeca-onderdeel te relateren aan het bevolkingscijfer van de stad. Uiteraard zijn hotels enkel op het hinterland betrokken, daarom is hiervoor geen oppervlakte per duizend inwoners geschilderd, maar een oppervlakte per kamer.
De functielijst werd samengesteld aan de hand van verschillende bronnen en verder geëxtrapoleerd. Uiteraard is deze functielijst discutabel omdat elke stad haar specifiek hinterland heeft maar ik verwijs naar wat hiervoor gesteld werd, namelijk dat juistheid geen na te streven doelstelling kan zijn.


Plaat 2: Maatschappelijke voorzieningen

Dit is een van de oudste platen. Hier worden de verschillende invloedssferen (kleinstedelijk, regionaal stedelijk, nationaal grootstedelijk en internationaal grootstedelijk) totaal losgekoppeld van de schaal van de stad en voorgesteld door achter elkaar liggende vlakken of kaarten. Hierop zijn de verschillende items geplaatst volgens hun invloedssfeer.
Net zoals voor het berekenen van verzorgingstehuizen voor bejaarden (plaat 3), scholen (plaat 6) en begraafplaatsen (plaat 9) was voor het berekenen van het aantal crèches een bevolkingspiramide onontbeerlijk. Alhoewel die voor elke nederzetting zeer specifiek is, werd toch een algemeen model gekozen, met name een stationair model. Bij deze piramidevorm worden elk jaar evenveel kinderen geboren en staat de vorm slechts onder invloed van de sterfte. Gezien de aanhoudende bevolkingsexplosie kan deze piramide een nagestreefd ideaal worden en lijkt ze voor de toekomst evident.


Plaat 3: Medische voorzieningen

Voor deze plaat waren er veel harde, handzame en normatieve gegevens voorhanden. De eenduidigheid van de gegevens maakte het mogelijk de aandacht meer toe te spitsen op compositie, picturale principes en overzichtelijke lay-out. Deze plaat stond daarom model voor vele andere platen.
Op het horizontale vlak zijn de diverse draagvlakken van de diverse voorzieningen af te lezen. Een gebroken willekeurige lijn laat zien of een item enkel plaatselijk, plaatselijk én op het hinterland, of enkel op het hinterland betrokken is. Voor elk item werpen de oppervlakten-per-duizend-inwoners hun schaduw op de diverse invloedssfeervlakken zodat je, zoals in de vorige plaat, het hinterland van het item kan aflezen.


Plaat 4: Distributie

Van alle sectoren ben ik over de distributie, het wilde westen met de cowboys van de vrije markt, het minst te weten gekomen. De gegevens waren ook de moeilijkste om een lijn in te trekken en onder een eenduidige noemer te brengen. Dit is wellicht niet toevallig, omdat deze sector zeer snel evolueert en hoogst onvoorspelbaar is. Hier heersen de kampioenen van de deregulering.
De plaat gaat uit van een model dat gebaseerd is op een kromme redenering waarbij het concentratiepercentage van de handel quasi gelijkgesteld werd aan het concentratiepercentage van de bevolking in een groter economisch geheel (regio, land…), terwijl het overduidelijk is dat de geldflux onafhankelijk is van het bevolkingscijfer. De gegevens zijn afkomstig uit ‘Planologisch nieuws’, jaargang 15 nr. 2/1995, blz. 111, tabel Stedelijke concentratie van de handel in Vlaanderen.
Er werden drie uitrustingsniveaus vastgelegd : kleinstedelijk, regionaal stedelijk en grootstedelijk. Handelszaken werden naar eigen inzicht opgedeeld in 7 schalen: XXS, XS, S, M, L, XL en XXL. De oppervlakten en de diverse percentages van deze handelszaken binnen het geheel werden, gesteund op onderzoek, eveneens vastgelegd. Zo konden de gemiddelde oppervlakten per handelszaak berekend worden. Ook de indeling van de producten en hun aandeel in de verschillende uitrustingsniveaus worden getoond: massa-consumptiegoederen of primair assortiment, speciale consumptiegoederen of secundair assortiment en rare consumptiegoederen of tertiair assortiment.
Primaire assortimenten zijn assortimenten die hoofdzakelijk samengesteld zijn uit producten die door de verbruikers dagelijks of om de twee, drie dagen aangekocht worden: aardappelen, groenten, fruit - bier, wijn, gedistilleerd, frisdrank - brood en banket - chocolade en suikerwaren - gevogelte en wild - kruidenierswaren - melk, zuivelproducten, eieren - vis en visconserven - vlees en vleeswaren - drogisterijen - reformartikelen - schoonmaakartikelen - papierwaren - postzegels - boeken en tijdschriften - tabaksartikelen - dieren en dierenartikelen.
Secundaire assortimenten zijn hoofdzakelijk samengesteld uit producten die af en toe, maar toch periodiek aangekocht worden. hoeden - bloemen en planten - feestartikelen - ijzerwaren en gereedschap - paraplu’s - zaden en tuinartikelen - platen, cd’s en muziekcassettes - sportkleding - kousen en lingerie - manufacturen - tricotages - bijouterieën - schoenen, pantoffels en laarzen - corsetterie - dames- en herenmode - handwerkartikelen - stoffen - baby- en kinderkleding - geschenkartikelen - bedrijfskleding - automaterialen - doe-het-zelf artikelen - fotoartikelen - lederwaren - optiek - parfumerieën - religieuze artikelen - speelgoedartikelen - tweedehandsartikelen - kleine elektrische apparaten - dieren en dierenartikelen.
Tertiaire assortimenten zijn producten die slechts zelden of uiterst toevallig aangekocht worden en producten die door hun luxekarakter en hoge prijsklasse slechts door een zeer klein percentage van de bevolking aangekocht worden: glas, aardewerk en porselein - haarden en kachels - messen, vorken en lepels - kookpannen - kunstnijverheid - sanitaire toestellen - schilderijen en lijsten - horloges en klokken - bedden, matrassen, dekens, kussens en spreien - gordijnen - meubelen - vloerbekleding - antiek - gasapparaten en fornuizen - bont - juwelen, goud, zilver - kantoormachines - kinderwagens - medische instrumenten - naai- en breimachines - rijwielen en bromfietsen - sport- en kampeerartikelen - verf en behang - wapens - geluidsapparaten - koel- en vrieskasten - audio- en video-installaties - stofzuigers en parketwrijvers - verlichtingsartikelen - wasmachines en centrifuges - stoffen - baby- en kinderkleding - geschenkartikelen - bedrijfskleding - automaterialen - doe-het-zelf artikelen - fotoartikelen - lederwaren - optiek - parfumerieën - religieuze artikelen - speelgoedartikelen - tweedehandsartikelen - kleine elektrische apparaten - reformartikelen - dieren en dierenartikelen.
Plaat 4 was de eerste plaat waar een exponentiële schaallat werd gebruikt, die nadien standaard werd.


Plaat 5: Sport, recreatie en speciale voorzieningen

Dit is de enige plaat met een concentrische compositie. Concentrische cirkels vervangen hier de exponentiële schaallat van het bevolkingscijfer. De plaat toont een combinatie van voorzieningen in een sfeer van welbehagen, ontspanning, vrije tijd en levensvreugde. Met speciale voorzieningen worden voorzieningen bedoeld die nu nog niet, bijna niet of in een ander perspectief bestaan. Ze integreren Luc Deleus vroegere voorstellen in dit stedenbouwkunstig geheel (cf. ‘Vrije Ruimte - Espace Libre - Open Spac’e, tentoonstellingscatalogus, I.C.C., Antwerpen, 1980) en zouden ook kringloopvoorzieningen en stadsbouwerij genoemd kunnen worden. Voorlopig werden volgende speciale voorzieningen in De Onaangepaste Stad geïntegreerd : kringloopcentra, compostplaatsen, stadslandbouw(clubs), stadsglastuinbouw(clubs), stadstuinbouw(clubs), stadsboomgaard(clubs), stadsweilanden, stadsbosbouw, schoolwerktuinen, volkstuinen en, op regionale schaal, kinderboerderijen. Wegens onopgeloste schaalproblemen ontbreekt de algemene groenvoorziening nog. De sporten zijn, van de kleinste schaal (pingpong) tot de grootste (watersportbaan, race circuit en golf) figuratief op schaal geschilderd.
In alle platen behalve recreatieparken (plaat 8), kerkhoven (plaat 9) en enkele ambachten (plaat 10) staan de getoonde oppervlakten enkel voor bebouwde ruimtes staan. Bij sport, recreatie en speciale voorzieningen is dit niet zo. Het onderscheid tussen binnen en buiten is hier namelijk moeilijk of niet te maken, denk maar aan voetbalstadia, parken of stadsweilanden. Daarom zijn, tenzij ze nog vergeten zijn, ook alle openluchtsporten, zelfs autoracen, in de stedelijke uitrusting (zoals in Monaco) opgenomen.


Plaat 6: Onderwijs

Het onderwijs is ook een voorzieningensector met veel harde, handzame of normatieve gegevens. De plaat lijkt op een schoolbord te zijn getekend. Hier komt aan het licht dat toch niet alles bij middel van draagvlakken kan bepaald worden, maar dat spreiding soms ook een belangrijke coördinaat kan zijn. Dit geldt trouwens ook voor de brandweer (plaat 7) waar elke brand binnen zes minuten rijtijd bereikbaar moet zijn. Het belang van spreiding evolueert van groot bij kleuterscholen tot niet relevant bij universiteiten, zoals te zien in het inzetstuk rechts boven. De plaat is een complex ruimtelijk diagram, dat op xy-functielijnen het aantal scholen voor een bepaald aantal inwoners laat zien en nog diverse nuttige neveninformatie geeft zoals oppervlakte per gebruiker op de y-as en het aantal gebruikers per item op de z-as.


Plaat 7: Universele en commerciële dienstverlening

Deze plaat vat private en publieke diensten samen, omdat de scheiding tussen deze twee, onder druk van een vrije markteconomie en de mondialisering, volop in beweging is en steeds minder afgelijnd. Hierdoor worden verschillende diensten op een ongebruikelijke manier bij elkaar gebracht. Vrije beroepen zoals banken, verzekeringen en diensten voor onroerend goed worden samengebracht met brandweer, politie, post, overheidsdiensten, nutsvoorzieningen en de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht.
Alhoewel duidelijk aanvechtbaar, besloot Deleu toch een relatie vast te leggen tussen de grootte van de stad en de grootte van het hinterland. Hij baseerde zich daarbij op berekeningen over Vlaanderen en België. Deze functie werd daarna in alle verdere platen gebruikt (Horeca, Cultuur en amusement, Kunsten en ambachten).
Sommige bestuurlijke items zijn niet op basis van een draagvlak in een stad aanwezig (bijvoorbeeld het feit of een stad al of niet hoofdstad is), maar op basis van haar (geo-)politieke positie. Deze items werden ruimtelijk in een specifiek vlak geplaatst, zoals ook de plaatselijke items in een specifiek frontaal vlak staan.
Voor de brandweer is de interventiesnelheid prioritair. Teneinde de brandweer toch aan een draagvlak te koppelen werden verschillende oppervlakken van brandweerkazernes voor verschillende stedelijke densiteiten en stadspatronen weergegeven. Hieruit kan dan naar het geval gekozen worden. Tot slot even opmerken dat vele van deze instellingen hiërarchisch gestructureerd zijn, waardoor ze volgens belangrijkheid van het bevolkingscijfer getrapt zijn.


Plaat 8: Cultuur en amusement

Dit is de totnogtoe meest recente en tevens de eerste digitale plaat. Ook de bronnen zijn recenter, het www werd bijvoorbeeld voor de eerste maal geraadpleegd. De plaat werd in 1999 gemaakt voor een tentoonstelling in galerij Annie Gentils. Cultuur en amusement werden samengebracht, omdat de scheidingslijn tussen de twee soms moeilijk te definiëren is. Alle standaard-karakteristieken die bij het maken van de vorige platen het licht zagen zijn in deze plaat vervat : de op plaat 3 gebaseerde lay-out, de exponentiële schaalbalken, de weergave van de oppervlakten, de relatielijn tussen inwonersaantal van stad en hinterland, enz. Om compositorische redenen werden de schaalbalken in twee stukken met verschillende schalen weergegeven, zodat de items met een klein draagvlak beter onderscheiden en geplaatst konden worden.


Plaat 9 : Erediensten

Deze plaat behelst gebedsplaatsen, begraafplaatsen, crematoria en strooiweiden. Het is ook nog een van de oudere platen, waardoor de voorstellingswijze nog enigszins afwijkend is. In het horizontale vlak ziet men twee schaallijnen, een voor de plaatselijke items en een voor items met een hinterland, waarop de benodigde aantallen afgelezen kunnen worden.


Plaat 10: Kunsten en ambachten

De ambachten zijn opgedeeld in zeven sectoren: voeding, metaal, leder, bouw, hout, textiel en overige. Mediabedrijven zouden hier ook een plaats kunnen krijgen, maar ontbreken vooralsnog.


Deze tekst werd voor het eerst gepubliceerd in het boek

Luc Deleu. La ville inadaptée, Editions Ecocarte, Toulouse, 2001.

TOP