|
|
Hans Theys
One By One
Een triptiek te lezen van links naar rechts
en zich uitrollende gedurende vier maanden
Met
Olivier Stévenart
Paul Hendrikse
Vaast Colson
Damien De Lepeleire
Ann Veronica Janssens
Samengebracht door Hans Theys
Van 19 september 2004 tot 19 januari 2005
Vernissages op 19 september, 14 november en 19 december 2004.
Tot stand gekomen met steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Gemeente Beersel en
de Provincie Vlaams-Brabant.
One By One bood enkele kunstenaars een bescheiden budget aan om een werk te
realiseren. De tentoonstelling spreidt zich uit over vier maanden, met drie
vernissages, zodat de toeschouwers alternatieven, varianten en dialogen kunnen
zien ontstaan of gewoon beleven hoe de tuin en het museum van aanblik veranderen
tijdens het verstrijken van de seizoenen. Voor de eerste opening werd een nieuw
werk gemaakt door Paul Hendrikse en Olivier Stévenart. Op 19 december zullen
Vaast Colson en Damien Delepeleire nieuw werk tonen.
Tegelijk tonen alle kunstenaars maquettes, requisieten, oudere werken, schetsen,
archiefstukken en ander parafernalia die ons een beeld geven van hun passies en
bezigheden.
OVER DE TENTOONGESTELDE KUNSTWERKEN (CATALOGUS ONE BY ONE)
Ann Veronica Janssens
Ann Veronica Janssens toont een groot stuk aérogel (Het lichtste materiaal ter
wereld waarin je het licht ziet spelen zoals het zichtbaar wordt in onze
atmosfeer door tegen moleculen te botsen. Bukt u zich eens!), vier fietsen met
gegraveerde aluminium wieldoppen, een spiegelende wieldop voor een auto en een
Wonderkamer met twee proefopstellingen en zes sculpturale voorstellen.
De eerste proefopstelling heet ‘Test voor het Théâtre national’ en is opgezet om
de veroudering te meten van neonlampen die om de 58 seconden aan het trillen
gebracht worden. De opstelling vloeit voort uit haar voorstel de gehele
verlichting van het nieuwe Théâtre national in Brussel (behalve de toneelzalen)
op onvoorspelbare ogenblikken, één of twee keer per dag, te laten haperen. Het
gebouw zelf gaat zo misschien ook even haperen en een broos beeld worden. Omdat
de mensen van het theater wilden weten of deze ingebouwde verstoring van hun
verlichtingssysteem de lampen snel zou verouderen, werd deze opstelling gebouwd,
die het experiment versneld uitvoert en de veroudering van de lampen opmeet en
registreert.
De tweede proefopstelling bestaat uit een vel lichtgevend papier dat door Ann
Veronica Janssens gebruikt werd om twee grote, belvormige paskamers aan de
binnenkant te bekleden, zodat de gebruikers ervan zich aan de binnenzijde van
een verlichte, oneindige ruimte zouden bevinden.
Verder zagen we tijdens het eerste deel van de tentoonsteling de sculptuur
‘Lint’, die bestaat uit een opgerold, 50 meter lang koperen lint dat ons de
doorsnede van een gevangen lichtstraal toont. Dan was er het werk ‘Projectie’,
met een eeuwig kantelende, wandelende en van gedaante veranderende rode
spookschaduw. Ten slotte waren er vier fietsen met gegraveerde, aluminium
wieldoppen die lichtbundels werpen als de fietsen in beweging zijn. (De fietser
maakt het sculpturale voorstel voor ons zichtbaar.)
Voor het tweede deel van de tentoonstelling werd dit voorstel uitgebreid met
twee nieuwe sculpturen. De eerste sculptuur heet ‘Lamelle en PVC’. Het is een
ongeveer 30 cm brede, 30 meter lange strook van 3 mm dik, quasi kleurloos PVC,
die door het oprollen een prachtige, diepblauwe kleur krijgt, net zoals onze
atmosfeer door het stapeleffect lichtblauw lijkt te worden. (De atmosfeer
bestaat gewoon uit lucht, net zoals de lucht voor onze neus, maar veel lucht
achter elkaar wordt lichtblauw. Alexandre Wajnberg merkt in dit verband op dat
renaissance-schilders de einder om die reden soms lichtblauw schilderden.)
‘Lamelle en PVC’’ is natuurlijk een vormelijke variant van Aérogel, dat op een
soortgelijke manier licht en kleur tastbaar lijkt te maken.
De tweede nieuwe sculptuur, bestond uit een verstelbare, blauwe lamp die een
witte muur schuin verlichtte, zodat de lichtreflectie geleidelijk, maar
zichtbaar afnam en ook de muur daardoor ontastbaar leek te worden, alsof haar
materialiteit oplost met het afnemen van het licht.
Voor het derde gedeelte van de tentoonstelling toont Janssens vier bijkomende
sculpturale voorstellen. Het eerste voorstel behelst vier gebruikte wieldoppen,
die ter gelegenheid van een tentoonstelling in het Herman Teirlinckhuis in 2000
werden aangebracht op mijn bescheiden gezinswagen en vervolgens een jaar werden
gebruikt. Verder ziet u een glazen staaf die door het opgevangen licht lijkt te
gloeien. Deze staaf werd in 1999 in het Herman Teirlinckhuis tentoongesteld naar
aanleiding van de tentoonstelling Small Stuff. Ten slotte is er het geheel
nieuwe voorstel ‘Test pour Jamaican Colors pour Melle Léone’, dat in 2003 werd
gemaakt naar aanleiding van een tentoonstelling in Bern, maar nog nooit eerder
werd tentoongesteld. Het betreft drie papieren vellen die bedrukt werden met een
rode, een groene en een gele dégradé.
De sculpturen ‘E-LITE test’, ‘Lint’, ‘Lamelle en PVC’, ‘Projection’ en ‘Test
pour Jamaican Colors pour Melle Léone’ worden voor het eerst getoond. De blauwe
lamp was eerder alleen in Barcelona te zien, bij Toni Tàpies. De proefopstelling
voor het Théâtre national werd voordien alleen in Factor 44 getoond. De fietsen
werden gemaakt voor het Kunstverein in München en werden nadien ook getoond in
de Neue Nationalgalerie in Berlijn en het Middelheimmuseum in Antwerpen. Dit
stuk Aérogel werd voor het eerst getoond in het Museum voor Hedendaagse Kunst in
Marseille. Eerder werd al het dikste stuk Aérogel ter wereld tentoongesteld in
de Kunsthalle in Bern. Op drie sculpturale voorstellen na (de fietsen, Théâtre
national en de glazen staaf), zijn al deze werken dus voor het eerst te zien in
België.
Over Ann Veronica Janssens publiceerde ik twee boeken en een tiental verspreide
essays. De meest recente essays waren ‘Joyce’s Path. Some Words about a New
Sculpture by Ann Veronica Janssens’, De Verbeelding, Zeewolde, 2004 en ‘To
Become Eye. Some Words about the Work of Ann Veronica Janssens’, Pratt
Institute, New York, 2004.
Damien De Lepeleire
Damien De Lepeleire is een schilder die schilderijen maakt over onderwerpen die
hem dierbaar zijn, maar tegelijk, al schilderend, boeiende dingen vertelt over
wat het betekent te schilderen. Zijn bewondering voor de onnauwkeurigheid en
onwaarachtigheid van de kopie vermengt zich met het plezier van de
betekenisloze, kleurige tekeningen die je als kind maakt om je nieuwe stiften of
verfjes uit te proberen. De Lepeleire toont enkele schilderijen die hun
‘onderwerp’ ontlenen aan het voetbal (waaronder het schilderij ‘Arbiter ge zijt
zo’n hoorndrager dat als het donuts zou regenen er geeneen de grond zou raken),
een bronzen sculptuur van in elkaar gestruikelde voetballers uit 1993, een
Calder-mobiel-affiche op basis van enkele boekkaften en een onderdeel van zijn
verzameling boekjes over Cézanne, Matisse en Picasso, waarbij hij het wonderlijk
vindt te beseffen dat deze boekjes door ons zo goedkoop en waardeloos bevonden
worden, terwijl ze, in het geval van Matisse en Picasso, nog tijdens het leven
van de kunstenaars werden gemaakt. Soms hebben ze er zelfs nog aan meegewerkt.
‘Het is,’ vertelt De Lepeleire, ‘alsof je in Florence bent en dezelfde wolken
ziet als Da Vinci en Michelangelo.’ De aquarellen met afbeeldingen van twee
Beatles-albums zijn een nog niet getoond, recent deel van een reeks portretten
van hoezen van langspeelplaten. Het oorspronkelijke idee van de kopie wordt hier
verdubbeld door de aquarel. Voor mij maakt de ruimtelijkheid van de foto de
poging het beeld te reproduceren in de vorm van een aquarel nog grappiger. Het
is een minutieus landschap, gemaakt tijdens twee verschillende seizoenen. One By
One.
Voor de tweede opening toont Damien De Lepeleire een groot schilderij dat het
beeld van een boom oproept. Dit schilderij is als het ware het spiegelbeeld van
een groot, Chinees boomschilderij dat hij twee jaar gelegen op de
tegenoverliggende muur toonde. Het maakt deel uit van een reeks boomschilderijen
die vijftien jaar geleden een aanvang nam en tegen de derde vernissage van One
By One zal uitmonden in de tentoonstelling van een ‘bos’.
‘Het vertrekpunt van dit schilderij,’ vertelt De Lepeleire, ‘was een tekening
die Nicolas Poussin in Rome maakte van een parasol-pijnboom bij zonsondergang.
Ik heb dit olieverfschilderij gemaakt zoals je een klein aquarelletje maakt, in
één ruk. Vreemd genoeg is het schilderij zo gaan lijken op de schilderingen die
je aantreft op de autocars waarmee in Rome toeristen vervoerd worden die door de
parasol-pijnbomen naar de zonsondergang willen gaan kijken.
Voor de derde opening toont De Lepeleire een olieverfschilderij voorstellende
een boom en een lithografie met hetzelfde onderwerp. Van de lithografie werden
ook afwijkende drukken gemaakt (met verschillende kleuren) op posterpapier,
waarmee een kleine ruimte werd behangen en omgevormd tot bos. Verder voegt hij
twee aquarellen van langspeelplaten toe (geen hoezen, maar de platen zelf vormen
hier het onderwerp van het schilderij: ‘Tongue in Chic’ en ‘T-Connection’.
Mijn allereerste tekst over hedendaagse kunst was gewijd aan het werk van Damien
De Lepeleire en verscheen in 1986. Mijn recentste tekst over zijn werk, ‘Een
diamantslijper met gevoel voor humor’, werd in 2003 gepubliceerd naar aanleiding
van zijn tentoonstelling ‘Keizer van China’ in het Herman Teirlinchuis, waarbij
een honderdtal aquarellen en enkele op de Chinese, traditionele kunst gebaseerde
schilderijen werden getoond. De tekst werd hernomen in Nieuwzuid # 10.
Vaast Colson
Colson is vooralsnog niet het soort kunstenaar dat in zijn atelier werken maakt
die daarna tentoongesteld worden. Doorgaans bouwt hij installaties waarin hij
acties uitvoert. Voor het eerste deel van de tentoonsteling heeft hij enkele
tekeningen, maquettes en props meegebracht, die aan de basis lagen van
dergelijke acties of er een onderdeel van vormden. Zo zien we het schild van
Widu Gasti, een ridder die een actie uitvoerde in Bornem, en twee replica’s van
het pro model (skatebord) van diezelfde ridder, dat werd uitgegeven op 24
exemplaren voor 24 ridder-kopers die samen een verbond zullen vormen. Verder
zien we enkele schetsen, maquettes en een schilderij die aan de oorsprong lagen
van de grote schuimen taartspie ‘U used to be part of something’ die in juni van
dit jaar voor het eerst te zien was in het Antwerpse Elzenveld. In café ‘Au
Grand Salon’ vinden we de foto ‘Kalpetran’, die getuigt van Vaasts zoektocht,
enkele jaren geleden, naar een steen die hij van zijn ouders tijdens een
bergwandeling in 1988 heeft moeten achterlaten. De rugzak en het groene hoedje
zijn ‘props’ die gebruikt werden bij deze actie. Tenslotte zien we een maquette
van een konijn met zaagmachine-oor en de sculptuur ‘Het gevaar schuilt in zijn
voeten’, die dateert uit 1999. Dit vroege werk is een mooi voorbeeld van wat ik
zo bewonder in het werk van Colson, omdat het iets vertelt zonder dat je weet
hoe, wat of waarom.
De tweede vernissage wordt door Colson voorzien van een live soundtrack,
uitgevoerd door hemzelf, zijn broer Stijn en de muzikant Peter Bols, die eerder
al verschillende acties van Colson van een soundtrack voorzag. De muzikanten
zullen onzichtbaar zijn. De soundtrack wordt rond het huis hoorbaar gemaakt door
middel van ‘station-luidsprekers’.
Voor het derde gedeelte van de tentoonstelling heeft Colson en nieuwe
schuimrubberen taartspie met twee roze en één witte laag laten maken. Verder
toont hij de sculptuur ‘Der Pfink Pfüdel’, die dateert uit 2001, en de tekening
‘I’m running from fear’.
Over Vaast Colson schreef ik de tekst ‘De ridder is het fabeldier’, waarvan in
september een verkorte versie werd uitgedeeld naar aanleiding van zijn
tentoonstelling ‘Helena: The Paintings Martin Couldn’t Paint Anymore’ (Maes &
Matthys Gallery, Antwerpen) en waarvan de integrale versie gepubliceerd werd in
het boekje ‘De tweelingbroer van Picasso’, dat op 19 november is voorgesteld in
Lokaal 01, Breda, en nadien hernomen werd in het tijdschrift Nieuwzuid #14.
Olivier Stévenart
Olivier Stévenart is de man van de fijne, ruimtelijke ingrepen en de hoffelijke
ontvangst van de bezoekers. Voor het eerste deel van de tentoonstelling maakte
hij een plafond voor intieme ontmoetingen en deelde hij tijdens de vernissage
genummerde en gesigneerde fragmenten uit van een reling uit stucwerk die hij de
week voordien had gemaakt voor en museum in Lyon.
Voor deze opening heeft hij het parket van een tentoonstellingszaaltje opgefrist
en geboend. De installatie bevat ook twee boenslippers en een stoffer.
Voor het derde gedeelte van de tentoonstelling heeft hij een ‘Erehaag met
plumeau’s’ gemaakt en een sculptuur die bestaat uit een sokkel voor het
instrument waarmee die sokkel is gemaakt. De sokkel is getrokken in stucwerk,
net zoals de armleuning uit Lyon en de sokkeltjes voor de plumeau. Het profiel
van de sokkel vormt de naam van Stévenarts firma: ‘OSTSA’ (Olivier Stévenart
Technicien de Surface Ambassadeur).
Bovenop een vitrine kast, als een vreemdsoortige handvat, ziet u ook de mal
waarmee de armleuning in Lyon werd gemaakt.
Paul Hendrikse
Voor het eerste gedeelte van de tentoonstelling bouwde Paul Hendrikse
‘Appelschraag’. Getroffen door de benauwende afrastering van een nabijgelegen
wandelpad stelde hij voor dit pad ergens te laten splitsen en over de afsluiting
heen te laten afzwenken tussen de kruinen van twee appelaars. Steeds hoger
wordende, kruiselings opgestelde poten van blank hout vormen sierlijke schragen
voor een twaalf meter lange, zwervende loopplank. Het is een prachtige, elegante
constructie. Twee wijd uitstaande armleuningen beletten je te vallen. De
wandelaar die de loopplank betreedt ontsnapt uit een benarde omgeving, terwijl
hij tegelijk toegang krijgt tot het concrete van de appeldragende bomen en het
onstoffelijke, voorwerploze uitzicht op een onbelemmerde hemel.
Tegelijk toonde hij in het museum een stoeptegel van het werk ‘Soon’ (2004). Het
werk bestaat uit een serie van tien stoeptegels met een kleine uitsparing waarin
je een balletje kan leggen. De stoeptegels worden in dorpen of steden in het
trottoir gevoegd. Nu en dan legt hij in het voorbij gaan een balletje in zo’n
tegel. Er zijn momenteel drie tegels in stoepen ingevoegd in Antwerpen en in Den
Bosch. De tegels werden gemaakt bij Lokaal 01 Antwerpen en zijn eerder getoond
bij Arti Cappeli in Den Bosch. Het werk werd niet geïntegreerd, het wordt
getoond als document.
De meeste werken van Hendrikse hebben te maken met de registratie of het vangen
van licht. Tijdens deze vernissage zal hij opnames maken die tijdens de volgende
vernissage getoond zullen worden. Verder toont hij op een monitor een
videocompilatie met registraties van een aantal oudere werken (waaronder
‘Appelschraag’) en projecteert hij in de vitrinezaal een nieuw filmwerk op de
muur.
De nieuwe film heet ‘17:21-17:49’ (2002) en toont 18 minuten valavond tijdens
een spitsuur in de herfst van 2002. Buiten beeld rijden auto’s af en aan, ze
zijn enkel zichtbaar in reflecties die voortglijden over de tramkabels boven de
weg. De film maakt deel uit van een serie video’s die Hendrikse gedurende
2001-2002 gemaakt heeft over concrete gebeurtenissen op straat die je even
wegvoeren uit de werkelijkheid.
De documentatievideo toont fragmenten uit en beschrijvingen van de volgende
werken: ‘Dust/Birds (2002), ‘Warpzone’ (2001), ‘Appelschraag’ (2004),
‘Passengers’ (2003), ‘Props’ (2003), Zonder titel (Kat) (2001), Dialoog (2004),
‘You and I are quickly flattered’ (2004), ‘Parting or putting together’ (2004).
Voor het derde gedeelte van de tentoonstelling projecteert Hendrikse over een
nabijgelegen wit huis met witte tuinmuren een drie uur durende film die hij
tijdens de vorige vernissage heeft opgenomen. Op de film zien we fragmenten van
de vorige vernissage, die zich met de huidige vernissage zullen vermengen. De
projectie van de film is mogelijk omdat het nu vroeger donker wordt dan een
maand geleden. Binnen toont Hendrikse een transparante toren van houten blokjes
die voor een raam staat. In de buurt toont een diacarrousel een beeldenreeks
waarin we mensen zien bewegen achter de ramen van een gebouw, dat soms op een
abstracte compositie begint te lijken, zoals de lichtvangende sculptuur op de
vensterbank. Verder toont Hendrikse de projectie van een blauwe hemel, die
afkomstig is uit een diareeks met tachtig verschillende blauwe hemels. Dit
beeldje verwijst naar de achterover hellende zitbank in de tuin, die je
uitnodigt naar de hemel te kijken. Verder zijn er nog twee super 8 films te zien
en werden in nabijgelegen trottoirs zelfgemaakte vloertegels met een kuiltje
geplaatst.
In een verticale toonkast vindt u twee uitgeknipte krantenfoto’s, die samen een
landscvap vormen. Links ziet u een foto van een gebied dat werd getroffen door
een vulkaanuitbarsting, rechts ziet u de gevolgen van een bosbrand. In een
andere toonkast vindt u een foto van het werk ‘Wereldkaart’.
Al deze werken worden uitvoerig beschreven in de tekst ‘De droom van Bergotte’,
over het werk van Hendrikse, die eerstdaags verschijnt in de nieuswbrief van het
Nicc, Antwerpen, en in het boekje ‘De tweelingbroer van Picasso’, dat op 19
november is voorgesteld in Lokaal 01 in Breda.
Hans Theys, Montagne de Miel, 19 december 2005 |