Robert Devriendt

<< BACK TO ROBERT DEVRIENDT   << BACK TO LIST OF ESSAYS

 

 

 

14 oktober. Parijs, Metro République-Montrueil.
[Uit: Essai Intime, Château d’Oiron, 2005]

Tussen kleffe t-shirts en de verkrampte handen die metalen leuningen vastgrijpen, wordt mijn blik naar de glinstering van een amandelvormig oog gezogen. Het gezicht zelf is niet helemaal zichtbaar. Soms zie ik donker steil haar dat over de slapen hangt, soms een deel van een mond in bois de rose met een smal streepje licht dat de rand van de bovenlip accentueert.
Enkel bij de mens is er zoveel wit van het oog zichtbaar, zo schijnt het. Nooit eerder is mij dit wit zo sterk opgevallen als indicator van sensualiteit. Wat niet betekent dat ik er niet onbewust door geleid word. Soms probeer ik iemands persoonlijkheid te ontrafelen aan een gelaatstrek of aan de beweging van een haarlok, of aan de houding van een hand. Maar nooit keek ik zo nadrukkelijk naar het oogwit.
Op enkele millimeter van het rechteroog tekent zich aan de zijkant van het gezicht een pigmentvlekje af. Alsof een portretschilder, geprikkeld door de schoonheid van dit oog met het bruin bestemd voor de pupil even met het penseel de huid raakte. Letterlijk een schoonheidsfoutje die de schittering van dit juweel tot het uiterste drijft. Het oog als verleider en detector.
De omberbruine pupil glijdt langzaam heen en weer onder het brede bovenste ooglid. Af en toe vlinderen de wimpers dicht. Een geëpileerde wenkbrauw dringt zich aan mij op als een ligne de séduction.
Mairie de Montreuil, de metro houdt stil, de reizigers komen in beweging. In de daaropvolgende kortstondige drukte is het pareloog uit mijn blikveld verdwenen. Ik stap het perron op en kijk even om me heen. Alleen matte gezichten. Sommige mensen lopen lezend in een boek de trappen op. Ik hou de handtas stevig vast waarin mijn schilderijen opgeborgen zitten die bestemd zijn voor het Maison Pop van Montreuil. Deze morgen vroeg in mijn atelier, kleefde ik de nog natte schilderijtjes vast in verschillende tupperware doosjes.
Ruim een uur ben ik te vroeg voor de afspraak met Yves Brochard. Vlakbij de metrohalte stap ik Pizza Pino binnen. En aangezien ik in mijn healthy-periode ben laat ik mij een spaghetti met pesto aanbevelen, vergezeld van een glas Chablis, premier cru. Als dwangmatig blader ik ondertussen in mijn quinacridone rode agenda met krokoprint omslag en controleer mijn gsm op berichten. Een lieve stem aan mijn tafel, het gerecht wordt geserveerd. Ik knik en kijk even op. Meteen spant er zich een lijn tussen mijn duistere blik en het oog met de pigmentvlek.

R. Devriendt, 2005

TOP