|
Marc Ruyters
Tamara Van San laat haar Afrika-ervaringen niet expliciet doorschemeren in het werk. Het blijft zijn esthetische eigenheid en weerbarstigheid behouden, of het nu hier dan wel daar bedacht en gemaakt is. Voor haar is het onderscheid lokaal/internationaal overigens redelijk achterhaald: een vorm kan, waar ook, perfect op zichzelf functioneren. Zoals ze ook nooit naar de woorden van een liedje luistert, maar volledig de muziek in zich opneemt, zo zoekt ze geen inhoud achter een bestaande vorm, maar koestert ze de mogelijkheden van de vorm zelf. Eerder al maakte ze werken met TL-buizen én met de hoezen waarin die buizen verpakt worden, met polyurethaan, met afgedankte voetballen, oude sokken en ander 'arm' materiaal. Daar maakt ze prachtige vormen mee, vaak geschilderd of gespoten in fluo- of in snoepkleurtjes, al wil ze op dat kleurgebruik niet op vastgepind worden. Soms staan de vormen op de grond, soms hangen ze aan de muur. Van San's werk is bewust anticonceptueel, ze schuwt de achterliggende gedachte of gestuurde inhoud. De essentie ligt in de verhoudingen tussen materiaal, vorm en kleur die ze samenbrengt en combineert, in de meest uiteenlopende toepassingen. Het draait hem om het woekerende, virusachtige, schuimende, uitdijende, broedende, kronkelende en/of zwermende van de nieuwe beelden. Die lijken soms vrolijk, soms wat dreigend, ja haast koortsig: het zijn beelden met een hoek af. In het Zuiderpershuis zien we sculpturen die geheel Tamara Van San zijn, maar die toch enigszins aan Afrika refereren, al was het maar door de verwijzingen naar een toverstok/wandelstok en een totem.
Augustus 2009 |