Tamara Van San

<< BACK TO TAMARA VAN SAN

 

 

 



Hans Theys


Moorse potloodtorentjes en blauwgestipte roggen

Over het werk van Tamara Van San


Het werk van Tamara Van San ensceneert een eeuwig opdoemen van het beeld uit de materie. Niks geen voer voor gestudeerde betweters, maar een paradijs voor mensen die geloven in het bestaan van wat Luc Tuymans de fysieke intelligentie heeft genoemd. Hier zien we hoe vormen andere vormen kunnen voortbrengen en op een zwijgende manier gedachten en gevoelens in ons kunnen oproepen, bijvoorbeeld gedachten over wat het betekent beeldhouwwerken te maken. Met polyurethaanschuim gevulde ballonnen barsten open en tonen een fragiel opwellend groen plantje. Amorfe of niet thuis te brengen stapelingen, bespoten of overgoten met felgekleurde verf, verschijnen als nieuwe koraalsoorten, bergkristallen, vissen die op vogels lijken of Moorse potloodtorentjes. Als kind hield deze kunstenaar ervan urenlang te bladeren door atlassen en geïllustreerde naslagwerken. In haar werk, dat zowel luchtig is als subliem (de duisternis doemt op uit de van nabij bekeken textuur), keert die voortgaande verwondering verrijkt en versterkt terug. Wonderlijk vrij zijn deze sculpturen! Los van alle vooroordelen, ongelooflijk goed gebakken, als in de ruimte geduwde, radicale schilderijen die een poëtische, ontroerende en soms verontrustende werking hebben, omdat ze een vrolijk-donkere spiegel lijken te zijn van de incongruente, zichzelf voortdurend vernieuwende en overstijgende werkelijkheid die ons omringt.

Hier maken we kennis met de échte poëzie, zoals die wordt opgevat door kunstenaars als Panamarenko en Tarkovski: een irreguliere samenstelling van ongehoorde, onbegrepen vormen, kleuren, materialen, texturen, rasters, ritmes en andere onzichtbare zaken die samen een ervaring oproepen die de onstuimige of stugge gang van de grote werkelijkheid op een ontroerende en beklijvende manier in herinnering brengt. Toch gaat het hier niet om de reconstructie van geziene beelden, zoals bij Panamarenko’s “Krokodillen” of “Botten met sneeuw”, of om het vatten van een moment, zoals in Andrei Roebljov. Het gaat om een radicaal ontwikkelen van vormen die, vanuit een verrassende lichtvoetigheid, nieuwe en oude ervaringen mogelijk maken. En zoals wanhoop en nacht schuilgaan achter de bedauwde bloem die zich ’s ochtends biddend openvouwt, zo leert een aandachtig gadeslaan van sommige vormen ons meer over een duistere onderwereld. Van San werkt met een onverhoopte rijkdom aan materialen: felgroen gelakte dunne bamboestokken, roze geschilderde bakstenen, gele wol, zilverpapieren propjes, klodders siliconen, tape, beschilderde en beplakte pingpongballen, voetballen, strandballen en springballen, piepschuimen halve bollen, polyurethaan, polyester, gips, nylon kousen, fluo gespoten soeplettertjes, knikkers, pluimen, plasticine, enzovoort. De prachtige, vaak vooraf gemaakte, afzonderlijke sculpturen worden zodanig door de ruimte gestrooid dat die een geheel nieuw sculpturaal ritme verkrijgt en op een geheime manier opnieuw betreedbaar en leefbaar wordt. Ziehier een jong kunstenaar die ná Panamarenko, ná Ann Veronica Janssens, ná Joëlle Tuerlinckx en ná Honoré ∂’0 een geheel eigen, radicaal werk heeft gecreëerd, even poëtisch, even politiek geladen, maar zo mogelijk nog vrijer, nog dichter bij ons.

Ik vroeg Van San wat de mooiste dingen zijn die ze ooit heeft gezien. ‘De lucht,’ antwoordde ze, ‘een oranje appelsienzon, een rog met blauwe stippen, de markt van Fes, de zee, boeien, vuurtorens, groener gras, rode boomkrabben, mist, een spelletje met gekleurde pionnen, een zwartblinkend tijgerachtig beest in de zoo, veel kwallen, een olietanker, mensen, een toren in Casablanca, vallende sterren, visnetten, waterlelies, vlinders in Roemenië, Chott El Cherid, een zandstorm, bergen fruit en groenten, Jeruzalem, een uitkijktoren, de woestijn, een muur.’


Montagne de Miel, 6 juni 2008 – 6 juni 2009