|
Ruth Loos
“The many things show” van Tamara Van San
Tamara Van San choreografeert grote-kleine-dingen tot een grillig, poëtisch
landschap. Ze creëert niet zozeer een omhullende omgeving, maar zet, niet
willekeurig, plurivormige bakens uit. Van een ruimte of een plaats maakt ze een
vertoeftuin waarmee ze het Wonderland van Alice lijkt op te roepen. Alsof we ons
op een merkwaardige, fantastische plek bevinden, of een reële plek, die we
waarnemen en droomachtige kwaliteiten toeschrijven. Het is een plek die uitdaagt
en aangelegenheden uit het echte leven opneemt.
Bij Van San speelt echter geen ‘begripsverwarring’, wel een - hoe intuïtief ook
- artistieke en dus intentionele ‘zaaksverwarring’. Hierbij hanteert de
kunstenaar consequent de strategie van het handelend manipuleren/creëren,
waarbij ze zeer dicht blijft bij de materie en haar ervaring met die materie.
Met termen ontleend aan Rudi Fuchs kan gezegd worden dat deze
‘handwerkelijkheid’ van de kunstenaar tot unieke inzichten leidt.
Vaste en minder vaste materie wordt ingezet om weer andere materie te
beïnvloeden. Materie wordt textuur, wordt vorm, wordt object en omgekeerd:
object wordt vorm, wordt textuur, wordt materie. Kleine dingen worden de huid
van grotere dingen die op hun beurt onderdeel kunnen uitmaken van ruimtelijke
intrusies. Onbepaalde materie verkrijgt een bepaaldheid door deze te laten
ingrijpen op andere materie - van binnenuit inwerkend of van buitenuit
beïnvloedend. Wat doen deze materie, vormen en dingen in, op, boven, onder,
naast, rond, met elkaar, met de ruimte en met ons?
Zo sterk als ze verwijzen naar zichzelf, verwijzen ze naar elkaar: hetzij
elkaars andersheid onderlijnend, hetzij elkaars gelijksoortigheid bevestigend.
Maar ook de relatie, de (schaal)verhouding, de afstand en nabijheid, het solo of
in groep optreden, worden belicht. Van San creëert een gebuurschap van vormen
die iets zeggen over elkaars vorm.
In een vloeiende beweging laat ze ons toe in een micro-topia dat zich ontwikkelt
tot een macro-topia om vervolgens van buitenmaats weer binnenmaats te worden. De
veranderingen in grootte, in vorm, van kleur, van textuur, van materie zijn een
ontgrenzend spel dat de kunstenaar op een bijzondere wijze beheerst.
De gemanipuleerde beeldelementen - sommige van hen herkennen we als een
strandbal, een wollen draad, een baksteen, een propje van zilverpapier, ... -
refereren niet aan de ons vertrouwde werkelijkheid of aan de ‘natuurlijke’
omgeving van de objecten en materialen zelf. Ze eisen als het ware hun statuut
van materie en/of (nieuwe) vorm op en maken daardoor nog iets anders voelbaar,
iets wat zich afspeelt tussen hen in, maar misschien vooral iets wat zich
afspeelt tussen hen en ons.
Tegelijkertijd hun zelfstandigheid bevestigend en ontkrachtend, lijken ze ook
onze positie en onze relatie tot de dingen te bevragen. Wat zien we, wat zien we
niet? Wat zagen we en wat zien we nu? En verder: wie kijkt er naar wie?
Misschien maakt Van San wel dingen die naar ons kijken. Sowieso getuigen ze van
iets omgekeerd en vragen ze ook iets gekanteld.
Antwerpen, november 2008 |