|
Angel Vergara
(cv)

Hans Theys
De kunst van de ontmoeting
Enkele woorden over het werk van Angel Vergara
Angel Vergara is in 1958 geboren in het stadje Mieres, in de mijnwerkersstreek
van Asturië. In 1964 leidde een grote staking met de daarop volgende repressie
door Franco tot de emigratie van 100.000 Asturiërs, waaronder de familie van
Angel Vergara. Zijn vader, een mijnwerker die ook als schoenmakersgast had
gewerkt, kwam alleen naar Brussel en liet zijn familie overkomen zodra hij werk
had gevonden bij Michelin en een plaats om te wonen in de Nieuwlandstraat. Later
werd hij taxichauffeur, heel even café-uitbater en uiteindelijk schoenmaker.
Op de dag dat ik Vergara ontmoet voor deze tekst, heeft hij net de eerste
veertig bladzijden van een pas verschenen boekje gelezen.
‘Het geeft moed te zien hoe iemand er eindelijk in is geslaagd een soort van
overzicht te geven van een bepaald soort kunst die in de jaren negentig
blijkbaar overal tegelijk is ontstaan,’ vertelt hij. ‘De schrijver heeft het
over een nieuw soort artistieke praxis die niet meer gebonden is aan een
specifieke tentoonstellingsplaats. De vorm ervan bestaat in de meerwaarde van
een uitwisseling tussen twee personen. Bijvoorbeeld een man die foto’s maakt van
arbeiders en heel grote vergrotingen van die foto’s naast de uitgang van de
fabriek hangt. Die nieuwe kunstvormen maken meestal geen gebruik van de nieuwe
communicatievormen, omdat die functioneren zoals autosnelwegen: je hebt altijd
dezelfde op- en afritten. Hun vorm is het resultaat van een ontmoeting tussen
minstens twee personen. Het kan zelfs zijn dat er helemaal geen voorwerp aan te
pas komt.
Vandaar het belang van de handel, de economie, de transacties, de tarieven, de
politieke actualiteit en de performances in mijn werk. Sommige mensen zien de
door mij aangeklede cafetaria in het S.M.A.K. bijvoorbeeld als een decor.
Eigenlijk kan je alleen maar over een decor spreken als ik in mijn opzet ben
mislukt. Een echt decor heft zichzelf op zodra het functioneel wordt. Dan houdt
het op decor te zijn. De manier waarop ik die cafetaria heb geschilderd vormt
eigenlijk een aanzet tot een bepaalde wisselwerking met de gebruikers. Het
tegenovergestelde kan ook, natuurlijk, zoals met de decors van Broodthaers, die
hij op zichzelf laat bestaan.’
‘In jouw werk gaat het niet om het decor, maar om de gebeurtenis die eruit kan
voortvloeien. Het decor wordt dan een van beide hoofdpersonages van een
ontmoeting…’
‘Bijvoorbeeld het werk ‘Chapellerie Haute’, een werk uit 1994. Ik zou deelnemen
aan een tentoonstelling in een zeer groot gebouw in de Brusselse Hoogstraat en
ik merkte op dat er zich tegenover dat gebouw een hoedenwinkel bevond. Op de
zijgevel van de winkel was een grote hoed geschilderd. Ik vroeg de eigenaar van
die winkel of hij wilde betrokken worden bij mijn bezigheden en ik bouwde een
hoedenwinkel in de tentoonstelling. Maar dat weet je, want je hebt er zelf een
hoed gekocht…’
‘Een pet…’
‘De tarieflijst was zoals altijd verdeeld in drie kolommen die dit keer ‘De
vergetelheid’, ‘Het idee’ en ‘De broosheid’ heetten. De mensen konden gewoon een
hoed kopen, een hoed met een certificaat dat ze de hoed bij mij hadden gekocht,
en een hoed vergezeld van een tekening van Straatman, getekend op een krant naar
keuze (titel en datum), tijdens een bepaalde periode op een bepaalde plaats. Wie
bijvoorbeeld een Bollman wilde kopen voor 1995 frank kon er voor zoveel frank
een certificaat bij krijgen en voor zoveel frank een tekening van 58 seconden op
het Koningsplein.
De plaatsen waar ik voorstel een tekening te maken als Straatman zijn meestal
strategische plaatsen, in de buurt van gevangenissen, grote banken of
gerechtsgebouwen. Wie wilde kon ook een hoed kopen in dat oude, vergeten
winkeltje, dat kort nadien trouwens is verdwenen. Het schilderij van de hoed op
de zijgevel is ook verdwenen.
Mijn hoedenwinkel fungeert in dit werk eigenlijk als centraal punt, waar alle
handelingen vertrekken en toekomen. Ik nodig de toeschouwers uit om een kijkje
te komen nemen, om over te gaan tot een transactie, om de oude hoedenverkoper te
ontmoeten of een tekening van Straatman in de ware wereld te bestellen, die
enkel getekend kan worden op een krant waarvan zowel titel als datum gekozen
moeten worden door de toeschouwer.’
Het werk van Angel Vergara valt uiteen in verschillende bezigheden en vormen.
Samengevat zou je kunnen stellen dat de vorm van zijn werk niet alleen bestaat
in de doeken, de verf, de installaties, de lusters, de voorwerpen en de
happenings die hij gebruikt, voortbrengt of organiseert, maar ook in de relaties
die hij tot stand probeert te brengen tussen hemzelf en de toeschouwers, de
toeschouwers en zijn werk, en de toeschouwers onderling.
Rond 1987 begint Vergara zich te verplaatsen als 'straatman', een vaak ongenood
deelnemer aan publieke gebeurtenissen die, verborgen onder een wit laken of
doek, schetsen maakt van wat hij rond zich hoort en voelt gebeuren. Deze
schetsen trachten een plaats voor te stellen, maar ook de manier waarop die
plaats waargenomen wordt. De typische vermeldingen op deze schetsjes (het uur,
namen van personen, kruisjes en lijnen die verplaatsingen aanduiden, woorden die
gebeurtenissen of gesprekken aanduiden) vinden we nu terug op de grote
schilderijen.
In 1990 opent Vergara zijn eerste café in de Antwerpse Galerie Existent. Later
volgen er café's in Brussel en Tokyo en in 1991 een IJssalon in Aken, waar je
een ijsje, een ijsje met certificaat of een ijsje in een thermos kan kopen. In
het Café de la Galerie des Beaux-Arts Galerij hing een geschilderde tarieflijst
die de volgende mogelijke transacties voorstelde: ‘Het gebruik’, ‘De ruil’ en
‘Het verhaal’. Wie louter betaalde voor het gebruik, verwierf een drankje. Wie
betaalde voor de ruil verkreeg een certificaat voor zijn aankoop, en wie
betaalde voor het verhaal plaatste zo een bestelling voor een schets van
straatman.
Telkens weer probeert Vergara op een of andere manier werkelijk deel te nemen
aan een bepaald sociaal gebeuren of er een op te zetten. In het Brusselse Paleis
voor Schone Kunsten wordt hij in 1996 buitengewerkt omdat hij enkele gesuikerde
appels ruilt tegen gesigneerde cheques waarop de eigenaar in het vakje dat is
voorbehouden voor de munteenheid een appeltje heeft getekend en in het vakje
voor het bedrag het aantal heeft aangegeven.
In het Belgisch Huis in Keulen richt hij in 1995 een prachtige appelwinkel in,
waar mensen een appel met vignetje kunnen kopen in ruil voor, opnieuw, een
cheque. In lange rijen schoven de gegadigden aan en na de voltrekking van de
ruil zag je hen twijfelend kijken naar de pas aangeschafte vrucht.
In het Franse stadje Revin werkt hij in 1995 samen met een zestigtal winkeliers
en het stadsbestuur. Hij laat bankbiljeten drukken (de 'nanards') die je kan
wisselen bij de bank en waar je aankopen mee kan verrichten in de winkels. Elke
middag verzorgt hij voor de lokale radio een programma waarin onder andere de
beursberichten worden besproken.
In Barcelona maakt hij in 1997 de tentoonstelling ‘Radio del Ano’, waar twee
maand lang binnen het gebouw rechtstreekse radio gemaakt kan worden en permanent
12 verschillende kanalen te horen zijn.
In een stadje nabij Sienna zet hij in 1998 een keuken op, waar hij zelf kookt
voor de gasten.
In datzelfde jaar zet hij voor een kunstbeurs in Berlijn een persagentschap op
dat vier dagen lang een blad uitgeeft. Er hangen ook twee grote schilderijen die
aan beide zijden beschilderd zijn. Het eerste schilderij toont aan één kant de
hemel die zichtbaar is vanop het zuidelijk halfrond en aan de andere kant de
hemel die te zien is vanop het noordelijk halfrond. Het tweede schilderij toont
twee stadsplannen van Berlijn, met op elke zijde andere bewegingen. Verder is er
ook een muurschildering over het toeval en de toekomstvoorspelling.
‘De schilderkunst kan tegenwoordig niet goed meer om met kleur,’ vertelt
Vergara, ‘alles moet grijs, zacht en dof zijn. Ik probeer zoveel mogelijk kleur
te gebruiken.’
Al Vergaras installaties krijgen een herkenbare vorm met krachtig gekleurde
vlakken, golvende lijnen of opschriften, alsof het grote, ruimtelijke
schilderijen zijn, maar tegelijk bevatten al zijn schilderijen ook verwijzingen
naar de ervaringen van Straatman, de hedendaagse kunst, onze geschiedenis en de
politieke en economische realiteit.
In 1996 toont Vergara in de Brusselse Sint-Lukasgalerie een ‘winkel’, de
‘Miroiterie de l’Année’, waar je beschilderde etalageruiten kan kopen. Deze
etalageruiten voor een slagerij, een telefoonwinkel en een huis van betaald
plezier werden tentoongesteld op stellages die deden denken aan de inrichting
van winkels waar behangselpapier en vloerbekleding worden verkocht, of aan die
bestelwagens met bijbehorende speciale rekken voor het vervoer van grote ruiten.
Voor een tentoonstelling in de Vera Van Laer Gallery in datzelfde jaar toont
Vergara een luster en enkele grote schilderijen.
Het eerste schilderij geeft een overzicht van de verschillende perioden van
Rubens’ leven. In een linkse kolom worden al ‘zijn’ tentoonstellingen opgesomd
en in een rechtse kolom al ‘zijn’ privé-verzamelaars. Verder treffen we de namen
aan van enkele bekende schilders die Rubens bijstonden in zijn atelier en enkele
beroemde moordenaars en opdrachtgevers.
Het tweede schilderij biedt een overzicht van de economische bedrijvigheid in
België, ingedeeld per sector en per stad en uitgedrukt in miljarden Belgische
frank. Dit schilderij toont ons niet alleen tabellen. Fijne, vaak lichtgekleurde
lijnen schetsen ook de omtrekken van een ruimte, alsof we die waarnemen doorheen
een etalageruit. Verspreid over het doek vinden we de namen van Mr. Alcatel
Bell, Mr. Générale de Banque, etc. en lijnen die hun verplaatsingen binnen de
fictieve ruimte aangeven.
Het derde schilderij biedt een gezicht op het Café del Año, dat bekeken wordt
door het raam en transparante muren. De ruimte van het café wordt afgebakend
door klare, rechte lijnen. Andere lijnen beschrijven de bewegingen van de
gebruikers, die namen van filosofen als bijnaam gekregen hebben. Links bevindt
zich een kolom met namen van Belgische uitvinders zoals Baron Lippens (de
uitvinder van Het Zoute).
In 1995 toont hij in de door Richard Venlet gebouwde ‘Box’ (een witte kijkdoos
achter een etalageraam) ‘Brussels Tours’: een wegens vakantie gesloten
reisbureau. Als je naar binnen kijkt zie je een aantal affiches die eigenlijk
bestaan uit kleefletters die aangebracht werden op rechtstreeks op de muur
geschilderde, rechthoekige vlakken. Op de affiches stellen verschillende
Brusselse galerieën toeristische tochtjes voor die s’ochtends bijvoorbeeld een
aanvang nemen met een glaasje champagne in het Hilton hotel en namen dragen
zoals ‘De politieke vluchtelingen’.
In het Museum Dhondt-Dhaenens toont hij een aan het plafond bevestigd, zwevend
aluminium schilderij dat de toeschouwers weerspiegelt.
Het lijkt alsof deze schilderijen de ruimte in zich op willen nemen, net zoals
de ruimtes behandeld worden zoals schilderijen, maar de bedoeling is altijd een
ontmoeting te creëren, de mensen te ontvangen, te leren kennen en misschien ook
iets mee te geven.
Montagne de Miel, 19 september 1999 |
|
ESSAYS BY HANS THEYS
De kunst
van de ontmoeting, 1999
Le
café. L'eponge. L'or. La coagulation, 1999
Over Angel
Vergara, 1996
Fume, c'est du
Vergara,
1996
|