|
Dennis Tyfus

www.dennistyfus.tk
Hans Theys
Bompa Dichtzak Blootgelegd met Blikopener
Een gesprekje met Dennis Tyfus
In de Stella Lohaus Gallery in Antwerpen loopt momenteel een prachtig opgestelde
tentoonstelling met nog prachtiger werk van Dennis Tyfus. Drie nieuwe tekeningen
op groot tot buitengewoon groot formaat (een van de werken werd diagonaal in de
ruimte geschoven, als een hellend vlak rustend tegen de verste muur, om er
helemaal in te kunnen), een twintigtal animatiefilms die te zien zijn op door de
ruimte gestrooide monitoren, en een hele reeks optredens en performances van
bevriende kunstenaars en muziekgroepen (zie www.dennistyfus.tk).
Het grootste gevaar voor een toeschouwer van schone zaken is dat hij of zij door
gewenning elk gevoel voor verwondering of schroom verliest. Gelukkig bestaan er
nog mensen als Dennis Tyfus, die je bij elke ontmoeting opnieuw enige schroom
inpeperen door hun levenshouding en werk. Ten eerste behoort hij tot het soort
kunstenaars waarover je niet kan schrijven zonder het gevoel te hebben tekort te
schieten. De reden hiervoor is dat de man zich niet bezighoudt met kunst en nog
minder met de kunstwereld, hij is gewoon onafgebroken bezig met honderden mooie
en goed gemaakte zaken die hij van levensbelang vindt: muziek, tekenen,
tijdschriften, posters, vinylplaten, radioprogramma’s, optredens, performances.
Niet als een narcistisch neuroot die elke zelfgebakken scheet van wereldbelang
acht en niet als louter toeschouwer of louter verzamelaar: gewoon als iemand die
met die dingen bezig is, als medewerker, medespeler, organisator, muzikant en
tekenaar, als bewonderaar van het Kempisch Dagblad van Jef Geys, als kompaan van
de zachte Guy Rombouts, als medestander van Ludo Mich, als vriend van John Olson
of als iemand die indien nodig een beroep doet op de economisch gedachte en
artistiek-technische vaardigheid van een medekunstenaar als Vaast Colson.
Afvalspoor
Daarom heeft Dennis Tyfus, net als bijvoorbeeld Panamarenko, geen ‘artistieke
bedrijvigheid’, in die zin dat hij zich niet voortdurend afvraagt hoe hij iets
zou kunnen maken dat op kunst lijkt of dat als dusdanig beschouwd zou kunnen
worden door een denkbeeldige toeschouwer, een koper, een galeriehouder of, God
beware ons, een theoreticus. Het resultaat van deze indrukwekkende,
onvermoeibare bedrijvigheid is een stroom van prachtig gemaakte beelden, die
zich als een afvalspoor door de wereld slingert en verspreidt. De krachttoer,
bij een tentoonstelling als deze, bestaat er dus vooral in het eigen werk niet
na te maken én niet te vervallen in een ‘presentatie’ van het ‘echte’ werk.
Welnu, voor de vierde keer is Tyfus hierin geslaagd. Hij heeft voor deze
tentoonstelling opnieuw werk gemaakt dat hier speciaal voor is bestemd, zonder
dat dit werk aan kracht of authenticiteit inboet.
Tyfus maakt met zwarte Posca-verfstiften tekeningen op een gekleurde ondergrond.
Vroeger bestond die ondergrond uit verschillende gekleurde, gespoten vlekken, nu
bestaat hij uit een geschilderde laag gele en roze fluoverf. Elders heb ik al
beschreven hoe in Tyfus’ tekeningen poriën, tranen, zweetdruppels, acne,
baardstoppels, pukkels, bolletjes, aders en haren gaan optreden als pixels van
een trillend raster. In de huidige tekeningen is een strakke vormverschuiving
gebeurd, die erin bestaat dat de werken voornamelijk zijn opgebouwd uit dunne,
altijd anders gevormde streepjes. De tekeningen zijn doorgaans vlak, zonder
schaduwpartijen, maar nu duikt in één doek een realistische berenkop op met
gearceerde schaduwpartijen rond de oogkassen en onder de muil, waardoor het
lijkt alsof een gruwelijke nachtmerrie doorheen de dunne wand van een
cartoonachtige wereld breekt. Een hedendaagse tekening slaat om in de textuur en
de sfeer van een eeuwenoude gravure: de slaap van de rede produceert monsters
als weleer. We zien hoe iemand die zich jarenlang heeft bekwaamd, vormen kan
maken die een zowel onheilspellende als bevrijdende werking hebben.
Tyfus heeft onafgebroken getekend sinds zijn vijfde. Toen ik onlangs zijn ouders
ontmoette (schatten van mensen), vertelde zijn vader mij dat hij wekelijks
papier smokkelde uit de drukkerij waar hij werkte om zijn zoon zonder
onderbreking te kunnen laten voorttekenen.
Drijfveren
Stella Lohaus Gallery is een van de weinige galerieën in België die een eigen
gezicht hebben. Je hoeft geen bewonderaar te zijn van het werk van elk van de
kunstenaars die door deze galerie vertegenwoordigd worden, om juist een grote
waardering te voelen voor hun onderlinge verscheidenheid, die terug te voeren is
tot de eigenzinnige keuzes van Stella Lohaus, befaamd omwille van het feit dat
ze zich door niemand laat beïnvloeden. Daarom was ik benieuwd naar de drijfveren
voor haar beslissing samen te werken met Dennis Tyfus.
“In 2002 zag ik een uitnodigingskaart voor zijn solotentoonstelling in de
Luchtbal,” vertelt ze, “en ik was meteen gefascineerd. We leefden in een
cultureel klimaat dat bepaald was door bepaalde gruwelkelders en ineens ontdekte
ik iemand die kinderen afbeeldde die niet onschuldig waren. Ik was wel al
vertrouwd met het werk van mensen als Yoshitomo Nara, maar ik vond de benadering
van Dennis heel verfrissend. Ik heb hem dan opgezocht en het klikte meteen.”
Waarom heet dit werk ‘Splendid Eye Torture’?
Dennis Tyfus: “Dat is de titel van een skatefilm van Blockhead uit 1989, een
film vol fluo-kleuren en draaiende spiralen.”
Een ander werk heet ‘Kauwgumballenboom’…
Tyfus: “Dat is een liedje van Elly en Rikkert, twee vroegere kleinkunst-hippies
die nu een soort van godsdienstfanaten geworden zijn en ontkennen dat de roze
plakkende bollen in de bomen waar ze over zingen afkomstig zijn van een
LSD-trip.”
Alle madammen in deze werken zijn portretten van je vriendin Narelle?
Tyfus: “Ja.”
Ze doen een beetje denken aan de forse madammen van Robert Crumb. Heb je dat
opzettelijk gedaan?
Tyfus: “Ik ken het werk van Crumb niet. Ik ben niet geïnteresseerd in cartoons
en stripverhalen. Hij heeft wel eens een goeie platenhoes getekend voor Big
Brother and the Holding Company, maar de plaat zelf trok op niks.”
Je draagt een zelfgemaakte badge met het opschrift ‘ochtend yoegoord’.
Tyfus: “Lekkere, warme mannenpap.”
Waar komt het woord ‘Bompa Dichtzak’ vandaan?
Tyfus: “Dat is een vent die compleet dicht zit en aan de toog hangt te zagen
omdat hij geen zuip meer krijgt. Hij is gebaseerd op een basketbaltrainer die ik
vroeger heb gekend. Die man had veel last met mij, maar ik was dan ook een
onuitstaanbaar ventje.”
Wat ga je de komende maanden doen?
Tyfus: “Ik heb zin om een veertigtal platen uit te brengen op mijn label Ultra
Eczema. Onder andere muziek van space_cactus, die hier in de tentoonstelling
komen spelen. Er komen nog andere mensen: John Olson en Wolf Eyes, Spencer Yeh,
en Chris Corsano, samen met Orphan Fairytale. Tijdens de vernissage verkopen we
tequila. Met de opbrengst betaal ik de muzikanten… Weet je wat het probleem is
met appels? Ze hebben allemaal een verschillende smaak. Een balisto,
daarentegen, is altijd een balisto. En je krijgt er geen buikpijn van. Fruit en
dieren: ze zijn allebei even verschrikkelijk. Ik teken wel veel dieren, maar als
hier per ongeluk een uil zou binnen vliegen, dan ga ik direct Stella en Lore
halen om dat beest buiten te werken. Wacht, ik haal mijn polaroidcamera. Dan
maken we een foto van onszelf als illustratie voor je tekst. Ik teken iets op je
voorhoofd, maar je mag niet in de spiegel kijken voor je vanavond je lezing in
Gent hebt afgerond…”
Montagne de Miel, 11 mei 2008
|
|
ESSAYS BY HANS THEYS
Coulourful and Buzzing Castoffs, 2009
Als gonzend afval, 2009
Bompa Dichzak
Blootgelegd met Blikopener, 2008
Het tedere lawaai van arceringen en acné, 2004
TO VIEW
MOVING IMAGES
CLICK HERE |