|
gerlach en koop
www.gebr-genk.nl
Hans Theys
Het slecht passende spiegelbeeld
Enkele woorden over het werk van gerlach en koop
Het werk van gerlach en koop is heel bijzonder: mooi, uitgekiend,
geheimzinnig, teruggetrokken en op een verfijnde manier sensueel. Het is een
evenwichtskunst, een trekken van fijne rimpels in het beeld dat we dagelijks
over de werkelijkheid draperen, een vorm van oefenende aandacht. Het is werk dat
schijnbaar alleen kon ontstaan op de grens van de zuidelijke en de noordelijke
culturen: rationeel en zinnelijk, conceptueel en materieel, grappig en ernstig,
literair geïnspireerd maar plastisch uitzonderlijk verzorgd. We stuiten hier op
een ingehouden, tintelende plasticiteit, die als droesem is overgebleven van
ingedikte gesprekken en andere avonturen. Ik ben blij dat ik dit werk heb leren
kennen.
Het schijnbare spiegelbeeld
Woensdag, 29 augustus 2007. Vanmiddag zag ik in Den Haag een heel mooie
tentoonstelling. De werken bevonden zich in de voorste vertrekken van de
voormalige kelderruimte van een breed gebouw. De ruimte is zichtbaar van op het
trottoir, omdat over de gehele breedte van het gebouw een deel van de vloer werd
weggenomen. Het gebouw is een samensmelting van twee huizen. Oorspronkelijk
waren er dus twee kelders, die nu echter met elkaar verbonden zijn door twee
openingen. Deze openingen werden door de kunstenaars dichtgemaakt, zodat de
toeschouwer de indruk heeft voor een massieve muur te staan. De ingreep is
essentieel, omdat ze een soort van spiegelbeeld creëert. Het schijnbare
spiegelbeeld keert voortdurend terug in het werk van deze kunstenaars.
In elke ruimte bevindt zich een grijze tafel waarop twee afgewerkte,
kant-en-klaar gekochte legpuzzels van ongelijke grootte liggen, waarop we
ogenschijnlijk dezelfde foto’s herkennen. Pas bij nader onderzoek blijkt het om
twee verschillende foto’s te gaan, die met een korte tussenpose gemaakt werden.
(We herkennen dezelfde mensen en wolken, die zich in de tussenliggende minuten
echter een klein beetje hebben verplaatst.) Er zijn dus twee tafels, waarop
telkens twee legpuzzels liggen. Op de tafel in de eerste ruimte gaat het om
horizontale puzzels, op de tafel in de tweede ruimte gaat het om verticale
puzzels. De puzzels liggen naast elkaar, tegen de onderste en de linkerrand van
de tafel geschoven. Daarover liggen twee glasplaten die elk de helft van de
volledige oppervlakte van het tafelblad bedekken. Zo ontstaat er een dubbele
tweedeling. Enerzijds heb je de schijnbare verdubbeling van de legpuzzel-foto
(met bijbehorende schaalverschuiving, omdat de puzzels niet even groot zijn),
anderzijds wordt het totale oppervlak van de tafels precies in twee gedeeld door
de glasplaten. Zo ontstaat een fraaie visuele verschuiving of rimpeling van het
beeld, die doet denken aan een ander tentoongesteld werk dat luistert naar de
titel Zes schouders, drie bekers en drie planten (let niet op Richard Burton en
Elizabeth Taylor). Het werk is een gevonden boekomslag dat op de voor- en
achterflap bedrukt werd met dezelfde foto. Links en rechts van de rug werd de
foto echter niet precies doormidden gesneden, zodat een strook ervan twee keer
wordt afgedrukt.
Een tekeningetje van een venster met gordijnen en kamerplant, dat ze hebben
aangetroffen in de linkerbenedenhoek van een opengeslagen ordner, wordt
gereproduceerd op een groot wit vel, dat onder een afbeelding van de ordner
wordt tentoongesteld.
In elke ruimte bevindt zich een wit elektriciteitssnoer waaruit de eigenlijke
koperdraad werd verwijderd, zodat een lange lege, dubbele huls overblijft.
Tegen de muur hangen naast elkaar twee bruine dienbladen met een beschadigd
hoekje. Het eerste dienblad is origineel, het andere is een duplicaat, dat na
veel oefenen een zeer gelijkend beschadigd hoekje heeft gekregen.
Het thema van het schijnbare spiegelbeeld kent een variant in het thema van de
restruimte. In één ruimte van de huidige tentoonstelling treffen we drie witte
volumes aan, die reconstructies zijn van de lege ruimte achter één deel van het
Van Dale woordenboek (a/i) in drie verschillende boekenkasten. In de andere
ruimte vinden we twee soortgelijke witte volumes, die schaalmodellen zijn van de
volumes die gebruikt werden om de scheidingsmuur tussen beide helften van de
kelder te dichten. De drie papieren sculpturen die gestalte geven aan de
restruimte achter de drie Van Dale woordenboeken zijn voortgevloeid uit een
ingreep in de bibliotheek van het Van Abbemuseum in Eindhoven, die als titel
droeg kunstboeken (naast de kunst).
Voor die ingreep hebben ze alle boeken van de bibliotheek naar achteren
geschoven, zodat die niet meer vooraan, maar achteraan op één lijn stonden. De
minimale architectuur kreeg hierdoor een vrijwel onzichtbaar, maar zeker
voelbaar, rafelig aanzien. De bibliotheek leek meer op die van een privé-woning,
waar mensen de boeken vaak achterin de schabben duwen zodat ze meer plaats
krijgen om voorwerpjes tentoon te stellen. In openbare bibliotheken gebeurt
doorgaans het omgekeerde, omdat de rugteksten op die manier beter leesbaar zijn.
De bibliotheek kreeg meer lucht en minder (verborgen) duisternis. De ingreep was
eenvoudig, fysiek, visueel en op een grappige manier politiek geïnspireerd. Zo
voel ik het althans aan. Het lijkt mij een mooie, poëtische, zachte en tegelijk
radicale verstoring van een glossy functionaliteit.
Ironie, consensus en ironie
Ik moet u hier iets vertellen over ironie. Ik hou niet van ironie in de vorm van
neerbuigendheid (zoals bij Duchamp) of negativiteit (het zogenaamde
tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt). ‘Ironie’ betekent dat je iets
anders zegt dan je lijkt te zeggen, zonder dat je dit uit het gezegde kan
opmaken. Wat voegt dit begrip toe aan de werkelijkheid? Het herhaalt het gevoel
van het kind dat alleen maar kan gissen naar de betekenis van woorden die het
niet begrijpt. Soms zorgt dit onbegrip voor een onveilig gevoel. Elk ‘betekenen’
van woorden heeft iets ironisch. Ze hebben een concrete vorm, maar die vorm dekt
niet de lading. Iets ontsnapt. In die zin ontstaat de metafoor uit ironie. Het
mooie aan ironie is dat je dingen kan zeggen die tegelijk waar en onwaar zijn.
Als Gerard Reve op de verrekijk verklaarde dat de Russen kinderen opaten dan was
dat geen ware uitspraak, natuurlijk, maar toch was het waar. Ik heb eens
maandenlang brieven van Flaubert gelezen. De boeiendste passages waren voor mij
de bladzijden waarin hij verzen van Louise Colet verbeterde, omdat het voor mij
vaak onmogelijk was te zien waarom hij een vers goed of slecht vond. Het
verbaast mij dan ook niet dat gerlach en koop soms citeren uit zijn Dictionnaire
des idées reçues (Thesaurus van pasklare ideeën). Ik heb dit boek allang niet
meer ter hand genomen, maar ik herinner me dat er tal van ideeën waren waarvan
ik het ‘pasklare’ niet begreep. gerlach en koop hebben zo’n cliché gebruikt als
titel voor een tentoonstelling: ‘Concessies? Nooit doen.’ Op deze
tentoonstelling trof je op een deurpost twee streepjes aan die de lengte van
beide kunstenaars aangaven. De afstand tussen beide lengtes vormt hun
speelruimte. Het deel van de deurpost tussen de streepjes was op de
tentoonstelling zelf losgezaagd en verwijderd. Na de tentoonstelling werd het
onzichtbaar teruggeplaatst.
‘Veel mensen namen de titel van de tentoonstelling ernstig,’ vertellen gerlach
en koop. Alsof je kan leven of werken zonder concessies te doen. Wij kunnen in
elk geval alleen maar samenwerken als we bereid zijn tot een consensus. Heel ons
leven bestaat uit concessies. De afstand tussen ons beiden is onze
manoeuvreerruimte.’
Ontwaren en zien (De verdubbeling van de werkelijkheid)
Een van de publicaties van gerlach en koop bevat de vertaling van een passage
uit een boek van Jules Verne, die ondanks de vermelding ‘onverkorte uitgave’ op
het titelblad was weggelaten door de vertaler. Het ging om een van de vele
opsommingen die in dit boek voorkomen en heel gebruikelijk waren in de
negentiende eeuw, maar later als storend werden ervaren.
(Kundera merkt in Les testaments trahis op dat het eerste wat vertalers of
dirigenten weglaten, meestal het meest essentiële is van het kunstwerk dat ze
onder handen nemen.)
Driehonderd jaar geleden of meer, toen ik studeerde aan de universiteit,
probeerde ik het verschil tussen de oorspronkelijke Quijote en de talloze
ingekorte en gevulgariseerde versies aan te tonen door te wijzen op een nuance
in de openingszin van het beroemde achtste hoofdstuk van deze roman (Over het
goed fortuin dat de dappere Don Quichot beleefde in het schrikkelijk en nooit
gedroomd avontuur van de windmolens, benevens andere gebeurtenissen, heuglijke
gedachtenis waardig). Die zin luidt als volgt: ‘Op dit ogenblik kregen zij
dertig of veertig windmolens in zicht, die daar staan in de velden, en zodra Don
Quichot ze zag, zeide hij tot zijn schildknaap...’ In de oorspronkelijke versie
gebruikt Cervantes de woorden ‘descubrir’ en ‘ver’, ‘ontwaren’ en ‘zien’. In de
bewerkingen gaat deze schijnbare herhaling altijd verloren. Toch gaat het in
deze roman voortdurend over het verschil tussen wat er ‘werkelijk’ te zien is en
wat ‘Don Quichot’ meent waar te nemen.
Het allereerste werk dat gerlach en koop samen maakten was een prentbriefkaart
met de perspectivisch gecorrigeerde afbeelding van een verdwenen schilderij van
Jan van Eyck, dat we enkel kennen van een kopie die werd geschilderd door Willem
van Haecht, als onderdeel van het schilderij Kunstkamer van Cornelis van der
Geest (1628). Het schilderij van Jan Van Eyck, Vrouw aan haar toilet, toont ons
twee dames. Eén van hen is naakt (al draagt ze slippers), de tweede is gekleed.
Ze worden allebei weerspiegeld door een bolle spiegel. Misschien gaat het om
dezelfde vrouw. Wat we niet zien is de lege huls: de kleren die ergens anders
zijn zonder het lichaam van de naakte vrouw. Links op de voorgrond staan lege
overschoenen, die deze afwezigheid versterken.
‘Ieder kunstwerk is de spiegel van een ander kunstwerk,’ schrijft een fictieve
auteur die wordt aangehaald door Perec in Een kunstkabinet. ‘Een groot aantal
schilderijen, zo niet alle, krijgt zijn werkelijke betekenis pas in samenhang
met vroegere kunstwerken die er, geheel dan wel gedeeltelijk, eenvoudigweg in
zijn overgenomen, ofwel er op een meer verwijzende manier in zijn verwerkt.’
Ik haal de zin aan, omdat ik denk dat hij gerlach en koop heeft aangesproken. Op
die manier sluiten ze aan bij een literaire traditie die ondermeer gestalte
kreeg in een essay van Borges over de Quijote van Cervantes. De Quijote bestaat
uit twee delen. In het tweede deel, dat later werd geschreven en gepubliceerd,
ontmoet Don Quichot mensen die het eerste deel hebben gelezen. Het thema van de
dubbele ervaring van de werkelijkheid, dat al tot uitdrukking kwam in de
uiteenlopende ervaringen van Don Quichot en zijn compagnon, wordt zo nog eens
verdubbeld. De ‘authentieke’ herinneringen van Don Quichot stroken immers nooit
met de herinneringen van de lezers van het eerste deel. Borges vergelijkt dit
avontuur van de zich verdubbelende werkelijkheid met Shakespeares Hamlet, omdat
Hamlet in dit stuk een toneelstuk ensceneert om de waarheid over de moord op
zijn vader te achterhalen. Borges ziet in deze spiegelende verdubbelingen een
eindeloze tuimeling die de lezer opslorpt in het rijk der fictie: ‘dergelijke
omkeringen suggereren dat, als de karakters van een verzinsel ook lezers of
toeschouwer kunnen zijn, wij, hun lezers en toeschouwers, misschien verzonnen
zijn’.
We spreken over een ‘eindeloze tuimeling’, omdat de afgrond die zich opent in
het boek eindeloos kan zijn, zoals blijkt uit het door Borges aangehaalde
verhaal uit Duizend-en-één-nacht, waarin Sheherazade de koning, die aan het
lijntje gehouden wordt met de duizend verhalen, ook zijn eigen geschiedenis
vertelt, waarin ze natuurlijk zichzelf moet beschrijven die dit zit te
vertellen, enzovoort.
gerlach en koop verzorgen niet alleen fraaie publicaties, ze stellen zich nu ook
op als anti-uitgever: ze hebben zich immers voorgenomen alle exemplaren van een
bepaald boek uit de handel te nemen. Ook in dit werk schuilt een eindeloze
progressie, die aan de paradox van Zeno doet denken.
Ik denk niet dat plastisch werk zijn kracht of werking uitsluitend kan ontlenen
aan de literatuur. Ik denk ook niet dat dit de bedoeling is van gerlach en koop.
Ik denk eerder dat hun werk verwant is met de talloze spiegelingen en
vormvarianten die je aantreft in het werk van kunstenaars als Marcel Broodthaers
of Joëlle Tuerlinckx (en andere Nederlandse of internationale kunstenaars wier
werk ik niet genoeg ken) die ze af en toe verbinden met de literaire traditie.
De vorm blijft het doel.
Als we kijken naar de aluminium liniaal die aan een fries doet denken, omdat het
blauwe en rode patroon van de King-pepermuntjes er tientallen keren in herhaald
wordt, dan doet dit mij denken aan de ‘eindeloze’ weerspiegeling die wij in
België vooral kennen van de spiegels bovenaan de trap in het woonhuis van de
architect Horta. In werkelijkheid is deze weerspiegeling nooit eindeloos, maar
zien wij een soort van verminderende reeks. In dit mooie werk van gerlach en
koop ontmoeten we een perfecte spiegeling, in de vorm van een meetbare reeks. De
eindeloze regressie wordt de inspiratie voor een nieuwe meetlat, die haar plaats
inneemt in een geschiedenis die begint met de Stoppages étalon van Marcel
Duchamp en een aantal fraaie varianten heeft gevonden in de Maatstokken van
Joëlle Tuerlinckx.
De lengte van het liniaal stemt overeen met de maximale lengte die gefabriceerd
kon worden. De dikte stemt overeen met een aluminium kubusje dat naar aanleiding
van de ingreep in de bibliotheek van het Van Abbemuseum werd gepubliceerd als
erratum.
Het meest indrukwekkende aan het werk van gerlach en koop is de combinatie van
een maximale eruditie en een minimale, terughoudende vorm. De literatuur wordt
teruggebracht tot haar essentie, die stilte is. Geen lawaaierige betogen, maar
een voorzichtig naar voren schuiven van tot klare vorm geplooide raadselbeelden.
Slot zonder einde
De kunstenaars vertelden mij dat ze graag doelloos zouden kunnen ronddwalen in
een stad, maar dat dit nooit lukt. Daarom hebben ze het vinden van afgescheurde
hoekjes van met plakband bevestigde affiches ooit benoemd tot schijndoel van hun
omzwervingen. Hun wens lijkt op de bewering van de Belgische schilder Walter
Swennen die ooit beweerde ervan te dromen ‘om het even wat’ te kunnen
schilderen, naar analogie met Lacan die Freuds opdracht aan zijn patiënten ‘te
vertellen wat in hen opkwam’ verbeterde door hen uit te nodigen ‘om het even wat
te vertellen’. Hoe doelloos we ook proberen te bewegen, we zullen altijd weer
onze eigen spookbeelden tegenkomen. Onze werkelijkheid is een afgesloten
spiegelpaleis, waarin tautologieën en allerhande vermommingen op de wijze van de
droom een illusie van verscheidenheid en vrijheid scheppen. Wij zitten
opgesloten in onze manier van kijken en in het geringe tal van de dingen die wij
kunnen zien. Maar tegelijk zijn de vertellingen en de vermommingen en de
kostuums en de maskers zo verscheiden en hun getal zo eindeloos, dat we ze nooit
allemaal kunnen verkennen en eeuwig kunnen proberen onze spookbeelden te
verschalken.
Montagne de Miel, 10 oktober 2007
|
| |
 |
opschuiven
Faux Jumeaux, S.M.A.K., mei 2009 |
| |
 |
 |
 |
 |
| |
 |
roken in het huis van de buren, 2002,
zwart-wit foto, 10 X 15 cm
smoking in the house of the next-door neighbours, 2002,
black and white photograph, 10 X 15 cm |
| |
 |
roken in het huis van de buren, 2002,
zwart-wit foto, 10 X 15 cm
smoking in the house of the next-door neighbours, 2002,
black and white photograph, 10 X 15 cm |
| |
 |
slijten (vliegtuig), 2006, foto, A4,
gedurende vijfenhalve maand in de achterzak gedragen ansichtkaarten
wear and tear (aeroplane), 2006, photograph, A4, picture postcards,
carried in back pockets for five and a halve months |
| |
 |
slijten (vliegtuig), 2006, foto, A4,
gedurende vijfenhalve maand in de achterzak gedragen ansichtkaarten
wear and tear (aeroplane), 2006, photograph, A4, picture postcards,
carried in back pockets for five and a halve months |
| |
 |
slijten (kröller-müller), 2008, gedurende
zeven weken in de achterzak gedragen titelkaartje van het Kröller-Müller
Museum, 144 x 104 mm
wear and tear (kröller-müller), 2008, title cards of the Kröller-Müller
Museum carried in back pockets for seven weeks, 144 x 104 mm |
| |
 |
slijten (kröller-müller), 2008, gedurende
zeven weken in de achterzak gedragen titelkaartje van het Kröller-Müller
Museum, 144 x 104 mm
wear and tear (kröller-müller), 2008, title cards of the Kröller-Müller
Museum carried in back pockets for seven weeks, 144 x 104 mm |
| |
 |
ordner, 2006, laserprint en tekening,
beide 845 x 1002 mm /
ordner, 2006, laserprint and drawing, both 845 x 1002 mm |
| |
 |
achttien balken uit de etalage van Stroom
Den Haag gebruikt voor een bank, 2007. 705 x 1600 x 450 mm,
grijsgeschilderd vurenhout, meranti /
eighteen beams from the display window of Stroom Den Haag used as a
bench, 2007, 705 x 1600 x 450 mm, pinewood painted grey, meranti |
| |
 |
economie, 2007,
gele plug in rode plug in zwarte plug
economy, 2007,
yellow plug in red plug in black plug |
| |
 |
ruim schrijven, 2008, niet verwijderde
plakletters /
write low, 2008, not removed vinyl lettering |
| |
 |
de ruimte hieronder niet beschrijven —
deze ruimte niet beschrijven, 2008, omgedraaide acceptgiro, A4 glasplaat
Please do not write or mark below this line & do not fold the document,
2008, turned round payment slip, A4 sheet of glass |
| |
 |
Carl Andre, White chalk piece, 1972,
krijt / chalk
een sculptuur van zes meter lang, 2007, aluminium, verf, viltstift, 15 x
15 mm x 6 m /
a six metre long sculpture, 2007, aluminium, paint, marker, 15 x 15 mm x
6 m,
trapleuning, langste (en smalste) voorwerp uit het huis van gerlach en
koop, 380 cm /
handrail, longest (and narrowest) item from the house of gerlach en
koop, 380 cm
electriciteitsdraad zonder electriciteit, 2008, koperdraad, kopie van de
beveiligingsdraad van het museum /
electric wire not electric, 2008, copper wire, copy of the security wire
from the museum |
| |
 |
Carl Andre, White chalk piece, 1972,
krijt / chalk
een sculptuur van zes meter lang, 2007, aluminium, verf, viltstift, 15 x
15 mm x 6 m /
a six metre long sculpture, 2007, aluminium, paint, marker, 15 x 15 mm x
6 m,
trapleuning, langste (en smalste) voorwerp uit het huis van gerlach en
koop, 380 cm /
handrail, longest (and narrowest) item from the house of gerlach en
koop, 380 cm
electriciteitsdraad zonder electriciteit, 2008, koperdraad, kopie van de
beveiligingsdraad van het museum /
electric wire not electric, 2008, copper wire, copy of the security wire
from the museum |
| |
 |
kunstboeken (naast de kunst)
bibliotheek van abbemuseum, 2004
Bestaat uit: 22 lege vitrines voorzien van een nieuwe stoffen
achterwand, een affiche in een oplage van 22 waarvan 1 opgehangen aan
een vitrine en 21 in een vitrine, 22 errata in de vorm van aluminium
blokjes van 15x15x15 mm en het naar achteren schuiven van alle boeken in
de bibliotheek.
artbooks (beside the art)
library van abbemuseum, 2004
Consists of: 22 empty vitrines equipped with new backboard made of
cloth, a poster in an edition of 22, one attached to a vitrine and 21
inside a vitrine, 22 errata in the form of aluminium of 15x15x15 mm and
the sliding to the backboards of all the books in the library. |
| |
 |
kunstboeken (naast de kunst)
bibliotheek van abbemuseum, 2004
Bestaat uit: 22 lege vitrines voorzien van een nieuwe stoffen
achterwand, een affiche in een oplage van 22 waarvan 1 opgehangen aan
een vitrine en 21 in een vitrine, 22 errata in de vorm van aluminium
blokjes van 15x15x15 mm en het naar achteren schuiven van alle boeken in
de bibliotheek.
artbooks (beside the art)
library van abbemuseum, 2004
Consists of: 22 empty vitrines equipped with new backboard made of
cloth, a poster in an edition of 22, one attached to a vitrine and 21
inside a vitrine, 22 errata in the form of aluminium of 15x15x15 mm and
the sliding to the backboards of all the books in the library. |
| |
 |
kunstboeken (naast de kunst)
bibliotheek van abbemuseum, 2004
Bestaat uit: 22 lege vitrines voorzien van een nieuwe stoffen
achterwand, een affiche in een oplage van 22 waarvan 1 opgehangen aan
een vitrine en 21 in een vitrine, 22 errata in de vorm van aluminium
blokjes van 15x15x15 mm en het naar achteren schuiven van alle boeken in
de bibliotheek.
artbooks (beside the art)
library van abbemuseum, 2004
Consists of: 22 empty vitrines equipped with new backboard made of
cloth, a poster in an edition of 22, one attached to a vitrine and 21
inside a vitrine, 22 errata in the form of aluminium of 15x15x15 mm and
the sliding to the backboards of all the books in the library. |
| |
 |
Vrouw aan haar toilet, Jan van Eyck (ca.
1433), kopie van Willem van Haecht in kunstkamer van Cornelis van der
Geest (1628), perspectivisch gecorrigeerd door gerlach en koop (1997),
het origineel van Jan van Eyck is verdwenen, ansichtkaart, 10 x 15 cm
Woman doing her toilet, Jan van Eyck (ca. 1433), copy by Willem van
Haecht in A Gallery Portrait of Cornelis van der Geest (1628), with
corrected perspective by gerlach en koop (1997), the original by Jan van
Eyck is lost, picture postcard, 10 x 15 cm. |
| |
 |
gift, 2007, drie vellen cadeaupapier elk
202 x 289 mm, plakband
Een voorwerp een keer ingepakt en ook weer uitgepakt, hetzelfde voorwerp
acht keer ingepakt en ook weer uitgepakt, acht verschillende voorwerpen
elk een keer ingepakt en ook weer uitgepakt. /
gift, 2007, three sheets of gift wrapping paper, 202 x 289 mm each,
adhesive tape
An object wrapped once and unwrapped again, the same object wrapped
eight times and unwrapped again, eight different objects each wrapped
once and unwrapped again. |
|
BOOK BY HANS THEYS

ESSAYS BY HANS THEYS
Het
slecht passende spiegelbeeld, 2007
A
Badly Fitting Mirror Image, 2007
ai, ai, ai
De ruimte achter en boven Van Dale's woordenboek a-i in de boekenkast van
gerlach, koop en Hans Theys.
|