|
Guy Rombouts

www.azart.be
Hans Theys
COWBOYS, RIDDERS, CIRCUSARTIESTEN EN ANDERE BUITENAARDSE WEZENS…
Een gesprek met Monica Droste en Guy Rombouts
Rombouts: Ik ben geboren in Leuven en getogen in Geel. Mijn moeder was
papeteriste en mijn vader drukker-uitgever van Het Nieuwsblad van Geel, dat dit
jaar aan zijn 145ste jaargang toe is. Mijn overgrootvader, die meestergast was,
heeft het blad overgenomen van de oprichter.
Het was aangenaam om te wonen in Geel, met zijn befaamde thuisverpleging. Als
kind vond ik het spannend om op straat volwassenen tegen te komen die
onvoorspelbaar gedrag vertoonden. Zo was er een Nederlandse dame die
fantastische hoeden maakte met fruit, takjes, vogeltjes en talloze andere
voorwerpen. Bij elke ontmoeting inspecteerde ik het nieuwe bouwsel om te zien
wat ze er allemaal in had verwerkt. Ik vind het nog altijd jammer dat er steeds
minder patiënten thuis verpleegd worden. Net toen vooraanstaande psychiaters in
de hele wereld tot de bevinding kwamen dat de methode in Geel voortreffelijk
werkte, zijn ze begonnen met het afbouwen ervan. De voornaamste redenen hiervoor
waren de industrialisatie en het verkeer, denk ik. Gaandeweg gingen meer en meer
mannen en vrouwen samen uit werken, zodat er thuis niemand overbleef om voor een
klakkeloos persoon te zorgen.
Veel patiënten waren gefascineerd door auto’s. Een van hen regelde graag het
verkeer en een andere man hield ervan te voorschijn te springen vanachter een
dikke boom. De grote baan van Geel naar Kasterlee was vroeger een prachtige
dreef. Als je daar voorbijreed met een auto bestond er een grote kans dat die
man te voorschijn sprong, telkens vanachter dezelfde boom. Hij deed alsof hij
wilde zelfmoord plegen. Hij had voor die sprongen een heel verfijnde
toreador-techniek ontwikkeld, zodat hij de voertuigen net kon ontwijken. Mensen
uit de streek wisten dat ze hem niet zouden raken, maar toeristen en andere
autorijdende passanten gingen vaak klacht neerleggen, zodat hij uiteindelijk
werd opgesloten.
Naast ons woonde een man met een winkel van elektrische huishoudapparaten, die
in de jaren vijftig op zijn eentje een televisiezendstation heeft gebouwd. Hij
wilde plaatselijke uitzendingen verzorgen. Die hebben ze ook vlug opgesloten.
Hij heette Henri Borstel. Hij had een fiets waarvan het zadel hopeloos
vastgeroest zat, veel te hoog, en daarom had hij aan elke pedaal een blok hout
gebonden, zodat hij toch kon fietsen.
Droste: Mijn Nederlands is nog niet echt gepolijst. Ik voel me niet helemaal
comfortabel. Ik zou meer met Guy moeten praten.
Rombouts: Dat is ook niet gemakkelijk. (Gelach.) Ik heb van die periodes dat ik
overal ja op zeg. Dan is het moeilijk, natuurlijk… Ideaal om een gesprek te
kelderen.
Droste: Guy en ik praten altijd Engels samen.
Rombouts: Een soort van steenkolen-Engels, in mijn geval.
- Hoe ben je in België terechtgekomen, Monica?
Droste: Ik was heel lui en ik wilde niet elke dag acht uur werken. Dus moest ik
kunstenaar worden, dacht ik. Ik wilde vrij zijn. Toen ik klein was wilde ik
alles gedurende één week doen. Eén week driver van de tramway. Eén week pompier.
En dan dacht ik : als ik kunstenaar word kan ik dat plan uitvoeren en
beurtelings alle beroepen uitoefenen…
Ik kom uit Warschau. Mijn moeder is architect, mijn stiefvader was schilder.
Mijn ouders kenden iedereen in Warschau. Ik vond dat te gemakkelijk. Als ik zei
dat ik naar de academie wilde, dan belde mijn stiefvader naar een professor die
hij kende. Als ik zei dat ik aan het theater wilde, dan belde mijn moeder naar
haar goede vriend de directeur van de
theaterschool. Ik wilde weg uit Polen om mezelf te bewijzen dat ik zelf iets kon
verwezenlijken. Het was heel hard.
Ik ben in België beland omdat ik had gehoord dat je in Brussel gemakkelijk een
appartement kon vinden en dat het leven er niet te duur was. Ik had het al in
New York geprobeerd, maar dat was te duur. Je moet er alles betalen, de school,
enz. De Belgen staan ook open voor mensen die komen uit andere landen. Ze zijn
niet zo chauvinistisch als de Fransen of de Duitsers. In Polen was ik
gedegouteerd geraakt door het chauvinisme en naar Duitsland wilde ik in geen
geval. De beste keuze leek België. De Belgen zijn meer open. Door het dubbele
taalgebruik horen de mensen ook niet dat je in een ander land bent opgegroeid.
Als je Frans spreekt, denken ze dat je een Vlaming bent. Als je Vlaams spreekt,
denken ze dat je Franstalig bent.
- Je wilde niet in Duitsland wonen.
Droste: De grootmoeder van mijn moeder was Française. Heel die kant van de
familie was Frans georiënteerd. De familie van mijn vader was meer op Duitsland
gericht. Mijn grootvader van vaderskant was een bijna Duitser, die zelfs in
Duitsland gestudeerd had. Hij leefde in Pruisisch Polen, in Poznan. Dat is de
grootste Poolse stad ten westen van Warschau, tussen Warschau en Berlijn. De
familie van mijn vader was heel strikt en gedisciplineerd. Toen mijn ouders
gescheiden zijn, heb ik gekozen voor de kant van mijn moeder. Mijn eerste
vriend, de vader van Manka (Monica’s dochter), was een jood, alsof ik mij door
middel van deze relatie wilde verzetten tegen mijn vader.
Tijdens mijn jeugd was het leven en denken in Polen sterk beïnvloed door de
tweede wereldoorlog, die op school werkelijk in ons werd ‘gedrukt’. In de lagere
school kregen we heel griezelige verhalen te horen. Later moesten we ook de
kampen in Auschwitz en Majdanek bezoeken. Ik was toen veertien. Ze dwongen ons
naar een film te kijken die duizenden skeletten toonde. Het was verschrikkelijk.
In Auschwitz toonden ze alleen een film, maar in Majdanek hadden ze het kamp
bewaard zoals het eruitzag bij de bevrijding. In Auschwitz was er nog een uit
baksteen opgetrokken gedeelte voor het Rode Kruis, maar in Majdanek, dat een
veel kleiner kamp was, had je alleen houten barakken. Daar heb ik gevoeld hoe
het écht geweest moet zijn in zo’n kamp. Er lag een grote hoop menselijke asse
en we werden verplicht over die asse te lopen. Ik vond dat verschrikkelijk. Ik
wilde niet over die asse lopen of die asse aanraken… Ze wilden dat te brutaal
doorgeven aan de kinderen.
We konden ook gratis naar Rusland reizen, maar niemand deed dat. We zouden ons
bedriegers gevoeld hebben. Nu zou ik wel willen gaan… Op school had je kinderen
van mensen die bij de partij waren. Ze droegen kostuums en rode cravaten. Dié
gingen wel op vakantie in Rusland. Overal had je twee kampen. Ook bij de
leraars. Je had pro-Russen en contra Russen. De geschiedenisboeken waren
incorrect. De ouders wisten dat, maar ze spraken er niet over, anders kregen hun
kinderen last op school.
Aan het eind van de tweede wereldoorlog was er een opstand in Warschau. De
Poolse regering was bij het uitbreken van de oorlog naar Engeland gevlucht, maar
we hadden ook een communistische regering in Rusland. Beide kampen hadden in
Warschau een geheim leger. Heel veel jongeren van 18 en 19 jaar. Aan het eind
van de oorlog kwamen deze twee geheime legers in opstand tegen de Duitsers. De
Russen zaten aan de andere kant van de rivier en hebben daar gewacht tot de
Polen en de Duitsers
elkaar allemaal kapot gemaakt hebben. Toen alles gedaan was hebben ze Warschau
‘bevrijd’. Heel Warschau lag plat. Ze hadden zelfs gevochten in de égouts… in de
riolen. Heb je die film gezien van Wajda? ‘Le canal…’ Er zijn toen heel veel
mensen gestorven…
Tapta en haar man maakten deel uit van dat leger. Ze zijn allebei gevangen
genomen door de Duitsers en afgevoerd naar een kamp, maar gelukkig werden ze
treated… behandeld als officieren. Later zijn ze geëmigreerd en in Leuven komen
wonen.
Rombouts: Haar man was heel aardig.
- De Russen hebben ook tweeduizend Poolse officieren vermoord in Katyn.
Droste: Onder wie mijn grootvader van moederszijde. Mijn grootouders hadden een
groot landgoed… Ze waren… Hoe heet dat?
Rombouts: Grootgrondbezitters.
Droste: … in wat nu Wit-Rusland is, denk ik, in Oekraïne. Daar werd mijn
grootvader in 1939 gearresteerd. Hij was naar mijn grootmoeder gegaan en had
gezegd dat ze de bagage moesten voorbereiden om te vluchten voor de Duitsers.
Toen kwamen de Russen hem arresteren. Mijn grootmoeder en de kinderen zaten
verstopt in een schuilkelder die mijn grootvader had gebouwd. ‘s Nachts zijn ze
te voorschijn gekomen en heeft mijn grootmoeder een boer gevraagd haar over
Russisch grondgebied naar Polen te brengen. Ze heeft hem betaald met een ring.
Rombouts: Ze hadden wel een rekening in Zwitserland, maar door de schok was
Monica’s grootmoeder de code vergeten. Voor de oorlog waren ze heel rijk. We
hebben een foto waarop je Monica’s moeder en oom met een aap ziet spelen. Ze
houden hem vast bij zijn handen en voeten en slingeren hem heen en weer zoals
een hangmat.
(Guy gaat de foto zoeken en komt terug met een koekjestrommel gevuld met
foto’s.)
Droste: Dat is een heel mooie, met die ijsbaan.
Rombouts: Ja.
Droste: Naast hun auto.
Rombouts: Cocteau schrijft dat kijken naar foto’s zoiets is als naar beneden
vallen van een hoog gebouw en door alle ramen een glimp opvangen.
Droste: Saint-Nicolas… Santa-Claus…
Rombouts: Een soort communistische versie van de kerstman.
Droste: Ja, het was in het Paleis van de communisten.
- Jullie maken vaak kunstwerken die gebaseerd zijn op jullie alfabet, het Azart.
Wat betekent het woord Azart eigenlijk?
Droste: Het betekent natuurlijk AZ-kunst, maar tegelijk is het woord ook een
oude spellingvorm van het Franse woord ‘hasard’, dat toeval betekent. De vorm
van alle talen heeft iets toevalligs. Er bestaat geen verbinding tussen de vorm
van een woord en het voorwerp waar het woord naar verwijst. In het Azart heeft
de vorm van de letters wel een visuele oorsprong. De ‘a’ staat voor angulair,
hoekig, en de ‘h’ staat voor haarspeld, bijvoorbeeld. Omdat de laatste letter
van een woord in het Azart weer aansluit bij de eerste letter, kunnen we ook
figuren tekenen, die soms het idee van het aangeduide voorwerp uitdrukken. Je
weet nooit vooraf welke vorm een woord zal opleveren. Soms is het een griezelige
vorm en denk je dat je een monster hebt gemaakt. Cancers… (glimlacht) Soms
moeten we heel lang zoeken om een mooie vorm te vinden…
Rombouts: Ja…
(Gelach.)
- Bij een eerste kennismaking komt jullie werk soms nogal hermetisch en serieus
over.
Droste: Onze teksten zijn vrij en speels, maar vrijwel niemand leest ze en
daarom denken de mensen dat het om serieuze zaken gaat. Het werk dat we onlangs
voor de Brusselse metro hebben gemaakt, bijvoorbeeld, bestaat uit een heleboel
woordspelletjes. Onomatopeeën zoals ‘vroem’ en ‘broum’, een aantal palindromen…
Naast het donkere gat van de tunnel hebben we het palindroom ‘Was it a cat I
saw?’ geschreven, waarbij het oppervlak dat door de zin wordt omsloten de
slagschaduw van een dame vormt. Andere palindromen vormen de silhouetten van een
soort cowboys, ridders, tovenaars, circusartiesten en andere buitenaardse
wezens… Hebben we daar serieuze bedoelingen mee, Guy ?
Rombouts: Een bonte avond zou ik het toch niet noemen.
- Een van Guy’s eerste tentoonstellingen bestond uit een alfabetisch
gerangschikte reeks van 26 voorwerpen waarvan de naam uit drie letters bestond.
Een aal, een bal, een col, een dia, een els, een fez, een gom, een hak, een iep,
een jas, een kam, een lok, een mat, een net, een glazen oog, een pil, een rok,
een sla, een tol, een urn, een vla, een wig, een yen en een op de vloer
geschreven zin. Marc Callewaert beschrijft wat er gebeurde aan het eind van de
tentoonstelling: ‘Toen de expositie was afgelopen stopte een auto voor Ruimte Z,
een naakte man stapte naar binnen en begon de hele boel op te ruimen. Stopte de
gom in zijn mond, zette de fez op, omgordde zich met de rok, trok de jas aan,
stopte de kleinere voorwerpen in de zakken, veegde de zin uit, rolde de mat op,
en verliet het pand beladen met hak en tak, urn en vla.’
Rombouts: Ik ben ooit naar Geel gereden met een Chinese vriend die Oey heette,
wat een Chinees woord is voor de kleur geel. Hij zag geel, hij heette ‘geel’, we
gingen naar Geel en we reden in een knalgele camionette. Dat is vier keer geel.
Droste: Vijf keer, want jij bent ook een Chinees.
Rombouts: Ja, in de lagere school noemde een klasgenoot mij eens ‘Vuile
Chinees’. Hij kwam pal voor mij staan, op een paar millimeter van mijn neus,
keek recht in mijn spleetogen en zei : ‘Vuile Chinees’. Ik vond dat niet erg
want ik wilde graag een Chinees zijn.
Droste: Omdat er een oom van je in China zat.
Rombouts: Een kennis van een vriend van mijn vader, ja… In de Hasseltse
gevangenis heb ik tijdens een spreekbeurt eens het woord ‘binnen’ rond het woord
‘buiten’ op een bord geschreven. Een van die gevangenen herkende in het
woordpatroon een plattegrond van de gevangenis. “Kijk, daar is het bureau van de
directeur,” zei hij, “en hier zijn de toiletten.” Ik weet nog altijd niet of hij
mij voor de gek gehouden heeft.
Droste: Toen ik voor het eerst kennis maakte met het alfabet, was ik er erg
tegen. “De mensen hebben dat niet nodig,” zei ik tegen Guy. “Je wil dat de
mensen opdrukken… opdringen.” Toen heeft Guy mij geantwoord: “Ja, dat is zo,
maar àlle alfabetten worden de mensen en de realiteit willekeurig opgelegd. Ze
hebben er niets mee te maken. Het is zoals een projectie van een politieke kaart
op een landschap.” Toen ging ik meer nadenken over woorden en vond ik het
belangrijk dat elk woord in het Azart een gesloten vorm zou zijn, dan zou het
een betekeniseiland worden en zou je jezelf ermee kunnen uitdrukken. Vroeger
dacht ik dat woorden heel precies waren, maar na mijn Azart-ontmoeting besefte
ik dat iedereen een eigen betekenis hecht aan woorden, zodat elk woord een
relatieve betekenis heeft.
Rombouts: Woorden hebben een vorm. Het zijn betekeniscontainers. Het zijn dozen
of blikken die je kan vullen met je eigen geschiedenis.
Droste: Woorden veranderen van inhoud.
Rombouts: Dezelfde woorden kunnen een verschillende inhoud hebben. Iedereen vult
de woorden zelf in.
Droste: Wij proberen onze interpretatie van een woord helderder te maken, maar
tegelijk wordt het ook romantischer, cowboy-achtiger en emotioneler.
- Zouden jullie een voorbeeld willen geven van een woord dat jullie heel
geslaagd vinden?
Droste: De woorden ‘Tao’ en ‘Tau’, die een cirkel vormen die eruitziet als een
bol, een oneindige vorm die tegelijk ingewikkeld en simpel is. Je hebt ook een
yin en yang-effect, waarbij beide helften gescheiden worden door het ogief van
de ‘o’.
Rombouts: (Vanuit de keuken.) De zin ‘Vorm is leegte en leegte is vorm.’ We
hebben die zin uit wit karton gesneden en naast datzelfde karton met de
uitgespaarde letters gehangen, waardoor je ziet hoe elke vorm staat voor een
leegte.
Droste: Het idee achter dat werk is heel helder, maar de uiteindelijk vormgeving
is niet zo goed. Het was een probeersel… Een ander werk dat ik nogal geslaagd
vind is ‘Leven, leren en lezen’. Ik weet niet meer in welke volgorde deze
woorden staan. Samen vormen ze de omtrek van een instrument om te metselen.
Rombouts: Een truweel… Wie heeft zin in soep? (Hij brengt twee kommen soep, die
bestaat uit brokjes en klompjes van tientallen verschillende soorten groenten.)
Ken je het werk van Stefan Themerson?
- Nee.
Droste: Het klaslokaal, dat tentoongesteld werd in Gent, vormt een zin uit zijn
boek ‘Logica, etiketten en vlees.’ ‘Logic, Labels and Flesh.’
Rombouts: (Die terugkomt uit de keuken.) Bonietvlokken, ken je dat? Wil je er
een beetje in je soep? Het is gedroogde vis. Hier is ook een beetje kaas. (Hij
plaatst een plank met piepkleine boterhammetjes en een blok schapenkaas op een
tafeltje tussen mij en Monica.)
Droste: ‘Sub-atomaire gebeurtenissen die zich verharden tot het object waarop we
zitten, en abstracte zelfstandige naamwoorden die de stevigheid van een tafel
verwerven.’ De stoelen in het klaslokaal zijn de woorden van de zin en de tafels
zijn de abstracte zelfstandige naamwoorden.
Rombouts: Ik haal het boek even.
Droste: Het is de eerste zin die ik heb geleerd in het Nederlands. Twee keer per
week gingen we naar de tentoonstelling, omdat we over ons werk wilden praten met
de bezoekers die geinteresseerd waren, en het was mijn taak de mensen uit te
leggen wat de zin betekende.
Rombouts: Themerson had ook een uitgeverij in Engeland. Later heeft hij zijn
fonds overgelaten aan Jaco Groot van de Harmonie… Dit is een boek met tekeningen
van zijn vrouw. Ze werkten samen.
Droste: Ze hebben samen films gemaakt.
Rombouts: Hij heeft ook een opera en romans geschreven.
Droste: Toen we elkaar leerden kennen was Guy bezig met het werk van Themerson
en Gombrowicz. Hij was verliefd op het Poolse spul.
- Kunnen jullie iets meer vertellen over de recente vlekkententoonstelling in
Berlijn?
Droste: De tentoonstelling bestond uit één vlek per letter. De vlekken waren
gemaakt met stoffen die geacht worden vlekken te maken. Asfalt voor de ‘a’,
bloed voor de ‘b’, cognac voor de ‘c’, drukinkt voor de ‘d’, lippenstift voor de
‘l’, roest voor de ‘r’ en xeres voor de ‘x’.
Rombouts: Alle stoffen werden zo natuurlijk mogelijk aangebracht. Voor de
lippenstift had ik mijn mond geschminkt, waarna ik, schijnbaar dronken, in slaap
viel tegen de muur en traag naar beneden gleed. De drukinkt zat op een vod, die
ik in mijn hand hield terwijl ik iets probeerde te expliqueren op zijn
Italiaans, met weidse armbewegingen, zodat de vod per ongeluk de muur raakte.
Het bloed zat in een injectiespuit. Ik probeerde de lucht uit de spuit te duwen,
maar ik duwde een beetje te hard, zodat het bloed op de muur
sprietste.
Droste: In het Nederlandse Diepenheim, dicht bij de Duitse grens, hebben we een
lettertuin gemaakt. Eerst waren het betonnen letters van twee meter hoog, maar
er kwam protest van de omwonenden omdat ze het plein niet meer konden overzien.
Daarom hebben we de letters in twee gezaagd, zodat elke letter er nu dubbel
ligt.
De letters zijn leesbaar van bovenaf. We noemen dat surface-letters. De
eigenlijke letters worden gebruikt als zijden van een vlak, dat ontstaat door de
letters twee of drie keer te herhalen. De ‘h’, die de vorm heeft van een
haarspeld, wordt twee keer gebruikt, zodat er een soort ovaal of een
platgedrukte ruit met twee afgeronde hoeken ontstaat, en de ‘w’ wordt drie keer
gebruikt, zodat er een driehoekig oppervlak met wormstrepige randen ontstaat.
Rombouts: Een driehoekige petit-beurre.
Droste: Na het in twee zagen, hebben we de letters in het zwart en in het wit
geschilderd, zodat er een spiegeleffect ontstond.
Rombouts: Het is een doolhof geworden voor mensen die niet groter zijn dan een
meter.
Droste: Het is een speelplein voor kinderen. Aan de overkant van het plein staat
een school.
Rombouts: De letters liggen op stapafstand van elkaar, zodat je er kan over
lopen.
- Zoals keien in een rivier.
Rombouts: In de winter wordt dat plein ook gebruikt als schaatsbaan. Het is zo
gebouwd dat het lichtjes afhelt naar het midden, zodat ze het kunnen laten
vollopen met water.
Droste: Nu hebben ze ons gevraagd of we niks kunnen verzinnen waardoor ze de
letters van bovenaf zouden kunnen lezen.
- Een lange staak met een camera…
Rombouts: Een hengel.
Droste: Of een vliegende spiegel, die opgehouden wordt door ballonnen… Zo’n
spiegel kan wel kapotvallen, natuurlijk.
Rombouts: En als de lucht invalt dragen we allemaal een blauwe puntmuts… We
zullen een spiegel van gewapend glas maken… En de bezoekers krijgen helmen.
- Ik heb eens een toonkast met gekleurde, glazen letters van jullie gezien…
Rombouts: Mij doen die letters denken aan giftig snoep uit de jaren vijftig, van
dat ongezond snoep met giftige kleuren.
Droste: Toen we naar Venetië gingen voor ‘Aperto’, wilden we de werken ter
plaatse maken met materiaal dat daar beschikbaar was. Uiteindelijk hebben we
letters van gekleurd glas geplooid met een ambachtsman in Murano. De week
voordien hadden ze hem buitengesmeten in het Casino op het Lido, wegens malafide
occupaties, maar wij vonden hem heel charmant. Aan die letters zat een lus om ze
op te hangen. Daarna hebben we met glazen buizen een structuur gemaakt, het leek
een beetje op een boot, en daarin de letters opgehangen. Links hebben we een
muur zwart geschilderd en er in het wit woorden zoals ‘kat’ op geschreven.
Rechts was er een witte muur met in het zwart geschreven woorden zoals ‘hond’.
Het was een spel met opposieten… met tegenstellingen.
- De letters hebben de kleuren van jullie kleurenalfabet?
Droste: Ja… Aquamarijn staat voor ‘a’, bordeaux staat voor ‘b’, citroengeel
staat voor ‘c’, etc. Het werk in de toonkast dat jij hebt gezien was een
multiple, met letters die gegoten zijn in een ijzeren gietvorm. In het
oorspronkelijke werk hebben we de letters zelf geplooid met die corrupte
croupier.
Rombouts: (Toont een paar tekeningen.) Dit is een idee dat we nooit uitgevoerd
hebben: het morse-alfabet fonetisch schrijven, in de vorm van di-da-di. In het
Azart ziet dat eruit als eierschelpen met een afgeslagen kopje. De grote boog
van de D, en de brokkelige kant die gevormd wordt door de ‘i’ of de ‘a’. Het zou
een hommage aan Marcel Broodthaers kunnen worden… (Hij toont een dikke map met
alfabetisch gerangschikte onderverdeling.) Dit is een alfabetische verzameling
van alfabetische lijsten van de meest uiteenlopende zaken. Rivieren,
bijvoorbeeld. ‘A’ is Amazone, ‘b’ is Brahmaputra. We zouden de namen van deze
rivieren kunnen voluit schrijven in het Azart, zodat er een soort van grillige
riviervorm ontstaat. In deze map vind je lijsten van achttienletterigen, afval,
alfabetten, attributen, beroepen die eindigen op -ist, zoals bloemist en
chauffagist, bloemen, boeken, bomen, boren (appelboor, boterboor, centerboor,
tot en met een zwengelboor), chemische verbindingen, contexten, dranken,
drieletterwoorden, edelstenen, eigenschappen, elementen, emballage, eten, enz.
tot en met zoogdieren die je niet samen kan opsluiten in één hok zonder dat ze
elkaar pesten of opeten.
Droste: In Gent hebben we ooit een drank-alfabet gemaakt. Aquavit stond voor
‘a’, botermelk voor ‘b’, enz. De volgende dag was iedereen ziek. Het alfabet met
bloemen hebben we ook al gemaakt. Postkaarten met de namen van de bloemen.
- Guy heeft een aantal tentoonstellingen gemaakt met een
verzameling van 1001 voorwerpen. Wat was het verband tussen die voorwerpen?
Rombouts: Het waren allemaal dingen waar je ‘Ah’ op kunt zeggen als je ze ziet
en die achttien frank gekost hebben… Ze hingen op aan touwtjes… Het was een
grote bussel met koorden. Aan het eind van de tentoonstelling heb ik die bussel
rondgedraaid tot hij helemaal opgespannen was. Anny De Decker heeft daar een
filmpje van. Toen ik de bussel losliet begon hij steeds sneller te draaien, tot
hij open ging als een derwisj. Tegelijk maakte dat de meest verrassende,
tinkelende geluiden.
Droste: Later hebben we nog verschillende tentoonstellingen gemaakt met
voorwerpen die verbonden waren met het idee van een alfabet. Elk voorwerp
beantwoordde bijvoorbeeld aan een muziekterm : acuto, bizarro, cuperto… Een
alfabet van muziektermen. Elke term bestond uit evenveel voorwerpen als het
aantal lettergrepen. Het woord ‘acuto’ werd gevormd door een scherpe schijf die
ophing aan drie touwtjes, een geel, een blauw en een rood. Op de schijf hadden
we een warrige bussel met doorns gedrapeerd. Voor het woord ‘bizarro’ moesten we
voor elke tentoonstelling ter plaatse op zoek gaan naar nieuwe, vreemde
voorwerpen. In Charleroi waren er op de eerste verdieping alleen maar hangende
voorwerpen te zien die samen het Franse woord ‘lettre’ vormden, ‘brief’ of
‘letter’. Het was als een forêt… als een woud van voorwerpen. Aan de muren
hingen grote tekeningen met telkens een portret van de letter, waarbij assiette
stond voor de ‘a’, bouteille voor de ‘b’, enzovoort. Op de tweede verdieping
waren maar drie werken te zien. De piramide die je hebt gezien in Keulen, een
gedicht van Whitman, dat we op het daklicht hadden geschreven, op elke ruit een
letter, en hangende, ijzeren letters die grote schaduwen op de verste muur
wierpen. Heel leeg. Een piramide, glasruiten en schaduwen. Beneden was de zaal
heel vol. Het was een mooie tentoonstelling. Alle bezoekers hadden een heel
uitgesproken voorkeur. Prune en Tapta hielden van de lege ruimte en Marie-Puck
van de volle.
(Stilte.)
Droste: (Tegen Rombouts.) We moeten nog iets maken voor Tapta.
Rombouts: Ik herinner mij daar iets van, maar ik weet niet meer wat. Was het
voor een tentoonstelling?
Droste: Een boekje. Eén pagina, en je had al een goed idee.
Rombouts: Ja, dat klopt. Het staat ergens op papier, ik moet het alleen nog
vinden.
(We bewegen niet meer, want we zijn bedolven onder de boeken, foto’s,
tekeningen, mappen en voedingswaren die Guy stelselmatig heeft aangesleept
tijdens het interview. Op zijn knieen, naast een wankele stapel boeken, strekt
een op zijn rug liggende zwarte kater zich spinnend uit. De zon breekt door de
wolken en werpt een gele lichtvlek op Monica, die rechtop zit in het witte bed.
We luisteren naar muziek van Robert Crumb, Marino Marini en geheime
fiddler-mensen. Monica slaat lachend de maat met opgeheven armen. De soep is
lekker.)
Montagne de Miel,
8 november 1998.
Cyriel en Manka opgedragen.
Drie dagen na het nalezen van de laatste versie van deze tekst, op woensdag
11 november, is Monica Droste overleden.
|
|
BOOK BY HANS THEYS

ESSAYS
Knights, 1998
Ridders, 1998
Kunstenaarsbewegingen jaren zestig, 2000
Mouvements artistiques des années soixante, 2000
TO VIEW
MOVING IMAGES
|