|
Nadia Naveau
(cv)

Hans Theys
Uit elkaar zwierende paardenmolens
Enkele woorden over de beeldenreeks ‘Le salon du plaisir’ van Nadia Naveau
Le salon du plaisir is de titel van een groep van 47 sculpturen die tot stand
kwam in de zomer van 2007.
Toen ik in 2006 in mijn boek De schouw van Gaudi enigszins schertsend en toch
hoopvol een tekst schreef die ik Naar een nieuwe decoratie heb genoemd, was ik
blij in die tekst Nadia Naveau’s getuigenis over het ontstaan van haar sculptuur
Shirley’s Temple te kunnen opnemen. De tekst gaf een aantal voorbeelden van de
manier waarop louter visuele, formele of tactiele strategieën kunnen leiden tot
nieuwe texturen of artistieke voorstellen die ons op een krachtige manier
ontroeren of aan het denken zetten en op die manier soms onze manier van kijken
en zijn beïnvloeden.
‘Ik vind het belangrijk dat een beeld vervreemding oproept. Ik hou van beelden
die mij aantrekken, maar waarbij ik op het eerste gezicht niet weet wat ik ermee
moet aanvangen, wat de bedoeling ervan is. Een beeld moet een beetje vreemd
zijn, een beetje maf,’ vertelde Nadia Naveau. ‘Een goed beeld proef je, het
heeft iets smakelijks, ik kan dat niet verwoorden, het is een mengsel dat werkt
zonder dat je meteen kan lezen waar het zogezegd over gaat. Wat je zegt over
Shirley’s Temple klopt wel. De logica van het beeld is puur esthetisch. Ik had
zin om iets smakelijks, baroks en lelijks te maken. Ik wilde op een klassieke
manier uitgaan van het idee in een park tentoon te stellen en ik dacht aan een
soort troon met bovenop een monument. Ik dacht onder andere aan de Neptunus van
de Marnixplaats, die ik prachtig vind. De vlammen zijn voortgekomen uit het
boetseren zelf.’
In mei van dit jaar bezorgde Nadia Naveau mij een uit veelkleurig gelaagde
plasticine geboetseerde sculptuur die een strijdlustige indiaan met verentooi
voorstelde. Het was een prachtig werk, waarin de woestijnroos-structuur die in
eerder werk al voorkwam, meer organisch geworden leek. Grappig namaakmarmer en
een sculpturaal meesterschap dat vreugde uitstraalt.
Vorige week zag ik voor het eerst foto’s van Le salon du plaisir. Ik zat naast
de kunstenares. ‘Ze is ontploft,’ dacht ik. We zwegen een beetje terwijl we
keken naar de voorbij rollende beelden op het computerscherm. ‘Ik ben ontploft,’
zei ze. ‘Ik heb een vrijheid ontdekt die mij onbelemmerde mogelijkheden biedt.’
De onmiddellijke inspiratiebronnen voor deze wonderlijke verzameling sculpturen
waren de ontelbare beeldhouwwerken en decoratieve elementen die Nadia Naveau
twee jaar geleden heeft gezien in Chinatown in San Francisco en foto’s van de
befaamde negentiende-eeuwse Salons in Parijs. In Chinatown was ze getroffen door
de grillige vormen van de werken, maar ook door de witte kleur; in de foto’s van
de salons door de wemeling van de witte beelden op een zwarte achtergrond. Beide
totaalbeelden heeft ze vermengd met de vormen die in haar vingers zitten en door
elkaar geduwd, zoals Luc Deleu onvoorspelbare, maar onzichtbaar berekende
volumes ontwerpt door twee verschillende volumes of constructies door elkaar te
duwen.
In deze 20 à 30 centimeter hoge sculpturen – die mij doen denken aan de
zoutvaatjes en andere kleine werkstukken en modellen van Benvenuto Cellini, die
nooit één groot blok marmer toegewezen kreeg – verrijzen de schetsmatig
gemodelleerde figuren uit een zwierig afgewerkte klomp klei. Ze worden niet
gevangen gehouden, zoals de slaven van Michelangelo, maar juist opgestuwd. Ze
zijn verwant met de over elkaar liggende kannibalistische drenkelingen op het
vlot van de Medusa, zoals weergegeven door Géricault. De toetsen herinneren ons
aan de suggestieve schildertechnieken van Vélasquez, Goya of Delacroix. We
denken aan het ironische ‘Je hais le mouvement qui déplace les lignes’ uit het
gedicht La Beauté van Baudelaire, die in het debat tussen Ingres en Delacroix
(lijn of kleur?) resoluut de zijde koos van Delacroix. Dit oude debat verliest
natuurlijk een groot deel van zijn betekenis als je het niet hebt over
schilderkunst, maar over beeldhouwen. Toch is het een bruikbare filter om naar
het werk van Naveau te kijken. In Le salon du plaisir herken je een enthousiaste
dronkenschap van de vorm, maar ook de contouren van Ingres en de klare lijn van
Hergé. De werken van plasticine zijn heel kleurig, maar de kleur heeft geen
modellerende functie. Vooral in de wit geglazuurde sculpturen zie je dat de vorm
primeert. Licht en schaduw zorgen voor extra diepte en beweging, en lijken de
taferelen tot leven te brengen. Samengevat zou je kunnen zeggen dat Naveau het
kleurgebruik van Delacroix heeft omgezet in een manier van beeldhouwen, zoals
Camille Claudel haar dat heeft voorgedaan.
Kromme koralen, cowboys op botsende of sneuvelende paarden, trappers met
geweren, paarden die over bizons struikelen, boomstronken en beren, een
droomkasteel, Marge van The Simpsons die als een hedendaagse Nefertiti uit een
wonderlijk gedrapeerde plooirok of bloem verrijst, gehelmde soldaten uit de
eerste wereldoorlog: allen ontmoeten ze elkaar in sculpturen die in alle
richtingen bewegen, uitlopers hebben, van vorm veranderen.
‘Het omhelzende paartje is afkomstig van Bernini,’ vertelt Naveau. ‘Ik heb ze
wel allebei een hertengewei en een dikke, bolle bril gegeven om ze een beetje
van mezelf te maken. Het symmetrische beeld is gebaseerd op een spuwer van de
Notre-Dame in Parijs. Ik heb hem verdubbeld en met zijn rug tegen zichzelf
geplaatst. Het droomkasteel is gebaseerd op de tekening die ik voor het
titelblad van ons vorige boek heb gemaakt.’
Ik beschouw het als een groot voorrecht getuige geweest te zijn van de geboorte
van deze vrije sculpturen. ‘Le travail de Nadia Naveau est magnifique! Quel
souffle!’ schreef Damien De Lepeleire mij onlangs. Ik kan mij daar alleen maar
bij aansluiten. We weten dat het Naveau’s droom is ooit een grote paté te kunnen
maken zoals de stapelsculptuur op de Antwerpse Marnixplaats. Geef die dame een
groot plein en heel veel klei en brons, zou ik zeggen. Een nieuw zuil van
Trajanus, met taferelen die er aan alle kanten uitwieren als een uit elkaar
slingerende paardenmolen!
Nu ik bovenstaande regels geschreven heb, kan ik mij misschien ook een paar
minuten buigen over wat ik werkelijk denk en voel als ik naar deze werken kijk.
Ze stemmen mij tot vreugde, maar waarom? In een vorige tekst over het werk van
Nadia Naveau merkte ik op dat haar sculpturen iets koboldachtigs en donkers
hadden in hun vorm. Ik vermoedde dat dit te wijten was aan het feit dat ze
allemaal geboetseerd waren, zelfs de grote sculpturen. Ook trof het mij dat de
sculpturen vaak voorzien waren van een poreuze huid, alsof het donkere dat uit
de vormen sprak getemperd moest worden door een beschermend, maar tegelijk broos
vlies. Alle sculpturen van Le salon du plaisir werden op één dag tijd
geboetseerd. Hun kracht spruit onder andere voort uit het evenwicht tussen de
schijnbaar ruwe toetsen, een natuurgetrouwe anatomische benadering en de kleine,
scherpe details. De toegevoegde glazuurlaag, die pas haar uiteindelijke vorm
krijgt in de oven, neemt bepaalde details weg en versterkt andere bewegingen.
Het heeft iets sensueels, dat druipen. Het versterkt het vloeiende van de
bewegingen. Het versterkt de spelingen van licht en schaduw, die de morfologie
van de beelden verrijken en vaak versterken. De hele kunst bestaat erin het
glazuur niet te dun te maken, zodat de hoekige, kleien randen er niet
doorschemeren, en niet te dik, opdat er niet teveel details verloren zouden
gaan.
Zoveel vormbeheersing ontroert mij. Het is alsof diepere werelden in mij
aangesproken worden met een woordenloos lied. De fysieke handelingen van de
kunstenaar, de snel grijpende, duwende, knedende, nijpende, rollende vingers,
laten zich aflezen uit de bewegingen van de sculptuur. Dat de sculpturen er
vanuit alle richtingen gewaagd en geslaagd uitzien, laat ons de aanwezigheid van
een fenomenaal oog voelen. De figuren willen in elkaar doordringen. Ze bedreigen
elkaar, overlappen elkaar, springen over elkaar, doorsteken elkaar en omhelzen
elkaar. Het zijn wilde copulaties die eeuwig zullen duren, de benen, armen,
poten, hoofden, koppen, staarten, muilen, geweren, lansen en boomstammetjes
groeien uit de aarde en graaien in de lucht, maar bovenal duwen ze zich door
elkaar, tegen elkaar en over elkaar als een gestolde, maar altijd hete wemeling.
Mmm. Heb ik nu eindelijk iets zinvols gezegd hierover? Waarom ben ik ontroerd,
vroeg ik mij af. En hoe gaat dat in zijn werk? Ik denk in mijn hoofd en mijn
lichaam roept zo’n geslaagde wemeling het beeld op van de eeuwige warreling
rondom mij, die mijn brein slechts met moeite vereenvoudigen kan tot leefbare,
voorspelbare beelden. En ik voel dat in deze warreling en al haar gruwelijke,
kille zaken alleen vormen van bezielde aanwezigheid en aandacht de nodige warmte
en stevigheid kunnen brengen die de leegte vullen kan tussen al dat rondwaaiende
stof.
Montagne de Miel, 4 september 2007
|
 |
Beyond Baroque,
Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch, 2009 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
|
Le salon du plaisir, 2007 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
|
 |
| |
 |
|
| |
|
|
 |
 |
| |
|
|
| |
|
 |
| |
|
 |
| |
|
 |
 |
|
BOOKS BY HANS THEYS


ESSAYS
Uit elkaar zwierende paardenmolens (Le salon du plaisir), 2007
Exploding Merry-go-rounds (Le salon du plaisir), 2007
De oude King Kong, houterig en ontroerend, 2006
The Old King Kong, Stilted and Touching, 2006
MOVING IMAGES
|