|
Rogier Van der Weyden
Triptiek van de Zeven Sacramenten (ca. 1440-1450)
Toegeschreven aan Rogier Van der Weyden (1399/1400 Doornik – 1464 Brussel)
1. Waarom dit schilderij?
Momenteel ben ik een documentaire aan het maken ben over de restauratie van dit
schiderij. De restauratie wordt uitgevoerd door Dr. Griet Steyaert, die zowel
een academische als een technische opleiding heeft genoten. De film zal in het
KMSKA vertoond worden, zodat de bezoekers de restauratie in detail kunnen
volgen.
Als historicus van hedendaagse kunst voel ik mij vooral aangetrokken tot mensen
die op een technische, materiële of beeldende manier omgaan met kunstwerken.
Daarom maak ik videofilms, waarbij ik zelf film en monteer, en boeken, waarvan
ik de illustraties en de vormgeving zelf verzorg.
Aangezien ik aanvankelijk was uitgenodigd voor het geven van een gastles, dacht
ik dat de vele filmbeelden die ik al heb gemaakt, gecombineerd met de
zelfgemaakte foto’s in UV-licht en bij scheerlicht en de fotografische
reproducties die ik heb gemaakt van de infraroodreflectogrammen en de
radiografieën, heel interessant konden zijn voor de studenten.
2. Wat mij treft in dit schilderij
Zowel in de literatuur als in de hedendaagse kunst word ik getroffen door het
werk van kunstenaars die, blijkens hun werk, het gevoel hebben dat de hun
omringende werkelijkheid niet meer is dan een broos, zelf verzonnen of beeld
(Ann Veronica Janssens, Nabokov, Gogol, cf. Theys 2003) of door een decor dat
juist door zijn misplaatstheid een verpletterende, verstikkende indruk maakt
(Kafka, Guillaume Bijl, Luc Tuymans, cf Theys 2006). Hun werk lijkt dan een
uitvloeisel te zijn van een visuele overlevingsstrategie, die erin bestaat deze
omgeving transparant of relatief te maken of te herhalen in een controleerbare
vorm (bijvoorbeeld de geassembleerde sculpturen met een patchwork-structuur van
Panamarenko).
Zo kan je wijzen op een treffende overeenkomst tussen de structuur van De
kruisafneming van Rogier Van der Weyden en Le déjeuner sur l’herbe van
Édouard Manet. Lorne Campbell schreef in 1977 het volgende over de schilder van
De kruisafneming:
‘Confident of his mastery of natural form, he was quite ready to distort for
expressive or decorative effect and to introduce subtle tensions and
contradictions into his painting in a calculated attempt to disturb the
spectator.’ (Campbell 77:8)
En iets verder:
‘The painter of The Descent was once again expressing a magnificent contempt for
the logic of representation.’ (Ibid.)
Deze woorden zijn zonder enige wijziging van toepassing op de schilder van Le
déjeuner sur l’herbe. Ook daar vind je een singuliere aantrekkingskracht van
de figuren, die zich op een onnatuurlijke, maar fascinerende manier afzetten van
de achtergrond en de aandacht naar zich toezuigen. De figuren worden op een
vergelijkbare manier omlijnd en worden op een even artificiële (zonder rekening
te houden met het perspectief of met onderlinge verhoudingen) in de fictieve
ruimte van het schilderij geplaatst. Het schilderij wordt bewust gedacht als
vlak, dat uiteenvalt in deelvlakken.
De compositie van De triptiek van de zeven sacramenten, en vooral de
plaatsing van de figuren, is even drastisch, maar minder opvallend
'gemanipuleerd’ dan de compositie van De kruisafneming. Ze is gebaseerd
op de ruimtelijke indeling van een gotische kathedraal met een hoofdbeuk die
hoger is dan de zijbeuken. De hoofdfiguren in de mddenbeuk zijn reusachtig in
vergelijking met de andere personages. De rechterbeuk is 'dichter bij' dan de
linkerbeuk. Toch valt dit niet meteen op.
De ruimtelijke ‘opdracht’ is ook ingewikkelder. In De
Kruisafneming behandelt de schilder voornamelijk twee handelingen: de
kruisafneming en de graflegging (het ten grave dragen). De magie van het beeld
komt, behalve uit de onmogelijke diepte van het tafereel dat zich schijnbaar in
een vijftig centimeter diepe nis afspeelt (terwijl één hand van de achterste
persoon, die zich op minstens twee meter afstand van de voorste rand van het
schilderij lijkt te bevinden, zich vooraan aan de buitenzijde van de nis
bevindt), ook voort uit het feit dat verschillende, elkaar opvolgende
handelingen zich op hetzelfde moment lijken af te spelen. De man die de spijkers
heeft verwijderd staat nog op de ladder, Christus wordt opgevangen, maar hij
wordt ook al weggedragen. Maria is bezwijmd in dezelfde houding als haar Zoon,
wiens bloed op het gelaat al in een andere richting neerwaarts is gaan stromen,
zich aangepast hebbend aan zijn nieuwe houding.
Thematisch lijkt de opdracht van De triptiek eenvoudiger, omdat er geen
kunststukjes aan te pas moeten komen om verschillende, elkaar opvolgende
momenten in één moment te vatten. Er moet echter veel meer weergegeven worden.
De zeven verschillende sacramenten, en eigenlijk de volledige levensloop van de
christelijke mens, worden op een bijna onopvallende, harmonische manier, in
boogvorm, over de ruimte van het schilderij gespreid. Het schilderij wemelt van
de prachtige, realistische details. In de ‘nerven’ van de zuilen hangen
spinnenwebjes, onder de hoofdkussens van de stervende man verschijnen enkele
strohalmen die uit de matras priemen, de leren kappen van de houten
onderschoenen van de knielende, biechtende man op het linker zijpaneel zijn
bevestigd met drie vrijwel onzichtbare, speldenpunt-grote spijkertjes, die enkel
bij strijklicht waargenomen kunnen worden, de gepolychromeerde beelden van
Petrus, Paulus en Johannes de Evangelist op het middelste luik hebben roze tenen
en gezichtjes, het jongetje dat pas ter communie is gedaan draagt schoolgerief,
enzovoort.
Ondanks deze rijk gestoffeerde omgeving, die vooral in het centrum naar boven
toe ijler wordt – maar strak en spannend gehouden wordt door de ranke, verticale
architectuur van de middenbeuk (zodat de compositie, ondanks de ‘ijlte’ geheel
in balans blijft, terwijl de spirituele functie van de architectuur voelbaar en
duidelijk wordt) –, gaat de eerste en meeste aandacht van de toeschouwer naar de
kernfiguren, die zich op de vier hoeken van een vierkant rond het oprijzende
kruis hebben geschaard. Drie van deze figuren (Johannes, Maria en de treurende
vrouw) dragen bijna monochrome gewaden (rood, blauw en rood), de vierde figuur
draagt kleren die uiteenvallen in een wit, een paars, een groen en een
grijs-bruin vlak. Vooral de onnatuurlijke houding van de afgewende, treurende
vrouw, die wij vanuit de linkerhoek op de rug bekijken, terwijl we haar rechter
profiel bijna volledig kunnen waarnemen, is aangrijpend. Ze doet denken aan de
ontroerend verwrongen Maria Magdalena van De kruisafneming, over wie
Lorne Campbell opmerkte dat de naden van haar kleren zichtbaar bijna op springen
stonden door haar krampachtige, door smart ingegeven, onnatuurlijke houding.
Op wonderlijke wijze harmoniëren de gestileerde, door hun vlakmatige, monochrome
behandeling en hun contouren zich aftekenende figuren met het ingehouden,
machteloze, berustende verdriet, dat de vorm krijgt van een verstilde compassio,
een in het moment verzonken, waarachtig medelijden. In de Ilias van
Homeros treuren de onsterfelijke paarden van Achilles om de gesneuvelde
Patroklos, in dit drama eert de mens zijn God, die uit deemoed zelf een
sterfelijke vorm heeft aangenomen en ons zo leert hoe we onze sterfelijkheid en
menselijke tekortkomingen kunnen dragen.
Tegelijk stralen de figuren van Rogier Van der Weyden een zinnelijkheid uit die
hier de vorm aanneemt van een bijna bovenmenselijke ode aan de broosheid van het
leven, de zachte warmte van het lichaam en de liefde en het medelijden die aan
gene zijde van de vergetelheid onze enige wapens zijn tegen de verschrikking van
onze sterfelijkheid.
Montagne de Miel, 3 september 2006. |
|
ESSAY BY HANS THEYS
Triptiek van de zeven sacramenten
VIDEOS

Alles over Rogier. Deel 1
About the restauration of The Triptych of the
Seven Sacraments of Rogier Van der Weyden, executed in the Museum of Fine
Arts in Antwerp by Dr Griet Steyaert,
34'55"
TO VIEW A MOVIE BY HANS THEYS ABOUT THE RESTORATION
|