ARTISTS

  NEXT ARTIST >>

 

Ronald Ophuis


Hans Theys


Laarzen en pantoffels
Een gesprek met Ronald Ophuis


Maandag, 20 juli 1998. Ronald Ophuis heeft zijn atelier opgeruimd. Penselen en paletmessen liggen op aparte stapeltjes. Een rij paletten staat schuin tegen de muur. In een hoek hangen zijn verfkleren. Aan de muur hangt een groot portret van een zwarte jongen die een geweer in de lucht houdt. Hij staat een beetje achterover gebogen, je voelt zijn magere benen door zijn spijkerbroek. De ontbrekende neus van zijn linker sandaal toont scheve tenen. Naast een aantal opengeslagen kunstboeken ligt een rij foto’s van een dikke man en een blonde vrouw met ontblote borsten die met de rechterhand een tussen zijn benen geklemd houten handvat beroert. Boven het aanrecht hangt een reproduktie van het portret dat Holbein van zijn vrouw en twee kinderen heeft gemaakt voor hij naar Londen vertrok. Ophuis toont mij een boekje dat hij pas uit heeft. Het heet ‘Een ondergezeken pistool’ en het werd geschreven door de Russische dichter Aleksandr Brener, de man die in Nederland werd veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf omdat hij een groen dollarteken op een schilderij van Malevitch heeft gespoten. Ik sla het boekje open en ik lees dat de dichter ooit een cultureel evenement heeft verstoord door zich te verkleden als Batman en luid ‘Batman Forever’ te roepen. Ook heeft hij eens een paar pantoffels aangeboden aan een generaal, ‘opdat die minder aan laarzen zou denken’. Uit de kleine luidsprekers klinkt zachtjes countrymuziek. Ronald stelt de eerste vraag.

Ken je deze muziek ?

- Hank Williams ?

Ja… Gewone, alledaagse verhalen. Dat vind ik sterk. Toen ik klein was, probeerde ik stripverhalen te tekenen, maar ik kwam nooit verder dan de titelpagina, omdat ik geen verhaal kon verzinnen. Toch zou ik willen dat mijn schilderijen een verhaal vertellen.

- Heb je al een verhaal voor je volgende schilderij ?

Ik zou graag een schilderij maken van oude mensen in een verpleegtehuis. Dat staat al min of meer vast. Nu vraag ik me alleen nog af of ze op bed zullen liggen slapen of op een stoel zullen zitten. Bevinden ze zich in een rehabilitatieruimte, zijn ze aan het bowlen of moeten ze gewassen worden? Dat moet ik nog uitmaken. Ik wil ook graag een schilderij maken over de tweede wereldoorlog. Momenteel lees ik boeken van mensen die de kampen overleefd hebben. En dat zou ik graag schilderen zoals dat schilderij van Van Eyck, met de drie kruisen, waarvan je daar een reproduktie ziet, een schilderij waarop veel mensen staan. Tot nog toe heb ik hooguit vier of vijf personages op een schilderij geschilderd.

- Je werkt altijd aan één schilderij tegelijk ?

Ja. ‘De miskraam’ heb ik pas afgemaakt. Meestal werk ik drie, vier maanden aan een schilderij, maar nu duurde het bijna een jaar. Niet door schilderproblemen, maar door privé-omstandigheden. Het is nog niet af, trouwens. Het hoofd van de vrouw is iets te scherp getekend. Eerst vond ik het wel goed, maar ik heb een tekening gemaakt die ik beter geslaagd vind.

- Waarom heb je de tegels in reliëf geschilderd ?

Omdat ik dat de beste manier vind om tegels te schilderen. Je voelt dat het tegels zijn.

- Van Eyck zou ze niet zo schilderen.

Neen, maar Rembrandt wel.

- Die ijzeren klem waarmee de loden pijp aan de muur vastzit, vind ik wel grappig, door het reliëf.

Ik vind vooral dat bruin geworden laagje lijm van een verwijderd stickertje geslaagd.

- Waarom lees je boeken over Pierro della Francesca en El Greco?

Omdat hij een schilderij heeft gemaakt met een oude vrouw en een oude man… Ik ken niet veel schilders die oude mensen hebben geschilderd… De laatste tijd kijk ik veel naar het werk van El Greco, omdat hij altijd zoveel wit gebruikt. Dat doe ik ook altijd, maar ik wil er vanaf. Maar als ik het anders probeer, dan wordt het zo gelig… Dan geloof ik er niet meer in, omdat het eruitziet alsof het in 1600 geschilderd is.

- Je kan ook in verschillende lagen schilderen, zonder wit te gebruiken.

Ja, maar dan moet elke laag meteen goed zijn en kun je niets meer corrigeren zonder helemaal overnieuw te beginnen.

- Waar heb je die toiletpot ontmoet?

In een huis waar ik vroeger woonde.

- En je bent hem gaan fotograferen ?

Ja.

- Op de vloer van je atelier liggen foto’s van een gezette man die zich achter het stuur van zijn bescheiden gezinswagen laat aftrekken door een prostituée. Eerst regisseer je deze scènes en dan fotografeer je ze ?

Ja.

- Bacon werkte ook naar foto’s.

Munch en Courbet ook. ‘De begrafenis in Ornan’ werd gemaakt naar een foto, denk ik. En Max Beckmann… Kijk, dit vind ik een mooi werk van Beckmann…

- ‘De nacht’, uit 1918. Wat vind je er zo mooi aan ? De compositie ?

De compositie, maar ook de verhalende elementen… Dat zij bloot is… die schoentjes… dat deze man opgeknoopt wordt… het pijpje in de mond… dat maansikkeltje, en dat allemaal in één huiskamer… En het is nog geloofwaardig ook.

- Hou je van Soutine ?

Er is een schilderij van hem, ‘Moeder en kind’, dat ik prachtig vind. Dat kan ik niet, zoiets eenvoudigs. Ik heb altijd een sterk onderwerp nodig om dezelfde ontroering op te roepen.

- Het tafereel in het schilderij ‘Voetballers I’, waarin enkele voetballers een ploeggenoot op de grond klemmen en de hals van een colafles tussen zijn billen porren, heb je dat werkelijk meegemaakt ?

Ja. ik heb jarenlang gevoetbald. Zo was het. De modder op de vloer die van je voetbalschoenen viel. De shirts en de kleedkamer zagen er ook zo uit.

- Waarom werd die jongen zo vernederd ?

Hij was nogal zwaar en groot.

- Zoals die dikke man in de film ‘Deliverance’, wiens billen ook bloot komen als hij probeert weg te krabbelen…

En die gedwongen wordt te knorren als een varken, ja. Die film heeft een grote indruk op mij gemaakt. Ik zag hem voor het eerst toen ik op een avond alleen thuis was… Later heb ik begrepen dat zulke situaties ook hier voorkomen. Niet alleen bij de Cajuns, in ontoegankelijke wouden in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland. Je hebt hier ook van die vrijwel ontoegankelijke dorpen, met gesloten geloofsgemeenschappen. Het is moeilijk om er binnen te komen en zelf komen ze bijna niet buiten. Je krijgt dan dezelfde verschijnselen… Inteelt… Zo erg was het nu wel niet in Hengelo, maar… Neem bijvoorbeeld mijn schilderij ‘Jongen en meisje’. De scène speelt zich af in een soort park, in een waterwingebied. Toen ik er enkele jaren geleden terugkeerde om foto’s te maken, zag het er allemaal veel dreigender uit dan ik me herinnerde. Je had het moerassige gedeelte, daar kwamen de homo’s samen, er was een mooi eilandje voor de naturisten, en er was ook een plek waar de aso’s samenkwamen. Op een avond lag ik daar met een vriendin en werden we gestoord door iemand die voortdurend heen en weer reed met een brommertje, tot ik met een bierflesje gooide. Op het ogenblik dat ik zag dat het een familielid was, kwam er achter mij een ander familielid uit de bosjes tevoorschijn…

- Twee werkelijkheden die naast elkaar bestaan, een harmonieuze en een duistere, zoals in sommige films van David Lynch ?

Zoals in ‘Blue Velvet’, ja, waarbij je eerst een gemoedelijk tafereel ziet, een man die zijn grasveld sproeit, waarop de camera je meeneemt in het gehoorkanaal van een afgesneden oor.

- In ‘Fire Walk With Me’ ligt het beeld als een dun vlies over de ruis gespannen en af toe breekt de ruis erdoor.

Is dat zo ? Ik dacht dat ik een slechte kopie gehuurd had.

- Op het ogenblik dat Laura Palmer vermoord wordt, in de treincoupé, hebben ze zelfs enkele frames lang een getekende bliksem in de ruis gemonteerd.

Dat wist ik niet.

- De scène die me het meest heeft getroffen, is het moment waarop Laura Palmer zich het vertrokken gezicht van haar vader voor de geest haalt. Ze zitten aan het ontbijt en ze herinnert zich hoe hij de nacht voordien over haar heen hing. Tegelijkertijd maakt haar vader opmerkingen over de manier waarop ze haar vork vasthoudt, of zoiets. Ineens moest ik denken aan die scène in ‘Eraserhead’, waarin ook een onbehaaglijke stemming heerst als het jonge paar aan tafel gaat met de ouders en de gebraden kuikens beginnen te bloeden. Maar in ‘Eraserhead’ ontbreekt de echt gemoedelijke wereld. Alles is nacht en dreiging. In de latere films krijg je een dubbele wereld te zien, een beetje zoals in het schilderij ‘Jongen en Meisje’, waarin de intimiteit voelbaar is, maar terzelfdertijd bijna uiteenbrokkelt in de ruis van een lepreuze, schiftende materie. De taferelen van je schilderijen spelen zich vaak af in gesloten ruimtes, in ‘Sweet Violence’ heb je zelfs het plafond geschilderd, maar hier, waar het over intimiteit gaat, voel je je onbeschut. Het doosje Fristi staat alleen.

Toen ‘Sweet Violence’ in 1997 werd verwijderd van een tentoonstelling, heb ik een rechtszaak aanhangig gemaakt tegen de Nederlandse staat, omdat ik niet beschouwd wilde worden als een schilder van pornografie met kinderen. Uiteindelijk hebben ze het schilderij terug moeten hangen… Ik had niet verwacht dat een schilderij zoveel ophef kon maken.

- De mensen gaan ervan uit dat iets niet bestaat zolang er niet over gesproken wordt. En dan kom jij er een voorstelling van maken!

De tegenstanders van ‘Sweet Violence’ vinden dat een schilderij niet te expliciet mag zijn. Als de toeschouwers het gesuggereerde tafereel in hun hoofd kunnen voltooien, wordt er genoeg getoond, vinden ze.

- In ‘Opgenomen’, het boek van Paul Witteman over de stand van de psychiatrie in Nederland, zegt de psychiater Nelleke Nicolai dat het niet zonder reden is dat er zoveel heftige controversen ontstaan over het al dan niet waar zijn van de getuigenissen van vrouwen over seksueel misbruik en fysiek geweld tijdens hun kinderjaren. De zogenaamde ‘false memories’ over andere jeugdervaringen leiden tot veel minder commotie, zegt ze. Dat lijkt een interessante bevinding, want incestueuze situaties lijken juist te ontstaan door het ontkennen en onbespreekbaar maken van bepaalde gevoelens.

In ‘Sweet Violence’ gaat het natuurlijk niet over incest.

- Neen, maar sommige mensen schijnen wel van oordeel te zijn dat je iets ontoonbaars hebt getoond, alsof je een soort zwijgplicht hebt doorbroken… Toen Dr. Nicolai zich in 1975 verdiepte in de wetenschappelijke literatuur als voorbereiding op het psychiatrisch onderzoek van een man die in staat van beschuldiging was gesteld omdat hij zijn vijf dochters had verkracht, las ze nog dat seksueel geweld alleen voorkwam in asociale milieus of op het platteland, waar er voor de man geen andere mogelijkheden zijn als bijvoorbeeld de vrouw in het kraambed ligt. ‘Maar de man die terechtstond voldeed niet aan dat beeld,’ vervolgt Nicolai. ‘Zijn vrouw lag niet in het kraambed en hij was een godsdienstige, normale burger, zo iemand die een tuin heeft en de heg op zaterdag knipt.’

Net voor zijn zoon op een naburig braakveld een afgesneden oor vindt…

- De conclusie van Dr. Nicolai is dat sexueel misbruik twintig jaar geleden nog geen onderwerp van wetenschappelijke belangstelling was geworden, omdat de mensen niet wilden dat het bestond.

Ken je het ‘Oordeel van Cambyses’? Een tweeluik van Gerard David. Het vertelt een Perzisch verhaal over een rechter die veroordeeld en gevild wordt. Het schilderij moest de rechters tot onkreukbaarheid aansporen… Kijk, hier heb je het…

- De rechter draagt zowel laarsjes als een soort van pantoffels. Op het eerste schilderij draagt hij ze boven elkaar en op het tweede schilderij staan ze aan het voeteneinde van de foltertafel…

Er ontbreekt misschien een beetje bloed, maar verder zie ik niet wat er aan de verbeelding van de toeschouwers wordt overgelaten…

- In het begin van ons gesprek vertelde je dat je momenteel boeken aan het lezen bent van mensen die de Duitse kampen overleefd hebben. Heb je ook werk van Primo Levi gelezen ?

Mijn voornemen een schilderij over de tweede wereldoorlog te maken is juist gebaseerd op het einde van Levi’s boek ‘Is dit een mens?’. De Duitsers hebben Ausschwitz verlaten, maar in afwachting van de komst van de geallieerden moeten de zieken, die werden achtergelaten, zich nog zien te redden. Ze hebben zich gebarricadeerd in de ziekenbarakken, om zich te beschermen tegen de stervenden. Voortdurend horen ze het gehuil van de mensen die sterven. Dan vinden ze aardappelen. Ze gaan ergens heel veel bevroren aardappelen opgraven en dan beginnen ze voor elkaar te koken, aardappelsoep en andere gerechten met aardappelen. Dat vind ik een prachtig moment. Vroeger heb ik eens een schilderij gemaakt van mensen die in een soort hok soep zitten te eten. Tijdens de vernissage kwam een bejaarde dame mij telkens weer allerlei vragen stellen, maar ik begreep eigenlijk niet goed waarom. Tot ze vertelde dat ze in een jappenkamp had gezeten en dat mijn schilderij haar aan dat kamp had doen denken. Toen ik later las dat de schilderijen van Anselm Kiefer in het begin vooral gekocht werden door joodse verzamelaars, dacht ik dat ze dat misschien deden omdat de esthetiek een zin gaf aan wat ze hebben meegemaakt, maar nu denk ik dat ze misschien een soort van bevrijding ervaren, omdat hun ervaringen ter sprake komen. Zelf kunnen ze er moeilijk over praten, want niemand begrijpt hun. Misschien zijn ze blij dat iemand, ook al heeft hij of zij nooit zoiets verschrikkelijks beleefd, toch een vorm voor de ontzetting heeft gezocht en misschien ook gevonden.


Montagne de Miel, 27 juli 1998

Ronald Ophuis - Schedel
 
Ronald Ophuis   Ronald Ophuis
  Ronald Ophuis  
Ronald Ophuis    
    Ronald Ophuis
  Ronald Ophuis  
    Ronald Ophuis
  Ronald Ophuis  
Ronald Ophuis   Ronald Ophuis
Ronald Ophuis   Ronald Ophuis
  Ronald Ophuis  

 

ESSAYS BY HANS THEYS

Licht weerkaatsende, pokdalige obstakels, 2008

Laarzen en pantoffels, 1998

TOP